PlusAchtergrond

Ace of Spades: Motörheads muzikale testament met bulderende riffs

Een glanzende heruitgave op vinyl zet het 40-jarig jubileum van Motörheads magnum opus Ace of Spades luister bij. Een goed moment om ook de maker, de woeste Lemmy Kilmister te gedenken.

Motörhead in 1975 met (van links naar rechts) Lemmy Kilmister, Larry Wallis en Lucas Fox. Beeld Getty Images
Motörhead in 1975 met (van links naar rechts) Lemmy Kilmister, Larry Wallis en Lucas Fox.Beeld Getty Images

Ze hadden zijn favoriete fruitautomaat vanuit zijn stamkroeg naar zijn appartement verhuisd. Lemmy Kilmister (1945-2015) hield van gokken. Zijn hand leek zo vergroeid met de hendel van de gokmachine van The Rainbow op Sunset Boulevard in Los Angeles dat kroegeigenaar Mikael Maglieri meteen wist wat hem te doen stond toen hij hoorde dat bij zijn beroemde gast een agressieve hersentumor was gevonden. Maglieri liet de gokmachine inladen en afleveren bij de frontman van Motörhead, die op 26 december 2015 de fatale diagnose in ontvangst had genomen met de berustende woorden ‘O, twee maanden nog maar.’ De woest ogende frontman van een van ’s werelds heftigste rockbands moest zich voorbereiden op het onvermijdelijke.

Twee dagen later ging Maglieri rond lunchtijd kijken of de automaat goed was aangekomen. Dat was hij zeker, want Lemmy – zijn echte naam was in de loop der jaren steeds meer in onbruik geraakt – had er een flink deel van de ochtend op gespeeld. Het had hem zo vermoeid dat hij tijdens het gesprekje met Maglieri in zijn leunstoel in slaap sukkelde. Hij werd niet meer wakker.

Metafoor voor het leven

Lemmy was al sinds hij voor het eerst een gokautomaat van dichtbij had gezien verzot op de spanning, het spel en de achteloosheid waarmee je om flinke sommen geld kon spelen. Die liefde drong onherroepelijk zijn liedteksten binnen, maar Lemmy vond dat een rocknummer niet serieus ‘over ronddraaiend fruit’ kon gaan. Poker paste beter. Dat spel was volgens hem een metafoor voor het leven dat draaide om de vraag wanneer je ‘all in’ moest gaan en je kaarten op tafel moest leggen. (Antwoord: zo vaak mogelijk)

Dat soort gedachten moeten Lemmy door het hoofd zijn gegaan toen hij in augustus 1980 in een studio nabij Londen op het punt stond de tekst boven die grimmige gitaarriff op te schrijven. Lemmy – dol op geschiedenisverhalen en een groot verzamelaar van nazi-memorabilia – had gelezen over het leven van de beroemde gokker en scherpschutter Wild Bill Hickok, die leefde in het midden van de negentiende eeuw, de tijd dat het Wilde Westen nog echt woest was.

Hickok, die in zijn leven meerdere shoot-outs won, werd op 39-jarige leeftijd doodgeschoten in een saloon in Deadwood, Zuid-Dakota. Hij was juist bezig met een potje poker. Toen hij getroffen onderuit zakte bleven op tafel zijn kaarten achter. De samenstelling kwam later bekend te staan als ‘the dead man’s hand’: twee zwarte achten én twee zwarte azen waarvan één dus the ace of spades (schoppen aas).

Lemmy, die de gewoonte had bij het schrijven van zijn songs te beginnen met een pakkende titel, gebruikte voor zijn ode aan Hickok allerhande metaforen uit het casino: snake eyes (dubbel 1 met de dobbelstenen), double or split en de joker. De boodschap van die 2 minuten en 47 seconden grof gitaargeweld: geniet van het spel en laat je niet afleiden door winst of verlies. Het is een mantra waaraan Lemmy zich zijn leven lang heeft gehouden.

Als kind van een dominee die zijn jonge gezin al na drie maanden in de steek had gelaten, groeide hij op voor galg en rad. Zijn naam was Ian, maar het werd al snel Lemmy. Volgens de overlevering een bijnaam die een samentrekking was van ‘Lend me a quid’. Lemmy kampte namelijk behalve met een verslaving aan gokken, whisky en speed ook met een chronisch geldtekort.

Hij stelde zelf geboren te zijn ‘met een bek in plaats van een gezicht’. En inderdaad: zijn pokdalige gezicht, lange manen en donkere gezichtsbeharing gaven Lemmy een afschrikwekkend uiterlijk. Hij had nog een overeenkomst met de hoofdpersoon uit Ace of Spades, schreef hij. Ze waren beiden ‘born to lose’, maar zei hij er zelf graag achteraan, wat je moest doen was ‘live to win’.

Rudimentaire fuck-you-all-rock

Die nietsontziende benadering van het leven stroomt door elke vinylgroef met de titel van het album, dat ter viering van zijn veertigste verjaardag vandaag in een weelderige vinyleditie verschijnt, met een concertopname uit 1981 als extraatje.

De plaat staat nog altijd recht overeind als bulderende samenballing van rudimentaire fuck-you-all-rock. Maar onder de neanderthalerriffs ligt voor wie het wil horen ook de tragiek van Lemmy, die met The Chase is Better Than the Catch zijn permanente zoektocht naar liefde op stuurse wijze beschrijft. En wie zette er ooit een bedankje voor zijn medewerkers op muziek? Motörhead deed het met (We Are) The Roadcrew.

Met het nummer Ace of Spades kreeg Lemmy in de loop der jaren een haat-liefdeverhouding. Hij klaagde dat hij weleens wat anders wilde spelen, maar dat dat niet lukte. Het lied werd wat Satisfaction is voor de Rolling Stones: een muzikaal testament. Steeds weer gromde Lemmy die omineuze tekstregels: You know I’m born to lose/ And gambling’s for fools/ But that’s the way I like it baby/ And I don’t wanna live forever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden