PlusAchtergrond

6 schilderijen van Vermeer onderzocht: welke details zien we al eeuwen over het hoofd?

Na Meisje met de parel worden zes andere Vermeers in Nederland onderzocht met de laatste technieken. Alles om dichter bij de werkwijze van de mysterieuze meester te komen.

Johannes Vermeer, Gezicht op Delft. Beeld Mauritshuis
Johannes Vermeer, Gezicht op Delft.Beeld Mauritshuis

De verwachtingen in Nederland zijn hooggespannen. In Dresden wordt dit jaar een gerestaureerd schilderij van Johannes Vermeer (1632-1675) gepresenteerd waarvan de achtergrond spectaculair veranderd is. Onder de volledig witte muur achter een brief­lezende vrouw bleek oorspronkelijk een groot schilderij van een cupido schuil te gaan.

Het Rijksmuseum en het Mauritshuis hebben hun krachten gebundeld om ook in Nederland allerlei raadsels rond Vermeers materiaalgebruik en werkwijze op te lossen. Met behulp van de allerlaatste beeld- en scantechnieken en digitale microscopie gaat men op zoek naar Vermeers penseelvoering, gebruik van pigmenten en de opbouw van zijn schilderijen. Het Rijksmuseum heeft vier Vermeers in de collectie: Het melkmeisje, Brieflezende vrouw, Het straatje en De liefdesbrief. Het Mauritshuis bezit er drie: Meisje met de parel, Gezicht op Delft en Diana en haar nimfen. Dat zijn tegelijk alle zeven Vermeers in Nederland.

Edwin Buijsen, hoofd collectie en wetenschap van het Mauritshuis: “We zijn allebei instellingen in Nederland die zich met materiaaltechnisch onderzoek bezighouden. Het Rijksmuseum heeft heel veel apparatuur en mensen in dienst. Wij als Mauritshuis zijn wat kleiner, hebben een specialistische collectie en richten ons vooral op de Hollandse 17de eeuw.”

Meisje met de Parel had wimpers

Het project loopt tot 2025, het jaar van de 350ste sterfdag van Vermeer. Dan zullen de onderzoeksresultaten bekend worden gemaakt.

Vorig jaar rondde het Mauritshuis een onderzoek af naar Meisje met de parel. Een internationaal team van wetenschappers vond onder andere dat de achtergrond van het schilderij ook hier niet zomaar een donkere ruimte is. Vermeer schilderde het meisje voor een groen gordijn, dat in de loop der eeuwen verdwenen is door het ontkleuren van de verf. Microscopen en macro-XRF-scanners lieten zien dat er plooien van een doek hadden gezeten, maar bijvoorbeeld ook dat het meisje wimpers had. De bruine streepjes verf zijn niet meer met het blote oog te zien, omdat de pigmenten zo goed als verdwenen zijn.

Zoals bekend doet het Rijksmuseum ondertussen onderzoek naar Rembrandts Nachtwacht, om dat schilderij te kunnen restaureren. Buijsen: “Toen kwamen zij op het idee om onze krachten te bundelen en de zeven Vermeers in Nederland uitgebreider te onderzoeken met de allernieuwste onderzoekstechnieken.” Zo’n vijftien onderzoekers en restauratoren van het Rijksmuseum en Mauritshuis komen maandelijks digitaal bij elkaar om de voortgang te bespreken en om gegevens uit te wisselen.

De Sfinx van Delft

Vermeers werk is geliefd, maar tegelijk is relatief weinig over hem bekend. Niet voor niets staat hij bekend als de Sfinx van Delft. Hij wordt samen met Rembrandt en Frans Hals beschouwd als de top drie van de Nederlandse schilders uit de 17de eeuw. Maar details over zijn leven zijn relatief schaars. Zo is het onduidelijk bij wie hij in de leer ging. Over zijn motieven en opdrachtgevers is weinig tot niets bekend. Zijn werkwijze is onderwerp geweest van verhitte debatten – niemand weet hoe het echt zit.

Een van de hete hangijzers in het onderzoek naar de werkwijze van Vermeer is het gebruik van de camera obscura. Er zijn in het verleden kampen geweest van Vermeerdeskundigen die zweren dat de schilder een camera obscura of andere apparaten moet hebben gebruikt. Een film als Tim’s Vermeer brengt steekhoudende argumenten voor dat idee naar voren. Maar er zijn ook rabiate tegenstanders van deze opvatting.

Krijt gezocht

Binnen de ‘groep van vijftien’ worden alle feiten op een rij gezet om te kijken of Vermeer optische hulpmiddelen heeft gebruikt. Dat ligt volgens Pieter Roelofs, hoofd schilder- en beeldhouwkunst van het Rijksmuseum wel voor de hand, maar over de bijzonderheden hoopt men in de komende jaren meer inzicht te krijgen.

Dat geldt ook voor eventuele ondertekeningen. Die kennen we namelijk niet van Vermeer. Sterker nog, er zijn helemaal geen tekeningen van Vermeer bekend. Men hoopt nu ‘droog materiaal’ te ontdekken. Dat is dus geen verf, maar krijt of een ander materiaal waarmee Vermeer op het doek heeft getekend. Roelofs: “Dat is iets wat we nu langzaam maar zeker kunnen detecteren, maar een paar jaar geleden kon dat nog niet.”

De nieuwste technieken waarmee wordt gewerkt, zijn volgens Roelofs ‘echt spectaculair goed’ in vergelijking met de apparatuur van pakweg tien jaar geleden. “Brief­lezende vrouw is in 2011-2012 gerestaureerd en toen is ook het nodige onderzoek gedaan. De andere drie Vermeers van het Rijks zijn nooit met moderne technieken doorgelicht.”

‘Hulp’ van corona

‘Operatie Nachtwacht’ heeft volgens Roelofs zoveel nieuwe inzichten opgeleverd dat het onderzoek naar Vermeer daar nu ook van gaat profiteren. “Het is een gestructureerd onderzoeksprogramma waarin ook alle technieken worden toegepast om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het kunstenaarschap van Vermeer en de keuzes die hij maakte. Dat is nieuw. Conservatoren, restauratoren en wetenschappers werken nu samen. En dan heb je nog de datawetenschappers. Zo’n samenwerking is heel beproefd aan het raken. Dan is het mooi dat je dat ook meteen kunt toepassen op Vermeer.”

Corona hielp ook een handje. Door de sluiting van de musea konden de Vermeers, die bijna altijd in de eregalerij hangen, tijdelijk naar het Ateliergebouw aan het Museumplein, waar enorm veel onderzoeksapparatuur is.

Die apparaten gingen ook naar Den Haag. Gezicht op Delft is dit jaar onder andere gescand met de opvolger van de röntgenfoto. Roelofs: “Daarmee kunnen we een veel mooier beeld krijgen van de aanwezigheid van elementen en de gebruikte pigmenten. We hebben ook een methode die optische coherentie-tomografie heet. Dat wordt normaal gebruikt bij oogonderzoeken. Daarmee kun je de gelaagdheid van de werken in beeld brengen. Dan heb je ook nog een scanmethode waarmee je nog verder in de structuur van de verf kunt kijken. Dat is fascinerend. Zo hopen we steeds meer te begrijpen hoe Vermeers werkplaatspraktijk eruitzag.”

Zal ook hier dan een cupido opduiken? Zoiets groots lijkt onwaarschijnlijk en op basis van de eerste onderzoeken is het nog moeilijk om conclusies te trekken. Roelofs wil wel vast een voorzetje doen. “Bij Meisje met de parel bleek die donkere achtergrond meer nuances te hebben. Dat zie je bij meer van Vermeer. Als je naar zijn vlakopbouw kijkt, dan lijkt het alsof hij bijna in geometrische vormen werkt, doordat die achtergrond vaak heel donker is gemaakt. Maar eigenlijk gebeurt er veel meer dan we nu zien.”

Gezicht op Delft, maar dan de versie van Ton van Os (zie kader). Beeld Ton van Os
Gezicht op Delft, maar dan de versie van Ton van Os (zie kader).Beeld Ton van Os

‘Die kade vooraan kan nooit van Vermeer zijn’

Na jarenlange observatie stelt kunstenaar Ton van Os: de kade linksvoor van Gezicht op Delft kan niet het werk zijn van Johannes Vermeer. Het Mauritshuis prijst de ‘scherpe blik’ van Van Os, maar ziet het toch anders.

Na zijn studie aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam ging Ton van Os eens kijken naar Gezicht op Delft in het Mauritshuis. Hij was onder de indruk van het beroemde kunstwerk, volgens velen het mooiste stadsgezicht aller tijden. “Maar het viel me ook een beetje tegen. In die tijd was het schilderij overigens veel bruiner, door een vernislaag die met een latere restauratie is verwijderd.”

Bij herhaalde bezoeken aan het Mauritshuis begon het steeds meer te knagen. Die gele kade linksvoor was eigenlijk heel raar geschilderd. Het deed afbreuk aan het fenomenale stadsgezicht op de achtergrond.

Van Os: “Alle elementen van die gele onderrand vertonen een slordigheid en gebrek aan vakmanschap zoals je dat in geen enkel werk van Vermeer aantreft en al helemaal niet in het buitengewone Gezicht op Delft. Het klopt gewoon niet. Dit schilderij is door Vermeer bijna impressionistisch geschilderd met zachte contouren. Maar de voorgrond is heel illustratief.”

Van Os maakte een versie waarin de gele kade en de figuren ontbreken. En hij beschrijft op zijn site waarom dit deel van de voorstelling volgens hem niet van Vermeer kan zijn. Tegelijk dacht Van Os: wie ben ik? Het schilderij is sinds 1822 in het Mauritshuis. “In tweehonderd jaar heeft geen enkele kunsthistoricus of restaurator er iets over opgemerkt.”

Uit een röntgenfoto uit de jaren negentig bleek wel dat Vermeer de spiegeling in het water naderhand veranderd heeft. Mede op basis daarvan concludeert Edwin Buijsen, hoofd collectie van het Mauritshuis, dat het blauw van het water niet doorloopt onder de gele kade. “Het houdt daar op en het is ook om de figuren in de linker benedenhoek geschilderd.” Dat klopt niet met de theorie van Van Os, die ervan uitgaat dat Vermeer eerst water op die plek schilderde.

Bovendien, zo stelt Buijsen, is het compositieschema van Gezicht op Delft heel typisch voor de 17de eeuw. “Geen enkele kunstenaar liet zijn voorgrond helemaal open. Kijk naar Jan van Goyen of Salomon van Ruysdael. Er is altijd iets op de voorgrond te zien van hun landschappen en stadsgezichten. Dit was een beproefde techniek om diepte in de voorstelling te krijgen. We moeten ook niet vergeten dat Vermeer een fantastische kunstenaar was, maar dit is het enige echte stadsgezicht dat hij geschilderd heeft. Hij was aan het zoeken in de voorgrond, omdat hij er weinig ervaring mee had. Hij heeft daar ook een figuur weg geschilderd omdat het waarschijnlijk te vol werd.”

Hij was dus een beetje aan het worstelen, maar volgens het Mauritshuis zijn er geen aanwijzingen om te denken dat de kade niet eigenhandig is. “De verf maakt ook echt deel uit van de oorspronkelijke, bovenste verflaag.”

Dat deze partij nogal grof geschilderd is klopt, maar dat heeft Vermeer volgens Buijsen bewust gedaan, om daarmee de aandacht op de achtergrond en het stadsprofiel te vestigen. “Die figuren doen er eigenlijk niet zo toe, ze zijn er om de menselijke aanwezigheid aan te geven. De vrouw in de deuropening van Het straatje heeft ook geen gezicht. Ik moet wel zeggen dat Ton van Os een scherpe blik heeft. Zijn observaties zijn heel raak, alleen verbind ik daar andere conclusies aan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden