Plus Interview

Ahmet Altan: ‘Ik schrijf in een kleine cel mijn eigen Odyssee’

Ahmet Altan (69) is een prominent slachtoffer van de vertrapte rechtsstaat in Turkije. De schrijver, veroordeeld tot levenslang, vertelt vanuit de cel zijn levensverhaal in een aangrijpend boek.

Ahmet Altan

‘Ik zal de wereld nooit meer zien.’ Deze woorden zijn van Ahmet Altan, schrijver en oprichter/hoofdredacteur van de inmiddels verboden krant Taraf. De woorden vormen de aangrijpende titel van zijn laatste boek, gesmokkeld uit zijn cel. In de memoires doet hij verslag van de aanslag op zijn vrijheid. Vanaf de dag van zijn arrestatie, van zijn showproces tot het leven in de gevangenis. De boodschap aan de buitenwereld verschijnt vandaag in Nederland, in een wonderschone vertaling van uitgeverij De Bezige Bij.

Arrestatie

Ahmet Altan is een van de ongeveer 50.000 Turken die werden opgepakt na de mislukte staatsgreep in juli 2016. President Recep Tayyip Erdogan greep de couppoging aan om af te rekenen met zijn grote rivaal, Fethullah Gülen, die in de Verenigde Staten leeft. Militairen, ambtenaren, rechters, academici, schrijvers en journalisten werden gearresteerd en veroordeeld. Omdat zij volgelingen van Gülen waren, omdat zij daar ten onrechte van werden beschuldigd of omdat zij al naam hadden gemaakt als criticus van president Erdogan.

Ahmet Altan behoort tot de laatste groep. De strijd voor vrijheid en recht zit in zijn bloed. Zijn vader Çetin Altan, eveneens schrijver en journalist, werd liefst driehonderd keer vervolgd vanwege kritische artikelen. Hij zat twee jaar gevangenisstraf uit.

Ook voor Ahmet Altan komt zijn arrestatie niet als een verrassing. In Ik zal de wereld nooit meer zien schrijft hij daarover: ‘Ik werd wakker. Er werd aan de deur gebeld. Ik keek meteen naar de digitale klok tegenover me… De cijfers 05:42 knipperden. “Het is de politie,” zei ik. Net als alle dissidenten in het land ging ik elke avond naar bed, terwijl ik erop bedacht was dat er ’s ochtends zou worden aangebeld. Ik wist dat ze zouden komen. Ze waren gekomen. Ik had zelfs kleding klaargelegd voor de politie-inval en wat daarop zou volgen. Ik trok mijn ‘inval-kleding’ aan en liep naar de deur. Ik keek door het kijkgaatje. Op de overloop stonden politiemannen van de antiterreureenheid in vesten die alleen tijdens invallen gedragen worden en waar op borsthoogte in hoofdletters ‘TEM’ stond geschreven. Ze waren met zes man.’

Kansloos

De inval roept bij Altan herinneringen op aan de arrestatie van zijn vader, 45 jaar geleden. Hij maakt dezelfde grap. Ook hij biedt de agenten thee aan. Ze weigeren. ‘Het is geen poging tot omkoping,’ aldus de schrijver. ‘Je kunt de thee gewoon opdrinken.’ De dissident weet dat hij kansloos is, niet hoeft te rekenen op een eerlijk proces. Zijn toekomst kleurt zwart.

‘Nooit meer zou ik de vrouw van wie ik houd kunnen kussen, mijn kinderen omhelzen, mijn vrienden ontmoeten, door de straten lopen, ik zou geen werkkamer hebben, geen schrijfmachine, geen boekenkast waar ik een boek uit kon pakken, ik zou niet kunnen luisteren naar een vioolconcert, op reis gaan, rondstruinen door boekhandels, brood kopen bij de bakker, ik zou de zee niet kunnen zien, kijken naar een boom, of de geur van bloemen, gras, regen, aarde ruiken, ik zou niet naar de bioscoop kunnen gaan, nooit meer ei met worst kunnen eten, een glas wijn kunnen drinken, ik zou geen vis kunnen bestellen in een restaurant, de zonsopkomst zien, ik zou niemand kunnen bellen, niemand zou mij kunnen bellen, ik zou nooit meer zelf een deur kunnen openen, ik zou nooit meer wakker worden in een kamer met gordijnen.’

Gruwelijk

Na zijn arrestatie ziet hij ‘het monsterlijke gezicht van de werkelijkheid’. Zijn veroordeling is voor de rechters een hamerstuk. Voor Altan is het een mokerslag. Het vonnis is gruwelijk: onvoorwaardelijk levenslang met verzwaarde omstandigheden. De deur van het leven slaat achter hem dicht. ‘Ik zal de wereld nooit meer zien, ik zal nooit meer een lucht zien die niet is begrensd door de muren van een binnenplaats,’ aldus Altan. Maar hij breekt niet. Integendeel. Het onrecht is zuurstof voor zijn levens- en vrijheidsdrang. Ook achter tralies en hoge muren, met tijdens het luchten dat ene stukje blauwe hemel als overkapping.

‘Ik zal vechten. Ik zal dapper zijn en ik zal mezelf hierom verachten. Ik zal beschadigd raken door mijn innerlijke conflicten. Ik zal met mijn leven in een kleine cel mijn eigen Odyssee schrijven. Net als Odysseus zal ik heldhaftig zijn en laf, ik zal eerlijk zijn en sluw, ik zal nederlagen hebben en triomfen, mijn avontuur zal pas eindigen met de dood. Ik zal een Penelope hebben over wie ik droom. Ik zal schrijven om te kunnen leven, om vol te kunnen houden, om te kunnen vechten, om mezelf te kunnen mogen en om me mijn zwakheden te kunnen vergeven.’

Magie

Aan het slot legt Altan uit waarom alle onderdrukking hem nooit klein zal krijgen. ‘Ik ben een schrijver. Als je me opsluit, zal ik de wereld rondreizen op de vleugels van mijn onbegrensde geest. Ik reis over de wereld in een gevangeniscel. Ik schrijf in een gevangeniscel. Je kunt me gevangenzetten, maar je kunt me niet in de gevangenis houden. Omdat ik, zoals alle schrijvers, over magie beschik. Ik loop met gemak door muren heen,’ aldus Altan. Ik zal de wereld nooit meer zien is daar een klemmend bewijs van. Het is een klinkende zege op de beperkte geest van het regime dat hem levenslang opsluit.

Ik zal de wereld nooit meer zien, uitgeverij De Bezige Bij, €16,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden