Plus Interview

Actrice Monic Hendrickx: ‘Ik ben nu nog Carmen, maar dat zal slijten’

Na vijf seizoenen Penoza op tv is daar nu de film Penoza: The Final Chapter. Monic Hendrickx (52) schittert nog één keer als maffiabaas Carmen. De rol aller rollen? ‘Ik heb Meryl Streep een rabbi van tachtig zien spelen. Dat wil ik ook een keer.’

Voor haar rol als Carmen van Walraven knipte Hendrickx haar haren af. Beeld Manon van der Zwaal

In maffiaserie Penoza liet haar alter ego Carmen van Walraven zonder scrupules tegenstanders uit de weg ruimen. In werkelijkheid was Monic Hendrickx laatst een half uur in touw om een spitsmuisje te redden uit de klauwen van haar katten Milky (4) en Spocky (1).

De meeste muisjes die door het kattenluik het huis worden binnengesleept, hebben minder geluk en overleven het niet. De katten leven in een formidabel jaaggebied; het knusse huisje in Zaandam waar Hendrickx woont met man Ralph (55) en dochter Javaj (18) staat vrij en heeft een diepe, groene tuin. Helemaal achterin staan op deze zonnige herfstdag twee grote, ­zilverkleurige cijfers, de 1 en de 8. Een decoratierestant van vorige maand, toen Javaj vierde dat ze meerderjarig werd.

“We wonen hier al dertien jaar. Heerlijk vrij, maar helaas gaan ze hiernaast wat bijbouwen,” vertelt Hendrickx terwijl ze op het aanrecht plakken gember snijdt voor in de thee. Links­boven, half verscholen onder de houten trap die naar de bovenetages leidt, staan vier Gouden Kalveren gebroederlijk naast elkaar op een plank aan de muur. Ze blinken nauwelijks. “Nee, ik poets ze niet op.”

Ze ontving de hoofdprijzen van het Nederlands Film Festival in 1998 (De Poolse bruid), 2001 (Nynke) en 2004 (Het Zuiden). Haar laatste Kalf won Hendrickx in 2013 voor het tweede seizoen van Penoza, de in totaal vijf seizoenen tellende tv-serie over een Nederlandse maffiafamilie. Donderdag gaat de film Penoza: The ­Final Chapter in première.

De rol van de geharde misdaadvrouw aan het hoofd van een criminele organisatie hoort al negen jaar bij de actrice, die op straat vaker wordt aangesproken als Carmen dan als Monic. “Gisteren nog, in de Dirk van den Broek. Een stel met een baby’tje. ‘Daar heb je mevrouw Van Walraven!’ Wilden ze dat ik met de baby op de foto ging. Ik merk dat veel mensen Carmen haar criminele bezigheden vergeven, sympathie voor haar voelen. Ze roepen vaak tegen me dat ze Carmen een goede moeder vinden, wat ik heel twijfelachtig vind. Want zij doet intussen allerlei dingen die haar kinderen juist in gevaar brengen.”

Hebt u als moeder iets gemeen met Carmen?

“Carmen is een vriendinnenmoeder, ik hoef niet Javajs shopvriendin te zijn en al haar geheimen te kennen. We hebben een mooie band met een grote intimiteit, maar ook een kind mag zijn eigen leven hebben. Als ze iets met me wil delen: graag. Ik ga er alleen niet in lopen peuren. Vragen werkt meestal niet.”

Wat doen jullie samen?

“Muziek maken. Ik op de gitaar, zij op de piano en dan tweestemmig proberen te zingen. De gebruikelijke kampvuurliedjes. Van Bob Dylan tot Amy Winehouse en Dayna Kurtz. Javaj gaat ook graag mee naar premières of naar de tv-opnames van Maestro, waar ik aan meedoe. Fijn om op de terugweg in de auto na te praten. Hoewel ze me dan ook geregeld dolt door te vertellen wat ik die avond allemaal voor raars deed. Of ze filmt me als ik probeer mee te zingen met haar rapliedjes terwijl ik de tekst niet zo goed ken.”

Is ze trots op haar moeder?

“Jawel, al is ze niet eens zo geïnteresseerd in de films en series waarin ik speel. Nynke, De Poolse bruid, Penoza, ze heeft ze niet bekeken. Dat hoeft ook niet per se, al denk ik toch dat ik ze haar eens laat zien. ‘Kijk, dat heeft je moeder allemaal gedaan.’”

Hendrickx, eind 1966 geboren in het Brabantse dorp Stevensbeek, groeide van haar derde tot haar zevende op in Paramaribo. Met een zus, één jaar ouder dan zij, en een drie jaar jonger broertje. Hun vader, wiskundeleraar, kreeg daar een tijdelijke baan. “Ik ben nog steeds een tropenkind, heb een hekel aan kou. Dat is het enige echte nadeel aan mijn vak, dat ik voor rollen vaak in te dunne kleren lang in de kou moet staan.”

Het gezin keerde na vier jaar terug. Vader ging wiskunde onderwijzen in Deurne, waar Hendrickx en haar zus een romantisch beeld van hadden. “Wij dachten dat we naar een boerderij zouden verhuizen, met kippen en een koe. Dat viel tegen, het was een doodgewoon huis. Al zaten er ook leuke kanten aan de verhuizing: we kregen er veel familie voor terug.”

Zorgeloos was het leven in Deurne allerminst. Na een jaar kreeg haar vader darmkanker, een ziekte die hem in vijf jaar langzaam sloopte. “Ik was dertien toen hij overleed. Als kind besef je niet wat kanker is, maar je voelt wel dat er iets mis is. Hoewel de aftakeling geleidelijk ging, merkte ik wel dat hij steeds minder kon. Zijn rondje lopen om de wijk werd een rondje om het huis, op het laatst een rondje om de tafel. Het klinkt gek, maar zijn ziekte had voor mij ook een leuke kant: hij was vaak thuis.”

Welke herinneringen hebt u aan die tijd?

“Ik weet nog dat mijn vader en ik vaak naar onderwaterdocumentaires van Jacques Cousteau keken. En dat mijn moeder, een maatschappelijk werkster, mijn vader tot op het laatst zelf heeft verzorgd.”

“Er was een grote intimiteit tussen mijn ouders, die niet vervielen in de rollen van patiënt en verzorger. Mijn vader was overigens een makkelijke zieke; hij klaagde nooit. Mijn moeder was ook niet moeilijk. Zij kon zo op de fiets stappen om bij iemand koffie te drinken, dan liet ze de zorg over aan ons. Dat we het samen moesten doen was wel een belangrijk les uit die tijd.”

Heeft uw moeder jullie begeleid rond het sterven van uw vader?

“Nee, dat ging allemaal vanzelf. We zijn niet in therapie gegaan, als dat in die tijd al een optie was. Toen mijn vader stierf, gingen we binnen het gezin enorm voor elkaar zorgen. Mijn zus was veertien, ik dertien, maar puberen was voor ons geen optie.

Niet alleen vanwege het overlijden van mijn vader overigens. Veel jonge mensen, zelfs volwassenen, hebben issues met hun ouders. Ik herken dat niet. Het was harmonieus, ik kan me ook niet herinneren dat mijn ouders onderling ruzie hadden. Ja, een beetje onenigheid op vakantie, bij het opzetten van de tent.”

U bent getrouwd met uw middelbareschoolliefde.

“Ralph zat op school in een hogere klas, ik was veertien toen we iets kregen. Het begon met hoi zeggen als we elkaar tegenkwamen. Ik herinner me mijn eerste fysieke toenadering: tijdens een schoolfeestje plakte ik een losgeweekt etiket van een bierflesje baldadig op zijn been. In ons toilet hangt nog steeds een pagina uit mijn agenda van toen: ‘Aan met Ralph’. We waren enorm verliefd. Toch zijn we later twaalf jaar uit elkaar geweest.”

Waarom ging het uit?

“Toen ik een jaar of negentien was, begon ik aan de toneelschool in Maastricht, hij ging fotograferen. We groeiden uit elkaar, wilden zien wat er nog meer te koop was in die grote, wijde wereld. We kregen andere relaties, maar bleven bevriend. Twaalf jaar na de breuk waren we allebei single en was de aantrekkingskracht eerst vooral seksueel. Toch werden we opnieuw hevig verliefd, het leek voorbestemd.”

Hendrickx probeert ze haar haar in een staart te krijgen. Het halflange kapsel is een overblijfsel van de Penoza-film. “Carmen wilde onherkenbaar zijn, dat afgeknipte haar werkte in de film heel goed. Zo heb ik toch een keer in mijn leven kort haar gehad. Het is inmiddels alweer iets langer, ik kan het nu net in een staartje doen. Handig tijdens het sporten.”

Door de hele film is Carmen vaak emotioneel, meestal omdat haar familie iets dreigt te worden aangedaan. Denkt u tijdens het acteren aan uw familie om tranen op te roepen?

“Nee, juist niet. Als ik denk aan mijn vader, of aan een overleden kat of iets anders wat me ­verdrietig maakt, wil ik dat niet met iedereen delen. Ik verplaats me puur in de situatie. In de film reageert Carmen emotioneel op een gruwelijk filmpje dat haar op een smartphone wordt getoond. Om Carmens reactie zo puur en rauw mogelijk te houden, heb ik dat filmpje bewust pas voor het eerst willen zien tijdens de opname van die scène. Het ultieme acteren is een ode aan de verbeelding. Ik heb Meryl Streep in Angels in America een rabbi van tachtig zien spelen. Dat wil ik ook een keer, dat je echt onherkenbaar bent.’’

Zijn er ook rollen die u weigert?

“Ik heb dat één keer gedaan. Toen zou ik voor een film over de Franse filosoof Georges Bataille moeten spelen dat ik vanaf een bar iemand in zijn gezicht plaste. Er zou ook een shot van onderaf worden gemaakt. De scène was in die film best functioneel, maar met mijn vagina kan ik niet acteren. Dat is voor mij de grens. Verder komt het weinig voor dat ik iets afwijs.’’

Doet u daarom ook mee aan Maestro, kon u niet weigeren?

“Ha, nee. Als dirigent een orkest leiden leek me een superleuk avontuur. En dat was het ook. Maar wat een stress kwam daarbij kijken, niet normaal. Het nam me gewoon over, ik sliep er ’s nachts niet van. Weet je wat het is? Als ik als Carmen een drugsbende leid, dan acteer ik en spelen de andere personages het spelletje mee. Maar hier sta ik als mezelf met dat stokje op de bok en volgt het orkest precies mijn aanwijzingen. En die waren echt niet heel erg goed.’’

Na de film is het gedaan met Penoza. Mist u Carmen al?

“Ik kan goed afscheid nemen van een personage, al was dit een superrol. Het grote publiek kent mij als Carmen, maar dat zal vast slijten. Ik heb in de jaren van Penoza bovendien al veel andere rollen gespeeld. Ik ben er wel gerust op dat ik geen Swiebertje word.’’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden