Plus Reportage

Alles voor de duckface

Terwijl grote musea hun exposities ‘Instagramproof’ maken, verrijst er een nieuw type concurrent: het Instamuseum. Amsterdam blijft natuurlijk niet achter. 

Het Museum of Ice Cream in San Francisco. Beeld Getty

Poseren in een tropische regenboogjungle of in een roze bad vol marshmallows. De natte droom van menig Instagrammer moet werkelijkheid worden in Wondr, het pop-up Instagrammuseum dat 18 september opent in Amsterdam-Noord.

Een maand later opent op de Weesperzijde nóg zo’n Instagramwalhalla: Youseum. In plaats van uren te zoeken naar een fotogeniek muurtje met goed licht, wandel je in deze ‘musea’ van het ene Instagramwaardige decor naar het andere voor jouw perfecte selfie. Hier kijk je geen kunst, hier ben je de kunst. 

Influencer Anna Nooshin kondigde vorig jaar al zo’n museum aan. “Een instagrammable plek waar alles draait om content creëren. Je gaat je hele insta-feed kunnen vullen,” zei de internetceleb destijds in Het Parool.

In de VS weet het Museum of Ice Cream al sinds 2016 vele Instagrammers te verleiden met hun sprinklepool en andersoortige mierzoete decors. The Museum of Selfies, Color Factory, The Cado, Egg House, Museum of Candy en Dream Machine zijn slechts enkele van de Instagrammusea – of zoals techblad Wired ze noemt: ‘selfiefabrieken’ – die al snel volgden.

Maatschappelijk tintje

Tijdens het Amsterdam Dance Event opent op de Weesperzijde 150 nog een Instagrammuseum: Youseum. Voor 19,95 euro kunnen bezoekers op 1500 vierkante foto’s nemen in een van de dertig fotogenieke en interactieve decors, samengesteld door Frank de Ruwe, beter bekend als Streetart Frankey. 

Het Museum of Ice Cream in San Francisco. Beeld Getty

“Insta beauty with a message, is ons motto,” zegt oprichter Koen Derks (30). Tien van de decors krijgen daarom een maatschappelijk tintje: denk aan plasticsoep, de lhtbq-gemeenschap en feminisme.

Derks: “Het bestaansrecht van Instagram­musea is de behoefte om foto’s te maken en te delen. Een Instagrammuseum voedt dat, maar door het te koppelen aan een maatschappijkritisch element komen onderwerpen wel onder de aandacht. Goed, je post het misschien niet altijd omdat je plasticsoep onder de aandacht wil brengen, maar omdat je duckface geslaagd is. Maar wat geeft dat? Bereik is bereik.”

Dreigende verschraling

Boodschap of niet, de esthetisch deelbare ervaring staat in Instagrammusea voorop. Ook in kunstmusea viert fotogenieke ervaringskunst hoogtij. Denk aan het zwevende ‘betonblok’ van Studio Drift in het Stedelijk, de tamponkroonluchter van Joana Vasconcelos in de Kunsthal, de spiegelkamer van Yayoi Kusama in Museum Voorlinden, de 3D-versie van Roy Lichtensteins schilderij Bedroom at Arles in Moco, de kawaii-knuffelkamer van Sebastian Masuda in het Tropenmuseum en de box vol blauwe stroken plastic van Jesús Rafael Soto bij ArtZuid.

Simone Stoltz (40), docent digitale media aan de Reinwardt Academie, verwacht dat steeds meer musea hun collecties en tentoonstellingen instagrammable maken. 

“De Instagramgroep, mensen tussen 18 en 35 jaar, was jarenlang dé moeilijk bereikbare doelgroep. Nu is er een manier om die binnen te krijgen. Ik zie het ook bij mijn studenten. Hoewel ze het belang van het verhaal achter kunstwerken kennen, spreken fotogenieke werken en ervaringskunst ze het meest aan. Dat kan je niet negeren.”

Is er straks nog ruimte voor minder fotogenieke kunst, of dreigt verschraling? Vragen waar Saskia du Bois (39), verantwoordelijk voor online communicatie en marketing bij het Stedelijk Museum, ook mee worstelt. 

“Het ene werk of tentoonstelling leent zich beter voor Instagram dan het andere. Daar experimenteren we mee, zowel on- als offline. Bij visueel minder aantrekkelijk werk is voor onszelf ook de vraag: post je dat wel? Als één post minder likes krijgt, werkt het algoritme zo dat daarna alle berichten minder worden getoond. Dat is niet handig, dus posten we ‘lelijke’ kunst nu in de Instagram stories. Daar kan je mensen ook veel meer meenemen in de achtergrond van een werk en op een laagdrempelige manier vertellen wat het nu is.”

Niemand hoeft te vrezen dat er straks alleen nog instagrammable kunst in het Stedelijk komt, zegt Du Bois. “We streven er niet naar een Instagram-experience te zijn. Hoe andere musea daarmee omgaan, zal per instituut verschillen, maar dat ermee geëxperimenteerd wordt, lijkt me logisch.”

Het Museum of Ice Cream in San Francisco. Beeld Getty

Interesse kweken

Ook Stoltz denkt niet dat het zo’n vaart zal lopen. “Vergeet niet dat er ook nog een andere doelgroep is, met andere behoeften. Zij zullen die ‘unstagrammable’ werken wél willen zien. Ik zie het eerder positief: een groep die eerder niet in musea kwam, komt er nu in elk geval mee in aanraking. Alleen dat al kan aanzetten tot het kweken van een interesse naar kunst.”

Kapen Instagrammusea de jongeren weg? Du Bois: “Het is echt iets anders dan een museum. Dat neemt niet weg dat het leuk is. De Efteling is ook iets anders dan het Stedelijk, maar dat is ook hartstikke leuk. Ik ben vooral heel benieuwd. Wie weet ga ik er nog wel op onderzoek uit, even een selfie maken tussen de spekjes.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden