PlusAchtergond

Amsterdam museum wordt gemoderniseerd met nieuwe uitbreiding

Het Amsterdam Museum krijgt er 1200 m2 aan state of the art expositieruimte bij. Aan de buitenkant van het monument zie je er niets van. Binnen komen grote, hoge zalen die voldoen aan de behoeften van nu.

Het nieuwe Amsterdam Museum Beeld Neutelings Riedijk Architects
Het nieuwe Amsterdam MuseumBeeld Neutelings Riedijk Architects

Gisteren werd het verbouwingsplan van het Amsterdam Museum aan de welstandscommissie gepresenteerd, een moment waar algemeen directeur Judikje Kiers vanaf haar aanstelling in 2016 naar heeft uitgekeken. “Eerst dacht ik: dit gebouw is ongeschikt als museum, we moeten verhuizen. Maar met zijn geweldige locatie in de binnenstad en eeuwenoude geschiedenis als klooster, oudemannenhuis en weeshuis heeft dit pand alles in zich om een goed stadsmuseum te zijn. Het moet echter ook praktisch kunnen.”

Dat het kan, bewezen vijf schetsontwerpen van internationaal gerenommeerde bureaus. In 2018 kwam het plan van Neutelings Riedijk Architecten als winnaar uit de bus. “Wij beschouwen dit als meer dan een museale opgave, het gaat ook om de stad en het monument zelf,” zegt architect Annette van Baren. “De bezoeker ervaart het gebouw als een doolhof met doodlopende gangetjes en zalen die alleen via smalle trapjes te bereiken zijn. Ook voor tentoonstellingsmakers is het niet ideaal. De zalen zijn allemaal 4 tot 5 meter breed en hebben van één kant lichtinval. Een groot 17de-eeuws groepsportret komt hier niet tot zijn recht.”

Een dorpje in de stad

Het pand is een historische samenklontering van 25 gebouwen. Op zwart-witfoto’s van de renovatie die het complex begin jaren zeventig onderging als voorbereiding op zijn museale taak, is te zien wat later is bijgebouwd: het restaurant, de technische ruimte en het jongenshuis, waarvan alleen de gevel nog origineel is.

Op die plekken komen nu grote, hoge zalen die voldoen aan de behoeften van een hedendaags museum. De structuur blijft behouden: een complex van huizen en hoven, een dorpje in de stad. Wel komen er een logische, nieuwe indeling en een route in de vorm van een net niet afgemaakte lemniscaat (een ‘liggende 8’) door de architectonische lappendeken.

In het verbouwde museum komen de bezoekers binnen via poorten en binnenplaatsen, zoals nu ook het geval is. Een tribunetrap leidt naar de Stadshal, waar de gewelven als oudste delen van het pand meteen zorgen voor een gevoel van historische verbondenheid. Via een korte ondergrondse gang kom je bij twee nieuwe zalen – op kelderniveau en de eerste verdieping.

“Hier geven we de inleiding op het verhaal van Amsterdam,” zegt Kiers. “Zo’n zaal met ruimte voor grote objecten en av-apparatuur ontberen we nu. Bovendien is de opzet van de huidige Amsterdam DNA-presentatie in beton gegoten, we kunnen amper de actualiteit inpassen.”

Boven volgt een parcours door de eerste verdieping van de oudbouw rondom de binnenplaats. Aan het einde van het rondje wacht de volgende nieuwe ruimte, een enorme zaal boven op de Stadshal. Met circa 10 bij 22 meter en 7 meter hoogte dé plek voor grote collectiestukken. Kiers noemt het ‘de topstukkenzaal’.

Het nieuwe Amsterdam Museum Beeld Neutelings Riedijk Architects
Het nieuwe Amsterdam MuseumBeeld Neutelings Riedijk Architects

Ook zonder kaartje

Bezoekers kunnen vandaaruit het groene dak op, met uitzicht over het Begijnhof, kerktorens, het Spui, het Maagdenhuis: de in steen gevatte Amsterdamse geschiedenis. De route eindigt bij weer twee nieuwe zalen, met een gezamenlijk oppervlak van bijna 200 vierkante meter voor tijdelijke tentoonstellingen.

Het nieuwe museumontwerp is niet alleen helder van binnen, ook de beleving van buiten zal veranderen. De begane grond wordt helemaal gewijd aan publieke functies: met ruimte voor debatten, workshops, voorstellingen en het museumcafé.

Dat betekent dat alle nu geblindeerde ramen en deuren opengaan. “Het gebouw nodigt meer uit en is deels te bezoeken zonder kaartje,” zegt Kiers. “Het museum moet van waarde zijn voor de binnenstad, met altijd iets te doen. Echt een plek van en voor Amsterdam.”

De verbouwing begint halverwege 2022 en duurt 2,5 jaar. De gemeente, eigenaar van het pand, heeft er 56,2 miljoen euro voor uitgetrokken. Het museum zelf werft de komende jaren 15 miljoen euro voor inrichting en programmering. Opgeteld is dat een bescheiden bedrag, zeker in vergelijking met de 375 miljoen die de verbouwing van het Rijksmuseum heeft gekost. Het is te danken aan slim gebruik van het ­bestaande, inclusief de solide fundering uit de jaren zeventig. “We bouwen voort op het verleden,” stelt Kiers. “We schrijven een nieuw hoofdstuk voor de biografie van het museum.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden