PlusBoekrecensie

Adriaan van Dis - KliFi: te weinig doordacht om iets raaks te zeggen over onze wereld

Zandzakken op de dijk, in KliFi wordt Nederland getroffen door de eerste orkaan in de geschiedenis. Beeld ANP/Koen van Weel
Zandzakken op de dijk, in KliFi wordt Nederland getroffen door de eerste orkaan in de geschiedenis.Beeld ANP/Koen van Weel

Dus je vond 2020 slopend, en begin 2021 zo mogelijk nog deprimerender? Ha! De diepste ellende is nog niet eens begonnen. Wacht maar: in 2030 kijk je met heimwee terug op de tijd dat het coronavirus nog ons grootste probleem was.

Nederland is in 2030 een republiek geworden, met aan het hoofd een mediagenieke president. Hij houdt van ronkende redevoeringen, strak ontworpen uniformen en een goed geïnformeerde inlichtingendienst. Met de vrijheid van meningsuiting heeft hij minder op, en vluchtelingen houdt hij graag op afstand. Hoe verder van de grens, hoe beter.

Maar de vluchtelingen zijn niet eens de grootste bedreiging – ze zijn juist voor het grootste gevaar op de vlucht. De gruwelen van de klimaatverandering sturen mensen vanuit alle werelddelen naar koudere, rijkere streken. Ook naar Nederland, waar ze op zijn best genegeerd worden, afgrijselijk werk doen en in rauwe achterbuurten wonen. Op zijn slechtst worden ze zonder pardon het land uitgesmeten.

Theedrinker

Jákob Hemmelbahn kan zich met hen identificeren. Hij is op tienjarige leeftijd vanuit Hongarije naar Nederland gevlucht, waar hij altijd keurig in de pas heeft gelopen. Jákob is ‘een susser, een bruggenbouwer. Erger nog, hij was een theedrinker geweest. Had sloten thee met gekwetsten, betweters en querulanten gedronken’.

Als Nederland in 2030 getroffen wordt door de eerste orkaan in de geschiedenis, en Jakobs veilige erf een opvang- en verpleegplek wordt voor toch al kansarme drenkelingen, begint er iets in hem te borrelen. Een aanklacht. Een tegenstem.

Bij wijze van verzet tegen de president, die ‘het vergeten tot kunst (heeft) verheven’ en de orkaan afdoet als een milde herfststorm, besluit Jákob de verhalen van de drenkelingen op te tekenen. De weduwnaar en oud-bibliothecaris wil op zijn vierentachtigste debuteren met een J’accuse-achtig boek. Van de titel is hij nog niet helemaal zeker. Hij denkt aan KliFi. KlimaatFictie.

Adriaan van Dis geeft ons in KliFi. Woede in de republiek Nederland inzage in Jákobs manuscript, en in zijn weifelende geest. Jákob heeft ook een éigen innerlijke tegenstem, die hij Poema noemt. Kan hij niet beter hier en daar alsnog wat schrappen? fluistert Poema hem in. Moet hij niet gewoon meebuigen, een middenweg zoeken, het regime te vriend houden?

We volgen Jákob langs zijn terugblikken, door zijn angsten, twijfels en verbittering. Zijn strijd op papier is bloedserieus, een hartenkreet, en je zou KliFi een geëngageerde roman kunnen noemen. Maar dan wel een die tragiek aan satire paart, en angstaanjagend reële problemen aan kolderieke personages, die zelden levensecht aandoen.

Niet dat Van Dis daarop mikt. De ene drenkeling is een Rus die in lyrische zinnen over de overstroming praat: ‘De regen was een gordijn. Het water kraakte.’ Uiteraard speelt hij viool. Een andere drenkeling spreekt in rijm. Drenkeling 19 breekt uit in een klaaglied. De geboren Nederlandse slachtoffers spreken een knullig volkstaaltje: ‘Weet je hoe ik me voel? Als een stukkie zeep, zeg maar.’ Jákob probeert ze te troosten met Lucebert en Marsman, en wordt uitgelachen.

Simplisme

Het probleem is niet zozeer dat de kleurrijke drenkelingen meer weghebben van typetjes dan van personages. Het is eerder dat het vette contrast tussen Jákob en pakweg de apoëtische drenkelinge ook als poging tot komedie de plank misslaat: ‘“Snap jij het?” schampert ze als Jákob met een zoveelste troostgedicht komt aanzetten. “Nou, ik niet.” Ze draaide zich om en toonde haar getatoeëerde nek.’

De drenkelingen die nou eens te plat zijn, en dan weer overdreven begaafd, lijden aan het gebrek dat het hele boek verzwakt: simplisme. We zien het terug in de beschrijving van Jákobs vlucht uit Hongarije, die in een paar zinnen wordt afgedaan en waar hij zich vrijwel niks meer van herinnert, wat nogal ongeloofwaardig aandoet – en vooral als een gemiste kans. Maar ook het verlies van zijn geliefde vrouw of het verkrijgen van een vloeibaar narcoticum, voelen aan als haastige, nauwelijks uitgewerkte plotelementen.

Tot op zekere hoogte passen die vaart en speelsheid bij KliFi: het is geen dystopische roman van het grimmige soort. De combinatie van zware thema’s en een lichte toon is bij vlagen vermakelijk, en Van Dis’ even toegankelijke als sierlijke zinnen zitten, als altijd, vol achteloos rake formuleringen.

Maar als geheel is KliFi te weinig doordacht om – ook met een knipoog – iets raaks te zeggen over onze wereld, of over de Nederlandse republiek van 2030.

Fictie

Adriaan van Dis
KliFi. Woede in de republiek Nederland
Atlas Contact, €21,99, 208 blz.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden