PlusAmsterdam Art Week

Amsterdam Art-directeur Nina Folkersma: ‘Amsterdam heeft een mooi ecosysteem’

Nina Folkersma is sinds enkele maanden directeur van Amsterdam Art. Ze breidde Amsterdam Art Weekend uit tot een hele week. ‘Ik denk dat de lockdown bepaalde banden verdiept heeft.’

Directeur Nina Folkersma: ‘Het is leuk te zorgen voor een onderlinge solidariteit.' Beeld Jitske Schols
Directeur Nina Folkersma: ‘Het is leuk te zorgen voor een onderlinge solidariteit.'Beeld Jitske Schols

Nina Folkersma werd directeur in een tijd waarin er ogenschijnlijk weinig activiteit was in de kunstwereld. Musea waren dicht, beurzen en andere activiteiten werden keer op keer uitgesteld. Ook het Amsterdam Art Weekend leek ver weg.

Folkersma was werkzaam als zelfstandig curator. De laatste tentoonstelling die ze had samengesteld, was in het Centraal Museum Utrecht. In De tranen van Eros: Moesman, Surrealisme en de ­Seksen liet Folkersma werk zien van Joop Moesman (1909-1988) in de context van mannelijke en vrouwelijke tijdgenoten en hedendaagse kunstenaars. “Ik werkte aanvankelijk voor kleinere presentatie-instellingen, maar langzaam groeide ik door naar grotere podia. De tranen van Eros was op een schaal die ik nog niet kende, met 250 werken en veel internationale bruiklenen. Een gigantische klus.”

Een maand na de opening moest de expositie dicht. “Maar ik tel mijn zegeningen. Ik heb een opening gehad, publiek en pers. En in de zomer kon het gelukkig weer open.”

Ze vond het na deze ‘rollercoaster’ in eerste instantie wel fijn even pauze te hebben, tot het besef kwam dat het lastiger zal worden in een museum weer als zelfstandig curator aan de slag te gaan. Musea gaan het de komende ­jaren moeilijk hebben. “Eigenlijk was dat ook mijn blik toen Amsterdam Art in het najaar voorbijkwam. Ik dacht: dit klopt voor mij. Ik woon hier al meer dan dertig jaar, ik ken alle instellingen, en met een heel groot deel heb ik al eens samengewerkt. Het voelde als familie.”

“Eigenlijk is Amsterdam Art een fantastisch podium om al die instellingen in de stad te verbinden. Van klein naar groot, van museum naar residencies en galeries. Het is leuk om dat hele ecosysteem aan te jagen en te zorgen dat er onderling een soort coherentie en solidariteit is.”

Nieuw bloed

Amsterdam Art werd in 2011 in het leven geroepen toen Amsterdam als stad voor hedendaagse kunst dreigde in te slapen. Het Stedelijk Museum was gesloten, bezuinigingen dreigden voor allerlei instellingen.

Een nieuwe, internationaal geörienteerde kunstmanifestatie moest weer momentum genereren. Een aantal privéverzamelaars en galeriehouders nam samen met de Rijksakademie het initiatief voor het Amsterdam Art Weekend, om te laten zien wat Amsterdam te bieden had aan internationaal talent. Een vergelijkbaar model ­bestond al in andere Europese steden als Berlijn, Barcelona en Londen.

“Het idee was vooral ook om de galeries te steunen. Je kunt de sector ondersteunen, aandacht geven en laten zien dat zij ook een belangrijk platform voor kunstenaars zijn. Kunstenaars moeten ook voorzien in hun levens­onderhoud, en galeries nemen daarin risico’s.”

Door corona is het weekend dit jaar verlengd naar een week. Zo kunnen bezoekers meer gespreid bij de instellingen komen. “Dat idee lag al langer op tafel: is een week niet beter, in plaats van alles in vier dagen te proppen? Zo concurreren de deelnemers ook minder met elkaar.”

Het Amsterdam Art Weekend wordt dus een Amsterdam Art Week. Wat tamelijk logisch klinkt. Het programma was in voorgaande jaren zo vol, dat geen enkele kunstliefhebber ook maar een fractie van het hele programma kon zien. “Het idee is dat we ook voor volgend jaar gaan verlengen. We denken nu aan dinsdag tot en met zondag, waarbij de eerste dagen wat meer gericht zijn op professionals en in het weekend wat meer op een breder publiek.

Om te mogen deelnemen aan Amsterdam Art Week moeten galeries al enige tijd bestaan en er is een ballotage. “Ik denk dat beginnende galeries het ook niet meteen kunnen betalen. Maar we hebben elk jaar een wildcard. Dat wordt ondersteund door een anonieme particuliere ­begunstiger die de verjonging van de galeriewereld wil stimuleren. Om te zorgen voor nieuw bloed, is er elke keer een wildcard voor een beginnende galerie.”

Hoe is het eigenlijk met de particuliere mecenassen achter Amsterdam Art? “We zijn bezig om die actief bij de organisatie te betrekken, een vriendenkring op te zetten. Het is nu een groep van ongeveer tien mensen die erbij betrokken zijn, maar we willen in de komende jaren groeien tot dertig à vijftig.”

Persoonlijk en online

Folkersma wil niet zeggen om hoeveel geld het nu gaat. “Ik wil ook niet dat ze alleen maar geven, maar dat het een ­betrokken groep mensen is. Ik maak daarbij graag de vergelijking met het S.M.A.K. in Gent. De Vrienden van het S.M.A.K. is een heel actieve club, die ook aan de basis stond van het museum. Zij denken actief na over welke stappen je kunt nemen. Ik zou graag zo’n soort betrokkenheid willen hebben. Mensen met liefde voor de kunst en voor de stad.”

De gevolgen van de coronacrisis voor de galeries zijn volgens Folkersma heel wisselend. “Je kunt het niet over één kam scheren. Sommige hebben het boven verwachting goed gedaan de afgelopen periode. Daar waren ze zelf ook verbijsterd over. Andere hebben het heel zwaar.”

Er waren de afgelopen tijd natuurlijk minder buitenlandse bezoekers, maar door de sluiting van de musea ­hadden sommige galeries redelijk wat bezoekers. “Voor galeries zijn vooral persoonlijke relaties belangrijk voor de verkoop. Zij mochten tijdens de lockdown al veel eerder open dan de musea. Ik denk dat het bepaalde banden wel verdiept heeft. De mensen die het zich kunnen veroor­loven om kunst te kopen, bleven dat ook gewoon doen.”

“Je ziet ook een ander soort ontwikkeling, van mensen die zich juist online zijn gaan ontplooien, die Instagram hebben ontdekt. Dat heeft volgens mij een enorme vlucht genomen.”

Amsterdam is volgens Folkersma een fantastische plek voor hedendaagse kunst, met de Rietveld Academie, de Rijksakademie, de Ateliers en het Sandberg Instituut. “Er is een prachtig ecosysteem.”

Tegelijk signaleert Folkersma een groot probleem. “Dat is echt heel nijpend. Het is hier te duur geworden voor kunstenaars. Daardoor wijken veel kunstenaars uit naar andere plaatsen. Amsterdam is natuurlijk een ongelofelijk aantrekkelijke stad. Het is heel fijn en qua infrastructuur is alles er ook, dus het ligt niet aan de instellingen, instituten en de faciliteiten. Het gaat puur om ­atelierruimte. Als student kun je hier nog wel wat vinden, maar als je je als kunstenaar serieus wil doorontwikkelen, is dat onbetaalbaar.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden