Acteur Ton Lutz overleden

Acteur Ton Lutz (archieffoto, 1999) is op 89-jarige leeftijd overleden na een kort ziekbed.Foto ANP Beeld
Acteur Ton Lutz (archieffoto, 1999) is op 89-jarige leeftijd overleden na een kort ziekbed.Foto ANP

''Ik heb niets tegen aanstellerij. Zolang die aanstellerij maar waarachtig is. Anders is het onzin. Er is al aanstellerij genoeg in de wereld.''

De zondag op 89-jarige leeftijd overleden acteur, regisseur en toneeldocent Ton Lutz hield niet van grote gebaren. Zijn stijl was sober en doordacht, zonder de poespas waarmee theater gepaard kan gaan. Lutz was meer van de klare lijn dan van de Commedia dell'arte.

Zijn opvattingen over acteren zijn in Nederland overal te vinden. Lutz was behalve een toneelmaker een invloedrijk docent, die bij diverse generaties acteurs erop hamerde dat toneelspelen vooral uit denken en kiezen bestaat. ''Voelen is vies,'' vond hij. Van spelers die in de huid van hun personages kruipen, moest hij niet veel hebben.

Als telg uit een muzikaal, acht kinderen tellend gezin speelde Lutz vanaf zijn twaalfde al amateurtoneel. Toch begon hij zijn carrière als journalist bij de Nieuwe Delftsche Courant.Op 21-jarige leeftijd maakte hij de overstap naar de persdienst van de Nederlandsche Unie, tot die door de Duitse bezetter werd ontbonden. Op die leeftijd wist Lutz al dat zijn toekomst elders lag: hij wilde bij het toneel. In 1941 debuteerde hij bij de Vereenigde Haagsche Spelers - tot ook dat gezelschap ermee stopte omdat artistiek leider Pierre Balledux weigerde zich bij de Kultuurkamer te verantwoorden. Lutz bemachtigde een baantje als ambtenaar, ging naar de toneelschool, speelde illegale voorstellingen, en zat enige tijd vast wegens verzetswerk.

Grote liefde

Pas na de bevrijding kon Lutz zich onbevangen geven aan zijn grote liefde. Dat deed hij gulzig. Lutz begon in 1945 bij het Residentie Tooneel; later volgen het Nederlands Volkstoneel, Toneelgroep Comedia, De Nederlandse Comedie, het Rotterdams Toneel, Globe en het Publiekstheater. Bij die gezelschappen was hij zowel acteur als regisseur en soms ook artistiek leider. Ook speelde hij rollen op tv en speelde hij onder meer in de film Fanfare (1958) van Bert Haanstra.

Gedurende zijn carrière, die overigens na zijn pensioen in 1984 gewoon doorliep, hield Lutz zichzelf een heldere taakomschrijving voor ogen: hij moest op het toneel de werkelijkheid ontmaskeren, en het publiek leren inzien hoe het leven in elkaar steekt. Dat was, vond hij, de functie van het theater.

Om die missie te volbrengen, eiste hij veel van zijn medewerkers. Hij was een eigenwijze en ijdele leider, die niet graag zijn koers verlegde. Lutz vertrouwde liever op zijn eigen smaak - en vaak kreeg hij gelijk; zo introduceerde hij in 1955 Hugo Claus bij het toneel, wat het begin was van een lange samenwerking en een grote vriendschap.

Als regisseur werd Lutz sterk beïnvloed door de melancholieke Tsjechov-voorstellingen die zijn Russische leermeester Peter Sjarof in de jaren vijftig en zestig in Nederland maakte. Maar een epigoon werd hij allerminst: hij ging juist in zijn regies een andere kant op - weg van de psychologie, en meer gericht op een strakke tekstbehandeling. ''Niet te veel geharrewar, de tekst doet het werk,'' luidde zijn devies.

Toneelvader des vaderlands
Een grote kwaliteit was ook dat hij zich niet liet vastpinnen. Lutz was de man van het gevestigde theater en stond tegelijk open voor vrije producties én experimenten. In 1968 speelde hij als gast bij gezelschap Studio een hoofdrol in De architect en de keizer van Assyrië van Arrabal. Die gedurfde rol leverde hem zijn eerste Louis d'Or op. De actie Tomaat in 1969, tegen de toneelleiders van dat moment, richtte zich nauwelijks op hem. ''Vlerken'', noemde Lutz de tomatengooiers niettemin, ''omdat ze niets te bieden hebben als alternatief.''

Die betrokkenheid is hij nooit kwijtgeraakt. Lutz bleef met liefde acteren, in een stijl die almaar milder en zachter werd. Tegen die tijd droeg hij allang de bijnaam 'toneelvader des vaderlands'. Ook werd hij 'de maestro van het Leidseplein' genoemd, verwijzend naar de plek waar hij zijn grootste successen vierde en waar hij dagelijks in sociëteit De Kring biljart speelde.

Zijn erelijst, toch al bijzonder met tweemaal de Louis d'Or voor beste mannelijke toneelrol erop, raakte intussen voller en voller. In 1995 kreeg hij de Oeuvreprijs van Vereniging van Schouwburgdirecties en sinds 1999 mocht hij zich Ere Opper Toneelleermeester van het Nederlandse Theater noemen. Ton Lutz was officier in de Orde van Oranje-Nassau, en de Amsterdamse Toneelschool reikt sinds 2000 de Ton Lutz-regieprijs uit.

Wie wel eens bij Lutz en zijn vrouw Ann Hasekamp thuis is ontvangen, kreeg te maken met een man die gretig sprak over de zin van het theater. Ook op hoge leeftijd bleef Lutz wars van cynisme, en kon hij uren, overtuigd van eigen kennis, verhalen over waarachtigheid.

Tegen zijn biografe Xandra Knebel zei hij: ''Het komt omdat mijn hoofd nog vol nieuwsgierigheid zit. Ik wil het allemaal weten!'' (Ronald Ockhuysen)

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden