PlusPoëzierecensie

Alara Adilow slaakt in intens debuut een noodkreet die alleen in poëzie gestalte kon krijgen

In Mythen en stoplichten, de eigenzinnige en indrukwekkende debuutbundel van Alara Adilow (1988), probeert een protagonist te vluchten voor haar lichaam. Ze dicht: ‘Schenk mij een taal waarin ik genderloze verhoudingen kan aangaan met de wereld’.

Dieuwertje Mertens
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

In een van de gedichten in Mythen en stoplichten is een bijzondere rol voor Mark Rutte weggelegd: ‘Na een paar glaasjes champagne/en onnodige en oppervlakkige identiteitsuitwisselingen/mag ik hem neuken en daar ben ik dankbaar voor/want hij is de gladrijkheilige minister-president (..) en hij heeft mooiwitbillen die zacht zijn en onschuld uitstralen.’

Rutte is de verpersoonlijking van de macht: een witte cisgender man (iemand van wie de genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht) én minister-president. Hij legt zijn macht af en biedt zich aan als schandknaap van de lyrische ik.

In de verbeelding van de transseksuele protagonist kan immers alles en is er ruimte voor een taal en omgang waarin gender geen rol speelt. In de realiteit vlucht de lyrische ik in drugs en seks. De protagonist vraagt zichzelf af: ‘Of (..) deze slecht belichte ruimtes de enige zijn waarin je kunt zijn wie je bent.’

Tussen droom en realiteit

Het taalgebruik van Adilow is soms direct, maar ze wisselt dit af met bloemrijke beeldspaak in prachtige zinnen als: ‘Ik nam de straathoer in mijn armen, zij liet het zaad van haar mond in mijn handpalm druipen. Ik plantte het naast een hulst. Wat bloeide op? Een buitensporige klank, vrij wiekend, zoals vinken tussen jonge vuurdoorns.’ Die wisselingen van registers zorgen voor een prettig spanningsveld tussen droom (acceptatie, een vrouwenlijf) en realiteit (afwijzing, een ziek lichaam met hiv).

Mythen en stoplichten is een omvangrijke bundel waarin door de verschillende delen met titels als ‘katabasis’, ‘metamorfose’ en ‘anabasis’ een ontwikkeling wordt gesuggereerd – van een afdaling naar de onderwereld tot een ‘tocht naar de binnenlanden’.

Veel progressie is er niet. De bundelt balt zich samen rond de noodkreet: hoe kan ik mezelf zijn in een wereld die een afwijking op de (gender)norm veroordeelt? En waarom wil ik die transitie eigenlijk? Adilow dicht: ‘Mijn queerness is een fuga./We blijven elkaar bevragen/maar ik ben moe/van het steeds moeten bewijzen dat ik besta.’

Hartverscheurende eerlijkheid

De meeste gedichten zijn heel krachtig, juist door dat spel met verschillende taalregisters en de hartverscheurende eerlijkheid in combinatie met de fantasierijke metaforen. Sommige gedichten, zoals een paar net niet lekker lopende kwatrijnen, hadden niet opgenomen hoeven worden. Ook de eindredactie laat her en der te wensen over. Details.

Want wat een eigenzinnig, indrukwekkend en intens debuut – een noodkreet die alleen in poëzie gestalte kon krijgen. Of in Adilows woorden: ‘Ik vond in poëzie een wentelen uitdijend, een gevoel van ontspruiten./Alsof ik een gewas was in taal. Alsof ik meer was dan een kist/vol vertogen opgeborgen in een lichaam.’

null Beeld

Mythen en stoplichten

Alara Adilow
Prometheus, €19,99
112 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden