PlusBoekrecensie

Ach Jezus, die hond: schitterend en wrang debuut van Joep van Helden

Elk van de twaalf verhalen in Jerrycan is een wereld op zich. Samen vormen ze een sterk herkenbaar universum: dreigend, rauw, industrieel, en dan opeens vol warmte en verlangen. Joep van Helden (1988) laat in zijn debuut de rillingen over je rug lopen en geeft je in een volgende alinea buikpijn van ontroering.

Dries Muus

Van Helden bevolkt zijn werelden met grenzen verkennende jongeren, hele en halve criminelen, marginale types en mislukte revolutionairen, kunstenaars en techneuten. Eén ding hebben ze gemeen: ze zijn net niet zó ontspoord dat er geen weg terug meer is. Van Helden biedt ze steeds een sprankje hoop, op z’n minst op tijdelijke verdoving, maar af en toe ook op langduriger, overweldigender geluk.

Juist die hoop maakt hun vastgelopen levens des te treuriger, en de verhalen nu eens schitterend en dan weer wrang.

In een van de hoogtepunten, het gedurfde Tijdens het einde, schakelt Van Helden snel tussen minstens zes personages: een terminale vrouw, een ambulancechauffeur met een stervend huwelijk, twee radeloze ouders, een doodenge crimineel, een ontwapenende drugskoerier, en zelfs een hond (ach Jezus, die hond). De schrijver laat zien hoe al die geïsoleerde levens met elkaar verbonden raken na een vreselijk, maar ook lullig-alledaags ongeluk – dat indirect veel grotere rampen dreigt te veroorzaken. Die opzet doet denken aan het geweldige verhaal The Chain van de Amerikaanse grootmeester Tobias Wolff. Qua stijl heeft Tijdens het einde, en eigenlijk de hele bundel, meer weg van de onderkoelde, maar nooit kille zinnen van Gerda Blees.

Klein wonder

Het verhaal zit bomvol gruwel en had makkelijk uit de bocht kunnen vliegen. Dat het toch nergens over the top wordt, zo’n medley van totaal verschillende figuren, vol dood en misdaad, ongeluk en ziekte, in nauwelijks vijftien pagina’s, is een klein wonder.

Alle personages in Jerrycan hebben een eigen, overtuigende stem, en Van Helden slaagt erin om zijn heldere, schijnbaar registrerende zinnen een aangrijpende, duistere lading te geven. Dat krijgt hij zonder overduidelijk effectbejag voor elkaar, in bijna elk verhaal, met zinnen die op zichzelf niet eens zo heel bijzonder lijken: ‘In een kantoortje op de negentiende verdieping van het Antwerps ziekenhuis wordt aan de ouders van Axelle gevraagd of ze willen gaan zitten.’

In het verhaal, perfect getimed, is het een mokerslag.

Joep van Helden: Jerrycan. Atlas Contact, €19,99, 176 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden