Suhaila Abdulali

Plus Interview

Abdulali: ‘Die verkrachting overkwam mij en ik ben toch gelukkig’

Suhaila Abdulali Beeld Ernst Coppejans

Sohaila Abdulali was 35 jaar niet meer met haar verkrachting bezig geweest. Toen schreef ze het manifest Waar we over praten als we het over verkrachting hebben.

De Indiase journalist en activist ­Sohaila Abdulali (58) overleefde een groepsverkrachting in India. “Het was verschrikkelijk, maar het is niet het ergste wat een mens kan overkomen. Ik ben een gelukkig mens,” zegt ze. Daaraan twijfel je geen seconde: ze zit er ontspannen bij en haar pretogen lachen ook op de momenten dat ze niet in een bevrijdende lach uitbarst. Ze schreef het boek Waar we over praten als we over verkrachting praten.

Op 17-jarige leeftijd was Abdulali op stap met een vriend in Mumbai. Onderweg naar huis werden ze door vier gewapende mannen belaagd. Ze dreigden haar vriend te castreren als zij zich niet liet verkrachten. Na de gewelddaad praatte Abdulali als brugman om hen ertoe over te halen het leven van haar en haar vriend te sparen. Zo kwamen ze vrij, beschrijft ze onomwonden en zakelijk in haar boek. Abdulali ging studeren in Amerika, schreef een scriptie over verkrachting in India en werkte een tijdje in het Rape Crisis Centre in New York.

U benadrukt dat de verkrachting niet veel invloed op uw leven heeft gehad. Toch schreef u een boek over het onderwerp.

“Ik publiceerde 35 jaar geleden een artikel in het Indiase tijdschrift Manushi. Dat veroorzaakte enige ophef, omdat niemand eerder over verkrachting had geschreven. 35 jaar later postte iemand dat artikel op ­Facebook naar aanleiding van het nieuws over Jyoti Singh (de student die in 2012 in Delhi door zes mannen in een bus werd verkracht en overleed aan haar verwondingen, red.) en dat ging viral. Ik besloot in een artikel in The New York Times een reactie te geven vanuit mijn huidige perspectief. Toen werd mij door diverse uitgevers gevraagd om een memoir te schrijven.”

“Let wel: ik was er al 35 jaar niet meer mee bezig geweest. In eerste instantie dacht ik: daar heb ik weinig over te zeggen. Ik wilde ook geen memoir schrijven over hoe de verkrachting mijn leven heeft beïnvloed, omdat dat een leugen zou zijn. Ik wilde eigenlijk vooral met andere mensen spreken over het onderwerp.”

“Ik realiseer me wel dat ik dit boek kon schrijven omdat het mij ook is overkomen. Als ik niet was verkracht en had gezegd: ‘Het is verschrikkelijk, maar niet het ergste wat je kan overkomen’, zou dat heel irritant geweest zijn, alsof een of andere man het boek zou hebben geschreven. Maar omdat het mij overkwam, mag ik zeggen: het overkwam mij en ik ben toch een gelukkig mens. En wat bleek: iedereen die ik heb gesproken, zegt hetzelfde. Zo bijzonder ben ik dus niet. Het boek is persoonlijk, omdat ik mijn gedachten uiteenzet. Het is een soort ­manifest geworden.”

Waarom was dit het moment om erover te schrijven?

“Dat wist ik niet. #MeToo kwam pas toen ik al aan het schrijven was. Ik denk dat ik me ook zonder deze ervaring aangetrokken had gevoeld tot het feminisme. Praten over verkrachting is een manier om veel verschillende onderwerpen aan te snijden: gender, armoede, klasse, kaste, de samenleving. Kijk naar de VS: ras is een enorm thema. En ras wordt vaak in verband gebracht met verkrachting. Hoewel verkrachting het meest voorkomt binnen relaties en in familiaire kringen, wordt in Amerika vooral gesproken over zwarte mannen die witte vrouwen verkrachten. Dit betreft een minderheid en veel onschuldige mannen worden opgepakt, maar de manier waarop over verkrachting wordt gesproken geeft iets prijs over de manier waarop de samenleving denkt. Ik vind dat gegeven intellectueel interessant.”

U hebt een exemplaar van het boek aan minister Grapperhaus van Justitie overhandigd. Hij wil een wet invoeren tegen elke vorm van seksueel geweld. Ook als het slachtoffer zich niet heeft verzet, moet de dader te vervolgen zijn. Wat vindt u daarvan?

“Dat klinkt goed. Ik denk niet dat het zo zal uitpakken dat ik kan zeggen: ‘Ik heb net seks gehad met die man, maar ik wilde dat eigenlijk niet. Vervolg hem alsjeblieft!’ Een wetswijziging kan ervoor zorgen dat we meer spreken over seksueel geweld.”

Wat vindt u van het manifest On rape dat Germaine Greer over verkrachting schreef? Ze schrijft: ‘Verkrachting is niet meer dan slechte seks.’

“Ik bewonder Germaine Greer erg, maar ik ben het niet met haar eens. Ik denk overigens dat we beiden hetzelfde willen: het onderwerp bespreekbaar maken. Haar methode is alleen anders. Zij provoceert en dat is ook een manier om een reactie te krijgen.”

Uw boek maakt duidelijk hoe wijdverbreid de gevolgen van een verkrachting zijn. Veel slachtoffers hebben een posttraumatisch stressstoornis (PTSS), die zich bijvoorbeeld bij de tandarts openbaart. U schrijft: ‘De eerste keer na mijn verkrachting dat een gemaskerde man met iets scherps op me af kwam, terwijl ik machteloos in zijn stoel lag, vluchtte ik bijna de behandelkamer uit.’ Hoe komt er meer bewustwording bij zorgverleners?

“In Sydney ontmoette ik een tandarts die gespecialiseerd is in patiënten met PTSS; niet alleen slachtoffers van seksueel misbruik, ook bijvoorbeeld veteranen. Zij geeft lezingen op congressen om bewustzijn te creëren, maar ook op medische opleidingen zou aandacht voor dit onderwerp moeten komen: hoe herken je PTSS? Hoe ga je ermee om?”

Verkrachting voorkomen begint met goede seksuele voorlichting, schrijft u. Hoe ziet die eruit?

“We moeten jongens en meisjes leren hoe belangrijk wederzijds respect is. De boodschap moet zijn dat seks leuk hoort te zijn. We leren meisjes nog steeds dat seks gevaarlijk is, dat het pijnlijk is, dat je zwanger kunt worden. We kunnen jongens en meisjes ook leren met elkaar te praten, om ervoor te zorgen dat beiden instemmen met wat gebeurt. En ja, dat is wél sexy. Hoe sexy is het als je niet bang hoeft te zijn tijdens de seks dat er iets gebeurt wat je niet wil, omdat je daar afspraken over hebt gemaakt? Dan ben je ook eerder geneigd te experimenteren.”

U neemt de bdsm-scène als voorbeeld.

“Precies. De afspraken zijn van tevoren duidelijk en er is een stopwoord. Seks wordt toch alleen maar beter als je alles kunt proberen? Als mijn vriend een touw pakt en me vast wil binden, ben ik eerder geneigd dit te proberen als ik weet dat hij stopt op het moment dat ik het niet leuk vind. Dan wordt seks een avontuur.”

Heeft schrijven over verkrachting u nieuwe inzichten opgeleverd?

“Het heeft ertoe geleid dat ik meer ben gaan nadenken over het zwijgen rondom dit onderwerp. Ik denk nog steeds: Praat gewoon over verkrachting, het is een onderdeel van de samenleving en het is ‘oplosbaar’.”

Non-fictie, Sohaila Abdulali, Waar we over praten als we over verkrachting praten Vertaald door Henny Corver, Atlas Contact, €21,99 245 blz Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden