PlusAchtergrond

50 jaar Amsterdam Pipe Museum: pijp roken als culturele uiting

Het Amsterdam Pipe Museum bestaat dit jaar vijftig jaar en behoort in zijn specialisme tot de absolute wereldtop. De donderdag uitgereikte Europa Nostra Award bevestigt dat.

Porseleinen pijp uit Ludwigsburg, Duitsland (midden 18de eeuw).Beeld Amsterdam Pipe Museum

De oudste pijp ter wereld is afkomstig van de Jama Coaque uit Ecuador. Het aardewerken object dateert van 550 voor Christus. En het bevindt zich in Amsterdam – in gezelschap van rijk gedecoreerde Franse figuurpijpen uit de 19de eeuw, Chinese ­opiumpijpen en bombastische Duitse pijpen van meerschuim.

“Veel mensen denken bij een pijp aan dat stinkende houtje waar opa op kauwde, maar een pijp is zoveel meer,” vindt Don Duco, oprichter en conservator van het Amsterdam Pipe Museum op de Prinsengracht. Duco spreekt dan ook in termen als ‘rook­instrument’, ‘cultuuruiting’ en ‘tabacologie’. Zijn vijftig jaar toewijding aan de geschiedenis van het gebruiksvoorwerp is nu erkend door ­Europa Nostra, de cultureel­erfgoedtak van de EU, in de vorm van de prijs voor dedicated service.

17de-eeuws bordeel

Duco’s fascinatie voor pijpen begon bij toeval. “Op 1 oktober 1969 werden aan de Keizersgracht drie panden gesloopt waar in de 17de eeuw een bordeel had gestaan. De klanten aten er mosselen en rookten er kleipijpen die ze na twee, drie keer gebruiken kapot gooiden. In de bouwput lagen ze voor het oprapen. Een stadsarcheoloog had Amsterdam toen nog niet en eigenlijk was niemand geïnteresseerd in dit onderzoeks­gebied op het snijvlak van archeologie en kunstnijverheid. Het nadeel van zo’n impopulair ­onderwerp is dat er amper informatie over te vinden is. Het voordeel is dat je de eerste bent.”

Duco deed eindeloos onderzoek en vulde de lacunes met tientallen artikelen. Zijn bekroonde studie uit 1987, waarin hij vier eeuwen Nederlandse pijpindustrie vastlegt, geldt nog steeds als standaardwerk. De stortvondst uit 1969 vormde het begin van een collectie die nu 30.000 objecten omvat, stuk voor stuk beschreven in een database en toegankelijk via de site pipemuseum.nl. Vorig jaar voegde Duco daar ook nog het platform pipe-portal.eu aan toe, waarmee een begin is gemaakt voor een wereldwijd netwerk van verwante musea.

Pijp van walrusivoor gemaakt door inuit in Alaska, VS (1870-1910).Beeld AMSTERDAM PIPE MUSEUM

Pijpen zijn een niche, erkent de kunsthistoricus, maar ook niet-specialisten vallen vaak ­terug op zijn expertise. “Regelmatig krijg ik de vraag om aan de hand van een afgebeelde pijp een schilderij te dateren. Omdat de pijp gebruikt werd om status te onderstrepen, was het een modegevoelig voorwerp en kun je de tijd heel scherp bepalen, op wel tien jaar nauwkeurig.”

Aan de hand van een pijp is veel te zeggen over de maatschappelijke positie, rijkdom en cultuur van zijn gebruiker. “De Kingastam uit Tanzania maakte bijvoorbeeld verticale pijpen die wel een meter boven je uittorenen,” vertelt Duco. “Zij hadden de techniek om grote stukken hardhout te doorboren. De Kubavolkeren konden dat niet. Die maakten horizontale pijpen uit meerdere delen, maar gebruikten wel veel meer decoratie.”

Antirooklobby

Wat tegenwoordig het Amsterdam Pipe Museum heet, begon in de achterruimte van de voormalige galerie Icon aan het Frederiksplein. In 1982 volgde een verhuizing naar Leiden en omvorming tot Pijpenkabinet. Twaalf jaar later kwam de collectie terug naar Amsterdam, omdat Leiden voor internationale collega’s toch een brug te ver bleek en vanwege de veilingen die toen belangrijk waren. “De belangrijkste ­collecties waren aangelegd door tabaksfabrikanten, maar die mochten na 1995 geen reclame meer maken en zagen toen ook geen heil meer in hun historische collecties. Dus werden ze ­afgestoten en konden wij belangrijke stukken verwerven.”

Duco’s collectie is inmiddels erkende wereldtop. Op de bescheiden 80 vierkante meter die het museum groot is, zijn ruim tweeduizend topstukken te zien. Het bezoekersaantal heeft de afgelopen jaren rond de zesduizend per jaar geschommeld, maar Duco ziet een kentering, veroorzaakt door de antirooklobby. “Het is ­lastig positioneren voor ons. Wij zijn tegen het roken van sigaretten, dat verslavend is en stress onderdrukkend. Pijproken, daarentegen, is rust stimulerend. Ik denk dat er over twintig jaar, als de sigaret zo goed als verdwenen is, weer een ­andere waardering is voor de pijp.”

Aardewerken pijp van de Gurunsi in Ghana (1850-1920). Beeld Amsterdam Pipe Museum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden