Plus Interview

Alma Mathijsen schreef over haar gebroken hart: ‘Ik was mijn eigen laboratoriumrat’

In de novelle Ik wil geen hond zijn schrijft Alma Mathijsen over liefdesverdriet in tijden van Instagram. ‘Ik zat midden in die rouw, in het diepste van die emotie.’

De hoofd­persoon in Alma Mathijsens novelle keert als hond terug naar haar ex. Beeld Sanne de Wilde

‘Liefdesverdriet is niemandsland,’ schrijft Alma Mathijsen (35) in Ik wil geen hond zijn. ‘Er zijn geen regels, geen gebruiken, geen rituelen zoals bij de dood.’ Ze schreef de novelle op verzoek van De Bezige Bij ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de ­uitgeverij. Een verhaal over de diepe krochten van liefdesverdriet, waarin een jonge vrouw ­zover gaat dat ze in een hond verandert om ­altijd aan de zijde van haar ex-geliefde te kunnen blijven.

“In december vorig jaar vroegen ze me de novelle te schrijven, ze vertelden dat er nog drie andere boeken in deze reeks zouden verschijnen, elk uit een van de drie kwarteeuwen van De Bezige Bij. Welke dat zouden zijn, hadden ze nog niet besloten. En ik ben blij dat ik het toen niet wist, het is een overweldigend rijtje: Het ­behouden huis van Hermans, De elementen van Mulisch en Zijde van Barrico. Ik zei: ik wil best een novelle schrijven, maar ik loop helemaal over van liefdesverdriet, ik kan niet over iets anders schrijven dan dat. Gelukkig vonden ze het goed. Ik heb beeld en taal gestudeerd aan de Rietveld Academie en daar had ik geleerd: schrijf altijd pas over een onderwerp als je ­genoeg afstand hebt. Voor dit boek brak ik alle ­regels, het ontstond zo anders. Ik zat midden in die rouw, in het diepste van die emotie. Juist door zo dicht bij die rauwe pijn te staan, kon ik het liefdesverdriet zo precies omschrijven. Ik was mijn eigen losgeslagen laboratoriumrat.”

Hoe bent u gaan schrijven? Ik kan me zo voorstellen dat je in geval van liefdesverdriet juist ontsnapping zoekt, in plaats van jezelf onder de loep te nemen.

“Ik ben als het ware naast dat liefdesverdriet gaan zitten: nou, vertel het maar, ik ga er niet voor wegrennen. Ik dook er echt compleet in. Ik heb er vier maanden over nagedacht en heb het toen in een maand geschreven, ik had er ook echt die maand voor uitgetrokken omdat ik wist dat het heel zwaar zou worden. Een vriend van me beheert een tochtig kasteel in Duitsland en daar moest het gebeuren.”

U verwijst naar het nummer I wanna be your dog van The Stooges. U trekt die lijn door in uw boek: de ik-persoon transformeert in een hond om terug te kunnen keren naar haar ex; er bestaat een bedrijf dat daarin is gespecialiseerd. Hoe kwam u erop?

“Toen het net uit was, heb ik ‘s nachts allemaal gedichten geschreven – niet per se goede. Heel hard Pink Floyd op en dan schrijven. Een van die gedichten, ik schreef het om half vier ’s nachts, ging over een vrouw die zich bij zo’n ­traject wil inschrijven. Ik vond dat zo’n heerlijke, zo’n geruststellende gedachte. Het idee: dan hoeft dit allemaal niet, dan hoef ik dit moeras niet in. Het was niet de eerste keer dat ik liefdesverdriet had – ik wilde het niet allemaal wéér moeten doormaken.”

Ook heel belangrijk in uw boek: internet. ­Liefdesverdriet in tijden van Instagram, met alle facetten van dien.

“Het is echt een heel andere tijd nu. De gevoelens zijn heus nog wel hetzelfde. Maar het feit dat je een soort magische bol in je handen hebt waarin je op elk moment alles kunt zien van de ander – het is eigenlijk verschrikkelijk dat zoiets bestaat. Als je zou willen, zou je nú naar het profiel van een ex kunnen gaan en alles kunnen zien wat die nu doet. Het is een stuk makkelijker om niet naar een kroeg te gaan of een boekhandel waarvan je weet dat je de ander er zou kunnen tegenkomen. Maar nu heb je ­alles in je hand, zelfs thuis, terwijl dat een veilige plek zou moeten zijn. Je moet terugvallen op het vermogen jezelf in te houden en dat is heel moeilijk. Zeker als je in zo’n modus zit dat je ­jezelf wil pijnigen, is de stap wel heel klein.”

Hoe gaat het nu met u?

“Dat vind ik altijd een heel lieve vraag. Beter. Al moet ik zeggen dat het uitbrengen van dit boek nu wel weer veel oprakelt en dat is ook heftig. Maar een jaar geleden had ik nooit ­kunnen ­denken dat er uit dat liefdesverdriet ook weer zoveel goede dingen zouden voort­komen.”

Ik wil geen hond zijn, Alma Mathijsen, De Bezige Bij, 19,99, 96 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden