Plus Boekrecensie

150 brieven van (on)bekende Nederlanders

1968: Op het Amsterdamse station liggen postzakken vol brieven klaar voor verzending naar Frankrijk. Beeld ANP

‘Door brieven zien we de ­afwezigen’, luidt een aan Cicero ontleend Latijns spreekwoord, dat Jet Steinz aanhaalt in het voorwoord van haar brievenbloemlezing P.S. van liefdespost tot hatemail: de 150 opmerkelijkste ­Nederlandse brieven

De bekende en anonieme brievenschrijvers wier brieven ze heeft geselecteerd, komen inderdaad soms op een intieme ­manier dichtbij, waardoor ze tijd en afstand overbruggen.

Dat sociale media, WhatsApp en ­ e-mail de papieren brief hebben verdrongen, baart onderzoekers zorgen. Steinz: ‘Al in 1976 verzuchtte Jan Hulsker, de oprichter van wat nu het Literatuurmuseum heet (dat talloze schrijverscorrespondenties herbergt), dat “wat de letterkunde en haar geschiedenis betreft, een van haar belangrijkste bronnen dreigt op te drogen”.’

Non-fictie Jet Steinz P.S. van liefdespost tot hatemail Hertaler Ton van Strie Uitgeverij ­Podium €39,99 540 blz

De oudste brief in de bloemlezing dateert van 1527 en is afkomstig van Desiderius Erasmus en gericht aan de lector van College Trilingue in Leuven, die hij probeert over te halen de leraar Grieks niet te ontslaan. De jongste is een brief uit 2013, gericht aan de media, waarin Joran van der Sloot spijt betuigt over zijn moord op Stephany Flores, maar vooral zijn ­eigen lot beklaagt.

De samensteller dook in archieven verspreid door het hele land om brieven te selecteren, die aan haar persoonlijke selectiecriteria voldeden: de brievenschrijvers moesten van Nederlandse bodem zijn (de taal waarin de brief werd gevoerd, mocht afwijken) en de originelen moesten zijn overgeleverd, zodat ze als facsimile in de bloemlezing konden worden opgenomen.

Een goede keuze, want het is een echte meerwaarde om de handschriften, krabbels en tekeningetjes naast de getranscribeerde teksten en hertalingen van Ton van Strien te zien staan. En: de brieven moesten in een van Steinz’ dertig ­categorieën passen, zoals smeek-, dank-, gevangenis-, afwijs-, dreig-, reis- of afscheidsbrieven.

Liefdesbrieven

Zo’n wilde selectie is leuk, want er valt wat te ontdekken. Tegelijkertijd is de selectie te ruim om lekker in een onderwerp te duiken. En soms mis je de omliggende correspondentie. ­Gelukkig heeft Steinz iedere categorie en iedere brief van een inleiding voorzien met achtergrondinformatie over afzender, ontvanger en context.

Je zou verwachten dat zo’n bloemlezing bol staat van de liefdesbrieven, maar Steinz’ koos er slechts vijf, want ‘echte, vurige liefdesbrieven komen vaak op hetzelfde neer: ik hou van je, ik mis je zo, ik kan niet wachten tot we elkaar zien.’ 

Dat liefdespost niet saai hoeft te zijn, bewijst een brief van schrijver Jan Wolkers aan Annemarie Nauta in 1957. Hij omschrijft hoe hij getuige was van het liefdesspel van twee herten in de dierentuin en hoe opgewonden hij daarvan werd: ‘Als je erbij geweest was, had ik je geloof ik ter plaatse geneukt.’ Er volgt een gedetailleerde uiteen­zetting van wat hij allemaal precies met Annemarie zou willen doen.

Boze brief

Hoewel Steinz vooral brieven koos op hun (thematische) inhoud, zijn er brievenschrijvers die door hun stilistische kwaliteiten uitspringen boven de rest. 

Zoals de Indische schrijver Tjalie Robinson (‘Vincent Mahieu’), die in 1955 een ‘boze brief’ schreef aan Maria Dermoût. Robinson was in 1954 vanuit Java naar Nederland ­gerepatrieerd, waar hij zich vooral ten doel stelde om de Indische cultuur levend te houden. Hij schreef Dermoût, die ook Indisch was, dat ze ‘te verwesterd was, haar geboorteland verloochende, Europese “mooidichters” als voorbeelden had en nauwelijks bekendheid genoot binnen de Indische gemeenschap.’ ­

Robinson zag voor haar een rol als ‘boegbeeld’ van de Indische cultuur en zij weigerde die rol op zich te ­nemen. Robinsons wonderlijke ­verwijten zijn verpakt in prachtige, ietwat gedragen volzinnen.

Tijdgeest

Hij stelt een bezoek voor (of dreigt daarmee): ‘Overigens moet u zich van mij niet veel voorstellen. Als ik ­mezelf in de spiegel bekijk, merk ik ook wel dat ik veel te verscheurd ­geleefd heb altijd, verslindend of ­verslonden wordend. (..) Mijn ogen gaan steeds sterker achteruit, ­vermoedelijk door het te veel ­binnen zitten en schrijven hier in Holland. Mijn schouders zakken weg, mijn vuist is zacht; fysiek vegeteer ik. Als ik denk aan mijn tijd als atleet, als bokser, als zwerver in Sumatra’s ­oetans, dan kan ik wel huilen.’

Zulke brieven geven niet alleen een inkijkje in de gedachten en het karakter van de brievenschrijvers, ze vertellen ook iets over de tijdsgeest. Uit P.S. blijkt wat een gemis het is dat er nauwelijks meer brieven worden ­geschreven.

Misschien wil het boek wel meer zijn dan een bloemlezing; het inspireert en roept op om deze vorm van schriftelijke communicatie in leven te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden