PlusBoekrecensie

Alfred Schaffer schept met zijn poëzie een nieuwe moeder

Alfred Schaffer, Wie was ik – strafregels.

‘Dat ik zou herrijzen in nota bene een gedicht/ geschreven door mijn zoon en wat hij schreef/ dat was ik niet (..),’ dicht Alfred Schaffer (1973) in Wat ik mij kan herinneren. In zijn nieuwe bundel Wie was ik probeert een zoon in de huid van zijn moeder te kruipen met niet meer houvast dan wat vage herinneringen en taal.

Strafregels is zo op het eerste oog een vreemde (en prikkelende!) ondertitel voor een bundel waarin een zoon zijn moeder zoekt, maar al snel heeft de lezer door hoezeer de verteller in het duister tast en hoe zijn zelfopgelegde, haast onmogelijke opgave als een ‘straf’ moet aanvoelen.

De gegevens die hij tot zijn beschikking heeft: zijn moeder kwam uit de Cariben (‘een tropisch eiland binnen het koninkrijk der nederlanden’) naar Nederland om in de verpleging in een ziekenhuis te gaan werken. Met een witte man kreeg ze twee bruine kinderen ‘en toen verdween het eerste kind en toen ik en daarna die man van mij’.

Hoe weinig de zoon weet, blijkt onder meer uit het titelgedicht waarin de zoon zijn moeder in honderd (straf)regels probeert te vangen. Haar identiteit wordt opgebouwd uit nietszeggende, generieke of twijfelachtige typeringen, zoals: ‘3. ik was dag en nacht in de weer.’, ‘55. Ik was die zwarte op de fiets.’, ‘98. Ik was een vrouw wat/ 99. klets ik nou laat mij met rust ik/ 100. smeek het u.’

Dit soort ontsporingen maken de wanhoop van de zoon invoelbaar. Moeder en zoon spreken elkaar vaak aan met ‘u’, wat de afstand tussen beiden benadrukt.

Schaffer, die eerder vooral bekend was vanwege zijn talige en conceptuele gedichten (onder meer montage-technieken), schreef met Wie was ik een verhalende en persoonlijke bundel. Deze nieuwe toon past hem heel goed. Omdat hij zo in het duister tast, hoeft hij het conceptuele niet helemaal los te laten.

Het is een rijke bundel met gedichten in de vorm van briefjes, spam, lijstjes, er zijn prozagedichten, die geschreven zijn in een flow of consciousness en vrije verzen opgedeeld in strofen. De dichter trekt, kortom, alles uit de kast.

Het resultaat is een koortsachtige bundel waarin de taal de moeder najaagt, maar er steeds naast grijpt. Wie was ik is misschien wel Schaffers krachtigste bundel tot nu toe; de taal is niet toereikend, maar veel meer heeft hij niet tot zijn beschikking: hij (her)schept een papieren moeder.

Poëzie

Alfred Schaffer
Wie was ik – strafregels
De Bezige Bij, €20,99 107 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden