PlusInterview

Acteur Kevin Hassing: ‘Ik zei zelfs dat wodka goed was voor mijn stem’

Kevin Hassing (1984) speelde onder andere in Goede Tijden, Slechte Tijden. Vorig jaar schreef hij het kinderboek Mus en kapitein Kwaadbaard en De 5 Slangen. Hassing begon pas vijf jaar geleden onmatig te drinken en staat anderhalf jaar lang droog. ‘Mijn buitenkant is nu héél dun.’

Kevin Hassing: ‘Ik stopte niet met drinken, wel met werken. Ik heb een fles limoncello aan mijn mond gezet en ben op bed gaan liggen.’ Beeld Marc Driessen
Kevin Hassing: ‘Ik stopte niet met drinken, wel met werken. Ik heb een fles limoncello aan mijn mond gezet en ben op bed gaan liggen.’Beeld Marc Driessen

Een goed geheugen hebben is voor mij heel belangrijk, misschien wel juist omdat mijn geheugen me zo vaak in de steek laat. Ik wil terug wat ik ben kwijtgeraakt, vooral omdat je maar één geheugen hebt. Wie zijn sleutels kwijt is, bestelt nieuwe, maar dat gaat in dit geval niet. Jarenlang zwaar alcoholgebruik laat voorgoed zijn sporen na, bij mij en ook bij Kevin Hassing. Als ik hem vraag naar zijn jeugd moet hij graven. “Ik ben niet echt gepest vroeger, of tenminste niet dat ik me kan herinneren,” vertelt hij en dan begint het zoeken naar al die gedeletete bestanden op de harde schijf in zijn hoofd. “Als je me vraagt: wie waren je leraren op de middelbare school? Dan kan ik er misschien twee noemen.”

Homoseksualiteit

Uiteindelijk komt het overigens wel op gang, dat hoofd. Er waren lieve ouders, lieve broertjes, maar ook gevoelens die niet strookten met de omgeving waarin hij opgroeide: Wassenaar in de jaren negentig. Homoseksualiteit bestond er niet, met uitzondering van één mooie jongen die er openlijk voor uitkwam. “Maar die ging in Disneyland werken, dus die was weg.” Ook was er een wat oudere man. “Maar daarmee wilde je je als jongere echt niet associëren. Een klasgenootje wilde een keer in mijn onderbroek kijken, dat was het wel. Een barman in het dorp zei het steeds tegen me, een beetje op een agressieve toon: jij bent echt homo! Ik dacht dat hij dat negatief bedoelde, maar pas reed ik langs zijn huis en hing er een regenboogvlag naast de deur. Misschien was hij dus helemaal niet homofoob, zoals ik altijd dacht.”

Om voor zichzelf te bewijzen dat hij ‘normaal’ was, masturbeerde hij op foto’s van Pamela Anderson uit de tv-serie Baywatch. “Dat lukte en dan dacht ik: zie je wel, ik ben hetero. Heimelijk was ik echter smoorverliefd op haar mannelijke collega. Het was niet zo dat ik een dubbelleven leidde, eerder lag er een zware deksel op mijn binnenleven. Wie ik werkelijk was, die persoon bestond gewoon niet.”

“Pas op mijn 23ste, in het derde jaar van de Toneelschool in Amsterdam, knalde het deksel eraf, toen ik een eigen voorstelling maakte waarin ik in drag uit de kast kwam. Daarvoor had ik geen seks gehad. Ik had het wel geprobeerd met meisjes, maar het was nooit gelukt. In Wassenaar was ik een te dikke jongen geweest met niet veel zelfvertrouwen. Ik was schilferig, had eczeem over mijn hele lijf. Als baby was ik na een paar maanden één grote korst. Normaal trekt dat weg, omdat blijkt dat het door een allergie komt of door het merk wasmiddel dat je gebruikt. Maar bij mij bleef het. Ik durfde nooit in een T-shirt te lopen in de zomer en zwemmen deed ik ook niet.”

Verkleed als vrouw

De ambitie om acteur te worden was er wel: Hassing speelde poppenkast op straat en elk jaar deed hij mee aan de playbackwedstrijd op school. Het hele gezin werkte mee aan het maken van de kostuums en rekwisieten en net als op de Toneelschool was Hassing op het podium vaak verkleed als vrouw. “We wonnen elk jaar, maar één keer niet en daar gaf ik mijn vader de schuld van. Hij deed het geluid en startte de muziek te laat in. Woedend klik-klik-klikte ik op mijn hoge hakken door de gangen van de school naar buiten.”

Gaandeweg het gesprek wordt duidelijk dat de coming-out op z’n 23ste toch niet helemaal klopt. Al op de middelbare school had hij aan een goede vriendin en aan een ‘toenmalige beste vriend’ verteld dat hij op jongens viel. Of nee, hij schreef het op, in een brief. Hij verwoordde het zo dat hij ‘óók op jongens viel’, dat voelde veiliger. De vriendin reageerde goed, de voorheen beste vriend reageerde niet. “Althans, ik herinner me niet dat hij er ooit op is teruggekomen. Hoe dan ook: ik had de deur op een kier gezet, maar heb ’m toen zelf weer hard dichtgetrokken.”

Rode wijn en wodka

Pas vijf jaar geleden kwam de alcohol nadrukkelijk in het spel. Hassing was op tour met een voorstelling en elke dag in de bus naar huis werd de rode wijn doorgegeven. Thuis dempte hij de boel met pure wodka. “Bij de Jellinek hebben ze het over ‘eenheden’ en ik denk dat ik toen dagelijks tussen de 15 en 20 eenheden alcohol dronk. Pas dan zakte ik een beetje weg en kon ik ontspannen. Het werd pas een probleem toen mijn vriend het merkte en me op een dag een spraakbericht stuurde. ‘Ik wil je toch nog even iets zeggen…’ begon het en ik wist wat er ging komen, maar wilde het niet horen. Toen we net verkering hadden dronk hij nog met me mee, maar daar was hij mee gestopt en toen werd het voor hem heel duidelijk. Ik heb meteen een muur om me opgetrokken. Het valt wel mee, zei ik, alle acteurs drinken. Wat hij vooral onprettig vond, was mijn wazige blik en dat ik er ’s avonds niet echt meer was.”

“Op vakantie had ik last van keelpijn, wat niet handig is voor een stemacteur. In plaats van dat ik aan mijn weerstand werkte, dronk ik gewoon door. Ik beweerde zelfs dat wodka goed is voor je stem. Op een avond, toen we uit eten waren, zei hij het ronduit: dat hij wilde dat ik stopte en dat hij anders misschien wel bij me weg zou gaan. Toen ben ik heel boos op ’m geworden. We verdwaalden in het dorpje waar we waren, konden de auto in eerste instantie niet vinden. Uiteindelijk reden we zwijgend naar het appartement en daar heb ik weer een flinke bel ingeschonken. De volgende dag ging ik wandelen in de bergen en stuurde hij me opnieuw een spraakbericht, waarin híj zijn verontschuldigingen maakte. Ik dacht: dat heb ik even mooi opgelost. Terug in Nederland lag hij ’s avonds in bed te luisteren hoe ik het vriesvak opende om de fles wodka eruit te trekken. En een kwartier later wéér.”

Samen met Pepijn Schoneveld maakte Hassing voor de VPRO de YouTube-serie Hehobros, waar later een theaterversie van gespeeld ging worden: Hehobros on Tour. “We produceerden het zelf, dus dat was enorm spannend en die stress moest onderdrukt worden, in de vorm van shotjes wodka in de middag. Dat gebruik wakkerde mijn hypochondrie aan: ik voelde wat in mijn buik en in mijn zij en ging overal op drukken, zo hard dat ik op een gegeven moment vol zat met blauwe plekken. Die spiraal van hard werken, ingebeelde ziekte en wodka maakte dat ik op een dag instortte en we de rest van de voorstellingen moesten cancellen.”

Bodem aantikken

Wie zoveel drinkt, kan pas stoppen als hij diep genoeg gegaan is, eerst moet de bodem worden aangetikt. Voor mij was dat toen ik op een ochtend wakker werd in de schuur, zittend op de fiets waarmee ik die nacht was thuisgekomen. Op mijn scheenbeen zat een open wond die ik niet kon plaatsen en toen dacht ik: dit is geen leven. Maar ik wilde wél leven.

Hassing raakte nog niet de bodem toen Hehobros on Tour was stopgezet. “Ik stopte niet met drinken, wel met werken. Ik heb een fles limoncello aan mijn mond gezet en ben op bed gaan liggen. De zon scheen op mijn gezicht, ik voelde een enorme opluchting over me heen komen.”

Angststoornis

Wat wel duidelijk was: dat er hulp moest komen. Een arts stelde een angststoornis vast en schreef antidepressiva voor, terwijl hij eerst nog bleef drinken. Om te beginnen alleen drank die in huis was. “Heel vieze drankjes, ik herinner me macaronlikeur.” Daarna werd het toch weer de slijter, waar Hassing zijn favoriete wodka kocht. “Ik had uitgebreid voor mijn vriend gekookt. Voor we aan tafel gingen, zag ik dat ik de fles al voor de helft had leeggedronken. Toen heb ik allemaal dingen tegen hem gezegd waar ik me niets meer van kan herinneren. Hij heeft me verteld wat ik er allemaal uitgooide: dat het niet meer ging zo, dat hij beter verdiende, dat het me zo speet en dat ik opgenomen moest worden.”

Twee keer in zijn leven hield Hassing iets binnen voor de buitenwereld. Eerst dat hij homo was én daarna dat hij alcoholist was. Je zegt dat je het ene bent, maar bent eigenlijk het andere. Op de vraag of hij nu kan zijn wie hij werkelijk is, trekt Hassing de vergelijking met het eczeem waar hij als kind zo’n last van had. Terwijl hij met zijn wijsvinger langs de binnenkant van zijn arm strijkt, zegt hij: “Alles komt nu heel hard binnen. Ik huil veel en word ook veel sneller boos om dingen. Mijn buitenkant is heel dun. Dat was ook zo toen ik uit de kast kwam. Alleen zat er toen make-up, een jurk en een panty overheen. Nu niet meer.”

Reacties zijn welkom op onverdoofd@parool.nl

Onverdoofd

Paroolcolumnist Erik Jan Harmens (1970) stopte acht jaar geleden met drinken en schreef daar onder meer de autobiografische roman Hallo muur over. Hij leeft niet langer in het donker, maar het licht is ­eigenlijk té licht en het verlangen naar bedwelming nooit helemaal weg. In gesprekken met veel­gebruikers en gematigden, te lezen in de krant en te beluisteren als podcast, zoekt hij antwoord op de vraag: Is het mogelijk om onverdoofd te leven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden