PlusInterview

Aanklacht tegen de uitroeiing van Canadese natuur: ‘Ik leefde in harmonie met mijn omgeving, tot die stroper opdook’

Gabrielle Filteau-Chiba laat in haar roman De wilden zien hoe de Canadese natuur vooral een gebruiksvoorwerp is. ‘Je kunt hier zonder enig probleem dieren martelen. Er staat niet eens een boete op.’

Marnix Verplancke
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Het begon in 2014. Gabrielle Filteau-Chiba woonde toen al een jaar alleen in een blokhut in het midden van een groot woud in het Canadese Quebec. Stromend water, elektriciteit of verwarming had ze niet, en omdat ze zich soms eenzaam voelde, adopteerde ze een hond. De eerste herfst dat hij bij haar woonde, raakte hij vast in een strik van een stroper. Ze vond hem op tijd terug, maar veel scheelde het niet.

“Ik voelde me zo machteloos,” herinnert ze zich. “Dat was zo laf, die strik, en omdat ik niet veel anders kon dan schrijven, begon ik aan een stuk voor een lokale krant, waarin ik wilde melden wat er gebeurd was en de arrogantie van de stropers aanklagen. Zij verstoren niet alleen het ecosysteem van het bos, ze laten ook hopen afval achter. Ze hebben gewoon nergens respect voor.”

Wildcamera bij de douche

Maar wat Filteau-Chiba schreef, werd meer dan een krantenstuk – het werd het begin van een roman. In De wilden volgen we Raphaëlle, een jonge vrouw die in een camper in het Canadese woud woont en net een hond heeft geadopteerd, een bastaard die zweeft tussen een husky en een coyote, die aan het begin van het jachtseizoen in de strik van een stroper belandt. Alleen is Raphaëlle geen schrijfster, maar boswachter.

Raphaëlle wil weten wie de strikken zet, en dat blijft niet lang een geheim. Omdat ze de overblijvende strikken van de stroper onklaar heeft gemaakt, komt hij achter haar aan. ’s Nachts hangt hij een strop voor haar raam, hij installeert een wildcamera op de plaats waar ze doucht en uiteindelijk breekt hij zelfs haar camper open en laat een coyotepels op haar bed achter.

Een thriller, zo lijkt het, maar daar is het Filteau-Chiba allerminst om te doen. Wat zij voor ogen had met het schrijven van haar toch wel opmerkelijke roman is een ode brengen aan de schoonheid van de wilde natuur, de wijsheid van de inheemse First Nationstam en de kracht van vrouwen.

Gabrielle Filteau-Chiba: 'Ik verkocht al mijn bezittingen, nam ontslag, kocht een tweedehandsauto en vertrok naar de blokhut.' Beeld Véronique Kingsley
Gabrielle Filteau-Chiba: 'Ik verkocht al mijn bezittingen, nam ontslag, kocht een tweedehandsauto en vertrok naar de blokhut.'Beeld Véronique Kingsley

“Dat die stroper mijn terrein was binnengedrongen voelde als een aanranding. Ik had het toen erg naar mijn zin in mijn boshut. Iedere nacht hoorde ik de coyotes zingen. Aanvankelijk was ik bang geweest, maar nadat ik een tijd dicht bij hen had geleefd, wist ik dat ik niets te vrezen had. Ik leefde in harmonie met mijn omgeving tot die man opdook en het stil werd omdat hij de coyotes afslachtte.”

Waarom ging u in die boshut wonen?

“Ik groeide op in Montreal, de belangrijkste stad van Quebec. Ik was een echt stadsmens, tot ik op mijn 22ste afstudeerde en als vertaler aan het werk ging. Ik had een fantastische baan, met een eigen kantoor en een raam met daglicht. Ik mocht dus niet klagen.”

“Alleen keek het raam uit op de muur van het tegenoverliggende kantoor. Beneden was een binnenplaatsje met een boom die naar boven groeide op zoek naar licht en dus vooral een stam was. Meer dan die gevangen boom zag ik niet.”

“En zo voelde ik me opgesloten in de succesmaatschappij. Dat zag ik me echt geen veertig jaar volhouden. Ik was dringend toe aan vakantie, dacht ik, dus nam ik een week verlof. Ik trok naar de regio Kamouraska en bleef er uiteindelijk acht jaar hangen. Ik vond het er zo mooi.”

“Misschien staat hier wel iets te koop, dacht ik en dus begon ik wat rond te kijken. Toen stuitte ik op die blokhut, omgeven door een groot bos en met een rivier voor de deur, die voor een spotprijs te koop stond. Dat kon ik gewoon niet laten gaan.”

“Ik zag op het terrein afdrukken van dierenhoeven en dat gaf pas echt de doorslag. Het was bijna een kinderdroom die werkelijkheid werd. Ik had altijd willen schrijven. Ik had niet veel nodig – een tafel, een bed en een houtkachel. Ik verkocht al mijn bezittingen, nam ontslag, kocht een tweedehandsauto en vertrok. Uiteindelijk woonde ik drie jaar in de boshut, alleen met mijn hond. Ik schreef, tekende en dwaalde door de bossen.”

Maar jagen deed u niet?

“Dat is hier een gevoelig onderwerp. Iedereen heeft wel een jager in de familie. Bovendien hebben de indianen jachtrechten en ook hun wilde ik met mijn boek niet tegen de haren in strijken. Ik heb respect voor de wijze waarop zij jagen.”

“Zij houden rekening met de dieren, doden er niet meer dan nodig en gooien ook niets weg. Ze gebruiken het vlees, de huid en het gewei. Zij danken de natuur en de dieren, zingen liederen, dat is heel iets anders dan die witte stropers met hun strikken die overal in het bos karkassen achterlaten. De indianen jagen niet voor de lol of voor geld.”

“Ik lees hoe in Europa de natuur weer plaats krijgt en hoe wolven stilaan terugkomen. In Canada zitten we wat dat betreft nog in de middeleeuwen, de natuur wordt hier stelselmatig uitgeroeid. Zeker de grote predatoren hebben het moeilijk, waardoor het ecosysteem honderden jaren lang verstoord raakt. Samenleven met de natuur is hier nog niet ingeburgerd.”

Het bos trekt een bepaald type mannen aan, toont u in uw boek, stoer en gewelddadig. Heeft het te maken met de afwezigheid van sociale controle?

“Ik denk het niet, het ligt eerder aan de cohesie van kleine, gesloten gemeenschappen. Toen ik nog in de hut woonde, leerde ik geleidelijk aan de regels van zo’n kleine gemeenschap kennen. Een ervan is dat lokale bewoners altijd voor elkaar opkomen en er daardoor een sfeer van straffeloosheid ontstaat. Brute en wrede mannen, die dieren pijnigen of vrouwen misbruiken, worden daar niet op aangesproken omdat ze tot de groep behoren. Zij zijn daar geboren, terwijl jij altijd een buitenstaander blijft.”

Mag je dan zomaar vallen zetten in de tuin van je buur?

“In Canada wel, omdat de wetgeving nog uit de negentiende eeuw stamt, de tijd dat mensen de wildernis introkken en voor hun overleven aangewezen waren op de dieren die ze konden vangen. Iemand verbieden vallen te zetten zou hem dus het overleven onmogelijk maken. Vandaar dat het ook verboden is om strikken van anderen te verwijderen, ook al liggen ze op jouw land.”

“Dat die wetgeving hopeloos verouderd is en vandaag misbruikt wordt door mensen die in hun eentje honderden dieren vermoorden, kan de overheid niet schelen. Dierenrechten staan hier helemaal onderaan op het prioriteitenlijstje. Winst staat veel hoger. Je kan ook zonder enig probleem dieren martelen, trouwens. Daar staat niets eens een boete op.”

In Europa wordt Canada gezien als een vooruitstrevend land. U lijkt in uw boek vooral te willen afrekenen met die mythe.

“Op het vlak van dierenrechten en ecologisch bewustzijn heeft Canada nog een lange weg af te leggen. Steeds meer bossen worden gekapt, de mijnbouw breidt nog uit. Voor de meeste Canadezen is de natuur een gebruiksvoorwerp, iets waar je geld aan verdient. En waarom zou je er zorg voor dragen? Er is immers zo immens veel natuur. Het hele noorden is leeg. Daar woont niemand, en dus is het een grabbelton voor mensen die er hun slag willen slaan.”

“Canada is geen land, het is een grondstoffenkolonie en alle wetten zijn erop gericht om zoveel mogelijk geld te verdienen aan die grondstoffen. Dat koloniale hebben we nog steeds niet kunnen afschudden. We vallen nog altijd onder de Britse kroon. Elizabeth II is ons staatshoofd. In het boek dol ik daar wat mee door een paar jagers op te voeren die haar portret als schietschijf gebruiken. Maar ergens schuilt daar wel een oprecht gevoel achter, zeker in Quebec.”

“We zitten vast in een oubollige manier van denken gericht op exploitatie van de natuur, en dat terwijl wij samen met Rusland over de laatste boreale wouden ter wereld beschikken. Die moet je niet kappen. Die moet je koesteren.”

null Beeld

De wilden

Gabrielle Filteau-Chiba
Vertaald door Sanne van der Meij
Prometheus, €22,50, 264 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden