PlusInterview

Algerijnse World Press Photowinnaar vluchtte naar Amsterdam: ‘Het belang van die foto is groter dan mijn eigen leven’

Na het fotograferen van een studentenopstand in Algerije was Farouk Batiche zijn leven niet meer zeker. Hoe een Algerijnse World Press Photowinnaar in het huis van een Amsterdamse journalist belandde.

Vera Spaans
Farouk Batiche: ‘Ik voelde me verloren, ik was ziek, had last van mijn rug. Het was een delicate situatie. Maar sinds ik in Amsterdam ben, is de pijn weg.’ Beeld Sophie Saddington
Farouk Batiche: ‘Ik voelde me verloren, ik was ziek, had last van mijn rug. Het was een delicate situatie. Maar sinds ik in Amsterdam ben, is de pijn weg.’Beeld Sophie Saddington

Vraag fotograaf Farouk Batiche (41) naar het moment dat hij de foto van zijn leven maakte, en hij weet het niet meer. Hele periodes van de laatste paar jaar zijn uit zijn geheugen gewist. Zijn hoofd zit vol, zegt hij. Plein. Er kan niets meer bij.

Er is ook nogal wat gebeurd sinds het moment dat hij afdrukte – 21 mei 2019, aldus het archief van World Press Photo – bij een demonstratie tegen het regime in Algerije en vandaag, nu hij rustig koffie zit te drinken in een huis tegenover het Sarphatipark. Het beeld van de Algerijnse oproerpolitie, die met hun enorme schilden een groep studenten tegenhouden van de vreedzame Hirak-beweging, ging de wereld over. Het klassieke David tegen Goliath: de demonstranten, die al dagen de straat op waren gegaan om te protesteren tegen onrechtmatige verkiezingen, leken een kleinere menssoort dan de onderdrukker.

Het werd de nieuwsfoto van World Press in 2020. Een internationale expositie volgde over honderd jaar volksopstanden. Batiche’ foto’s begonnen, vermoedt hij, het regime dwars te zitten. In december 2020 stopte een geblindeerde auto voor het huis waar hij met zijn moeder woonde in Algiers. Vier mannen spraken hem aan en dwongen hem in te stappen. Ze deden hem handboeien om en een jas over zijn hoofd. “Ik dacht dat ik doodging,” zegt Batiche. “In de Algerijnse strijd tegen het terrorisme zijn zo veel mensen op deze manier verdwenen. Ik was enorm bang.”

Het Algerijnse Guantanamo

Na een paar minuten moest hij uitstappen bij een barakkencomplex dat hij al snel herkende als het martel- en detentiecentrum Anter, ook wel het Algerijnse Guantanamo genoemd. Toen wist hij zeker dat hij in handen was gevallen van de Algerijnse binnenlandse veiligheidsdienst. In die barakken moest hij zijn schoenen uitdoen, zijn riem af. Ze namen zijn vingerafdrukken en ondervraagden en bedreigden hem urenlang. Zijn telefoon werd doorzocht: “Als ze ook maar één verdachte connectie vonden, zou ik tien jaar de gevangenis in gaan.”

Wonder boven wonder werd hij na vijf uur vrijgelaten. “Ik denk dat dat komt door mijn eigen waakzaamheid,” zegt Batiche. “Ik had al eerder door dat ik in de gaten werd gehouden en had dat een paar collega-journalisten verteld. Ook mijn moeder was ingeseind. Zij heeft mijn ontvoering gezien vanaf het balkon en is toen meteen naar de politie gegaan. Ook heeft ze een van mijn collega’s gebeld. Hij plaatste meteen een bericht op Facebook, dat later werd overgenomen in de nationale en internationale pers. Ik denk dat de druk te groot werd om me vast te houden.”

Thuisgekomen trof hij zijn moeder, zussen, vrienden en buren huilend aan. “Als je op zo’n manier wordt afgevoerd, beland je ofwel in de gevangenis of je bent dood.”

Drie journalisten vast in één week

Niet veel later werd hij gebeld door de Nederlandse ambassade – medewerkers hadden gelezen dat hij gearresteerd was. World Press Photo is een Nederlandse stichting. “Bij een World Presstentoonstelling in Constantine, Oost-Algerije, had een Nederlandse diplomaat al tegen me gezegd: we hopen dat je door deze prijs niet in de problemen komt.”

De ambassade bood hem een visum voor Nederland aan, maar het Algerijnse luchtruim was vanwege corona gesloten. Het werken in Algerije was Batiche volledig onmogelijk gemaakt: hij werkte voor twee persbureaus, maar zijn accreditaties waren ingetrokken. “En ik was mijn leven niet meer zeker. Er zijn de afgelopen paar jaar 264 mensen gearresteerd vanwege berichten op Facebook van wie drie journalisten in de afgelopen week. Ik heb nog overwogen om in zo’n gammel bootje de oversteek te wagen, zoals veel jonge Afrikanen doen.”

Toen er in oktober 2021 weer vluchten naar Frankrijk gingen, pakte hij het vliegtuig naar Parijs. Een paar dagen later meldde hij zich in Ter Apel. Verschrikkelijk vond hij het er. Het asielzoekerscentrum was overvol, het was de tijd van de vluchtelingen uit Afghanistan na de overname door de Taliban. “Eén, twee maanden houd je het er misschien nog vol,” zegt Batiche. “Ik zat er meer dan zes maanden. Ik kreeg enorme last van mijn rug en had elke nacht dezelfde nachtmerrie: ik word wakker in Algerije en de IND heeft mijn paspoort ingenomen.”

Eind februari zag hij in Ter Apel een professionele fotograaf aan het werk, die hij besloot aan te spreken. Het was Vincent Jannink, die voor het ANP het Ter Apeldossier nauwgezet volgt. Ze hielden contact. Na een paar maanden werd Farouk overgeplaatst naar Almere: dichter bij Amsterdam, maar nog voller dan Ter Apel. Hij laat foto’s zien van zijn kamer: vier stapelbedden in een smoezelige, krappe ruimte, tussen de bedden gespannen handdoeken moeten voor privacy zorgen. “Daar kon ik echt niet blijven. De schoenen werden er onder je vandaan gestolen.”

Een zware beslissing

Batiche belde Jannink en stuurde hem de foto’s. Jannink besloot zijn collega’s om hulp te vragen, en niet veel later werd Batiche gebeld door de NVJ: hij kon contact opnemen met Evert de Vos, redactiechef en onderzoeksjournalist bij De Groene Amsterdammer. Die had een kamer beschikbaar. Hij ging kennismaken en kon blijven – in principe voor een periode van drie maanden. “Ik ben echt geraakt door hoe men zich in Nederland voor mij gemobiliseerd heeft,” zegt hij. “Ik voelde me verloren, ik was ziek, had last van mijn rug. Het was een delicate situatie. Maar sinds ik in Amsterdam ben, is de pijn weg.”

Het moeilijkste komt nog. “Hier een leven opbouwen, vanaf nul, is heel zwaar. Ik spreek de taal niet, ik kan nu pas een BSN-nummer aanvragen zodat ik een bankrekening kan openen. Ik krijg 35 euro leefgeld per week, maar daarvan gaat 20 euro op aan mijn treinreis naar Almere, waar ik me elke week moet melden zolang ik in de procedure zit.”

Hij heeft geen keus. Terug naar Algerije gaat niet. “Het woord ‘hirak’ is inmiddels verboden, er is deze week een kritische krant gesloten. Wat ze mij hebben aangedaan, heeft me getekend. Ik kan nooit meer terug. Dat is een zware beslissing: ik had een leven in Algiers, vrienden, familie, werk. Als mijn moeder sterft, kan ik geen afscheid van haar nemen.”

Spijt van de foto heeft hij niet. “Deze foto markeert de geschiedenis. Van eerdere opstanden zijn geen beelden. De fotografen van destijds hebben die nooit kunnen publiceren. Dit journalistieke belang is groter dan mijn eigen leven.”

De foto die Farouk Batiche in mei 2019 maakte bij een demonstratie tegen het regime in Algerije werd verkozen tot nieuwsfoto van World Press in 2020. Beeld Farouk Batiche
De foto die Farouk Batiche in mei 2019 maakte bij een demonstratie tegen het regime in Algerije werd verkozen tot nieuwsfoto van World Press in 2020.Beeld Farouk Batiche

‘We hebben een Algerijn voor je, die zit klem’

“Voor mij is het een kwestie van brotherhood,” zegt ANP-fotograaf Vincent Jannink. “Net zoals je collega’s helpt met een kabeltje als je op een klus bent. Farouk was duidelijk ten einde raad. Ik kon hem geen woonruimte bieden, maar ik kon wel mijn netwerk aanspreken.” Zo belandde Batiche’ zaak bij de NVJ.

Daar was net een oproep gedaan om de gevluchte Russische journalist Pavel Kanygin onderdak te bieden. “Daar had ik me voor gemeld, maar iemand anders had een beter aanbod,” zegt Evert de Vos, redactiechef en onderzoeksjournalist bij De Groene Amsterdammer. “Onze kinderen zijn het huis uit, we hebben de ruimte. Dus als het op ons pad komt, bieden we ons aan. Via het werk van mijn vrouw hadden we een paar maanden een atheïstische asielzoeker uit Iran in huis gehad, die had het heel moeilijk in het azc omdat ze niet gelovig was. En een week na de oproep voor Pavel hing de NVJ aan de lijn: we hebben een Algerijn voor je, die zit klem. Hij kwam langs om kennis te maken en het klikte.”

Er verblijven op dit moment enkele honderden gevluchte journalisten in Nederland. Rob Hartgers van RFG Magazine spant zich voor hen in, vooral op het vlak van arbeidsmarktparticipatie. “De meesten komen uit Iran, Afghanistan en Syrië,” zegt Hartgers. “Maar er komen er ook steeds meer uit Turkije. Journalisten zijn de kanarie in de kolenmijn: als het in een land de verkeerde kant opgaat, merk je dat als eerste aan de journalistiek. Dat zie je nu in Turkije gebeuren.”

RFG Magazine helpt vluchtelingen niet aan woonruimte, en voor de NJV is dat uiteraard ook geen corebusiness: “We zijn opgericht om onze collega’s in Nederland te helpen, maar willen onze buitenlandse collega’s niet laten vallen,” zegt een woordvoerder. “Maar we kunnen niet toveren.”

Niettemin heeft de bond voor Batiche veel kunnen doen. Via via kreeg hij spullen om weer te kunnen fotograferen, en werd freelancerscollectief Bureau Wibaut benaderd dat hem een werkplek aanbood. En tot juli bewoont hij de kamer van de dochter van Evert de Vos. “Die woont in Utrecht, dus die slaapt toch nooit thuis. Mijn vrouw en ik hebben beiden lang in woongroepen gewoond, dus we zijn best liberaal. En Farouk is een aardige vent. We doen dit soort dingen wel altijd op tijdelijke basis. Je krijgt hoe dan ook ergernissen, en die zijn beter te verkroppen als er een einddatum is. We hebben één keuken, één wc en één badkamer. Dus we hebben één regel: tussen zeven en acht uur ’s ochtends is de badkamer van ons, en in het weekend is de wasmachine van ons. Dat gaat eigenlijk prima.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden