PlusKlapstoel

Acteur Werner Kolf: ‘Ik ben een huismus, rust is mijn beste vriend’

Werner Kolf (1982) is acteur. Hij werkt sinds kort als freelancer na een dienstverband bij Het Nationale Theater, waar hij onder meer Othello speelde. Zijn eerste grote klus is de hoofdrol in de tv-serie Commando’s.

Acteur Werner Kolf.Beeld Mark van der Zouw

Gein

“Het eindpunt van de metrolijn, daar woonden we vlakbij. Op mijn vierde verhuisde ik er met mijn ouders en drie oudere broers vanuit de Hoofddorppleinbuurt naartoe. We waren midden jaren 80 de eerste bewoners van onze wijk. Allemaal gezinnen met jonge kinderen. Dus tot mijn tiende, elfde speelde ik bijna elke dag buiten. Dat veranderde toen ik naar de middelbare school ging, het Fons Vitae Lyceum in Zuid. Mijn moeder had die school uitgezocht: ze vond dat ik andere werelden moest verkennen. Daar ben ik haar dankbaar voor. Van die onderzoekende houding heb ik nog steeds voordeel als ik begin aan een nieuwe rol.”

Voetballer

“Mijn grote droom als tiener. Ik zat op judo, maar als ik op straat speelde, merkte ik dat voetbal me beter lag. Toen ik een jaar of negen was en Ajax een talentendag hield, greep ik mijn kans. Co Adriaanse liep er rond, hij was toen hoofd van de jeugdopleiding. Ik speelde die dag als rechtsbuiten en was vet snel. Na afloop gaf Adriaanse me een klopje op mijn schouder: ‘Goed bezig, jongen.’ Dat moment vergeet ik nooit meer. Ik mocht door naar de volgende ronde. Daar vertelde de trainer me dat ik ‘op 10’ moest spelen. Ik had geen idee! Rende maar wat rond over het middenveld. Niet uitgekozen natuurlijk. Maar de winst was dat ik van mijn moeder toen wél op voetbal mocht. Eerst bij FC Amstelland, later bij AFC. Die jaren leefde ik echt voor de sport. Trainde vier keer per week. Maar juist toen ik op mijn 17de werd getest door profclubs NEC en Haarlem, was die motivatie minder. Ik wilde andere dingen verkennen en was minder gaan trainen. Uiteindelijk was ik niet fit genoeg.”

Toneelschool

“Ik zat in Gein al bij de toneelclub. En hoewel ik inmiddels communicatiemanagement studeerde en erbij werkte in een kledingwinkel in de Leidsestraat, dacht ik steeds vaker aan de Toneelschool. Ik wilde de juiste techniek leren. En vooral ook achteraf geen spijt hebben: had ik het maar geprobeerd er mijn vak van te maken. Toen ik eenmaal in Maastricht was aangenomen, was ik met mijn 24 jaar de oudste van mijn lichting. Toch ben ik juist heel blij dat ik pas op die leeftijd begon. Op mijn 18de was ik er nog niet klaar voor geweest. Toen was ik nog veel te rebels. Op de Toneelschool krijg je heel persoonlijke kritiek. Op je manier van lopen, praten en soms zelfs van denken. Heel leerzaam, maar op mijn 18de was ik in de verdediging geschoten: ‘Fuck you, wie ben jij om dat tegen me te zeggen?’ Gewoon uit onzekerheid. Met zo’n houding leer je natuurlijk niets.”

Antwerpen

“Mijn tweede thuis. Mijn vriendin is Vlaamse. We verdelen onze tijd tussen die twee steden. Ook nu: in Antwerpen zijn overal mondkapjes verplicht, maar ik kan er gewoon heen en houd me netjes aan de opgelegde regels. Ik heb twee jaar volledig in Antwerpen gewoond, maar dat was qua werk toch erg lastig. En hoe mooi en gezellig Antwerpen ook is, die stad liet me ook weer beseffen hoe trots ik op Amsterdam ben. De energie van deze stad, de openheid van alle culturen door elkaar en het besef dat je, hoe raar je ook bent, toch nooit raar bent. Dat is onovertroffen.”

“Zo’n relatie op afstand heeft natuurlijk na­delen, maar gelukkig werkt mijn vriendin ook in de theaterwereld. Ze is kostuumontwerper en snapt dat repetities en voorstellingen soms op ongelegen momenten komen. We gaan het niet ons hele leven zo doen, dat op en neer reizen. Maar als je het eenmaal gewend bent, gaat het best.”

Freelancer

“Net als voor bijna iedere student aan de acteursopleiding was een vast contract bij stadsgezelschap mijn grote droom. Logisch ook, je kunt er leren van ervaren collega’s, speelt in goede stukken en staat bijna altijd in grote schouwburgen. Toen ik werd gevraagd voor het Nationale Theater, zei ik dus meteen ja.”

“Toch denk ik nu: er zijn ook andere wegen om beter te worden. Daarom ben ik straks na de laatste voorstelling van Othello even los van het gezelschap. Ik heb echt de keus gemaakt om meer film en televisie te doen. Als freelancer, ja. Een heel moeilijke beslissing. Dit vak hangt al van onzekerheid aan elkaar. Dan biedt zo’n ensemble de wetenschap dat je altijd kunt ­spelen én een plek waar je echt thuis bent. Mijn vertrek voelde daarom als het verlaten van het ouderlijk huis. Maar het is goed voor mijn ontwikkeling, dat weet ik zeker.”

Commando’s

“Deze serie wilde ik zo ontzettend graag doen! Ik had nog nooit een hoofdrol in een tv-serie gespeeld, voelde dat het goed zou zijn om te kijken of ik die verantwoordelijkheid aankon. Mijn rol is die van een veteraan die al eventjes het leger uit is, maar ik speel ook scènes tijdens een eerdere missie als commando in Nigeria. Zo’n combinatie kun je maar één keer in je leven spelen. Over tien jaar was ik waarschijnlijk te oud geweest. Heb je de eerste aflevering al gezien? Spannend? Mooi, dat was de bedoeling.”

Vaderschap

“Het thema waarmee ik de komende jaren aan de slag wil. Hoe precies onderzoek ik nog, maar ik zou graag zelf producties maken over dat onderwerp. Mijn eigen vader? We hadden geen heel warme band. Hij zorgde financieel goed voor zijn gezin, was heel gedisciplineerd. Hij was afdelingschef bij een bedrijf in auto-onderdelen en stond elke dag om precies half zes op. Ik denk niet dat hij in zijn hele leven één keer te laat op zijn werk is gekomen. Dat punctuele heb ik van hem overgenomen.”

“Maar echt praten kon hij niet, zijn emoties hield hij altijd binnen. Mocht ik later zelf een zoon krijgen, dan geef ik hem de dingen mee die ik toen niet kreeg: echt contact en het vertrouwen dat hij zijn gevoel mag volgen. Nee, ik heb mijn vader niet verteld wat ik van zijn manier van opvoeden vond. Hij stierf toen ik 24 was. In die tijd durfde ik mezelf ook nog niet kwetsbaar op te stellen en te zeggen: hé pa, ik heb wat gemist.”

John de Koning

“Mijn personage in Commando’s. Ik hoop vooral een echt mens neer te zetten. Macho, stoer, sterk, dat zijn clichés die bij commando’s horen, maar ik wilde van John de Koning vooral een echt mens maken. Eentje die misschien best stoer is, maar ook twijfelt en een zachte kant heeft. En ook belangrijk: kwetsbaarheid. Dat vind ik ook voor de jeugd belangrijk om te laten zien: een man hoeft niet altijd alleen maar stoer te zijn. Hij mag best huilen, onzeker zijn, het even niet meer weten.”

“Mijn Othello gaf ik begin dit jaar ook een zachte kant. Voor mij vanzelfsprekend, het is onderdeel van wie ik ben. Mensen hebben vaak een verkeerd beeld van me als ik binnenkom: ik ben groot, draag een ketting, maak af en toe brede armgebaren. Maar uiteindelijk ben ik ook weleens onzeker of verdrietig. Dat wil ik niet wegstoppen.”

Inclusiviteit

“Het gaat echt beter bij het theater, de film en de televisie. Als een serie over een familie gaat, betekent dat niet altijd meer een witte man, zijn vrouw en hun twee kinderen. Maar let op: het lijkt misschien alsof we al heel ver zijn, er zijn echt nog stappen te maken.”

“Ik ben blij dat diversiteit nu bijvoorbeeld zo’n prominente voorwaarde was voor de toewijzing van een kunstsubsidie. Ik hoop wel dat het niet alleen een speerpunt voor de komende jaren is, maar voor altijd. Het is eenvoudig: wat je op de bühne maakt, moet een weerspiegeling zijn van de maatschappij. En we leven in een inclusieve samenleving.”

“Ik heb me bij Het Nationale Theater weleens afgevraagd of mijn uitverkiezing destijds onder het diversiteitsbeleid viel. Maar inmiddels ben ik daarin gegroeid. Wat de mensen ook mogen denken: ik ga uit mijn van mijn eigen kwaliteit. Ik had het ook geen onprettig idee gevonden, hoor. Ik pleit nog steeds voor quota in film en op televisie. De verhoudingen moeten gewoon verschuiven. Het gaat om zichtbaarheid. Niet alleen qua kleur hè, maar bij alle uitzonderingen op de zogenaamde norm. Ik zou ook verhalen op andere plekken in Nederland willen zien. Waarom zie je in films en series zo vaak het Vondelpark – ja, ik vind het ook prachtig daar – en zo weinig de Bijlmer?”

Huismus

“Dat ben ik echt, ja. Klinkt misschien gek, maar een van mijn favoriete hobby’s is thuis op de bank zitten. Netflixen? Nee, hoor. Dan doe ik echt helemaal niets. Beetje voor me uit staren, nadenken over het leven. Rust is mijn beste vriend.”

Akwasi

“We hebben samen op de Toneelschool ge­zeten. In hetzelfde jaar zelfs. Hij deed de opleiding tot theatrale performer, ik die voor acteur. Ik vind hem een prachtige kunstenaar, ben fan van zijn muziek. De mediastorm waarin hij is terechtgekomen, heb ik ook gevolgd. Akwasi heeft gesproken voor een grote groep en dat vind ik dapper. Je moet in het leven mensen hebben die anderen vragen durven te stellen of op blinde vlekken durven te wijzen. Daardoor wordt de arena van het gesprek alleen maar groter. Mede dankzij hem zijn er dingen in gang gezet. Of ik ook op demonstraties zou willen spreken? Het voelt beter om mijn toespraken in mijn werk te verpakken. Daarom wil ik bijvoorbeeld die serie over de Bijlmer graag maken. Er gebeurt daar zoveel moois!”

Commando’s, vanaf zondag 30 augustus, 20.25 uur, NPO3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden