Recensie
Süskind ***
© UNKNOWN

Süskind ***

Regie: Rudolf van den Berg
Met: Jeroen Spitzenberger, Karl Markovics, Nyncke Beekhuyzen


Rudolf van den Berg brengt met de speelfilm Süskind een hommage aan Walter Süskind, die in de oorlog honderden Nederlandse Joodse kinderen het leven redde.

De meeste Nederlanders mogen zich weinig heldhaftig hebben gedragen in de Tweede Wereldoorlog, er waren wel degelijk uitzonderingen. De joodse Walter Süskind was één van de indrukwekkendste. Dat slechts de ophaalbrug over de Amstel voor de Hermitage naar hem is vernoemd, is een mager eerbetoon voor een man, die als beheerder van de Hollandse Schouwburg naar schatting duizend Joodse kinderen het leven redde.

Süskind speelde een ingewikkeld dubbelspel met de Duitser Ferdinand aus der Fünten, die belast was met de deportatie van de Joden. Süskind werkte als lid van de (Amsterdamse) Joodsche Raad, het door de Duitsers ingestelde orgaan om anti-Joodse maatregelen soepel uit te laten voeren, gedwee mee aan de deportatie, maar achter de schermen smokkelde hij zo veel mogelijk kinderen de crèche van de Hollandse Schouwburg uit. Hij had daarbij onder meer de hulp van student Piet Meerburg.

Süskind overleefde het verzetswerk niet: toen het dubbelspel uitkwam, werd hij met zijn vrouw en dochtertje opgepakt en gedeporteerd. Süskind was toen 38 jaar.

Rudolf van den Berg voert in zijn film Süskind (sterke rol Jeroen Spitzenberger) op als een gewone man, die blij is dat hij bij de Joodsche Raad mag komen werken, omdat dat (voorlopig) vrijstelling van deportatie betekent. Hij werkt samen met Aus der Fünten (licht karikaturale Karl Markovics als schrijftafelmoordenaar), maar komt in conflict met zijn geweten als hij geruchten hoort dat Joden niet naar werkkampen worden gestuurd, maar worden vermoord. Als hij iets hoort over gaskamers, maar de leiders van de Joodsche Raad, Abraham Asscher en David Cohen, dat wegwuiven als geallieerde propaganda, vallen hem de schellen van de ogen: 'Lijkbezorgers van de nazi's, dat bent u!' Zijn verzetswerk houdt hij voor Cohen en Asscher verborgen, want zij zien verzet als nutteloze provocatie van de Duitsers. Zelfs onderduiken raden ze af.

Süskind, waarin het overvolle drama met aanzwellende muziek en emotionele uitbarstingen soms uit zijn voegen barst, gaat over persoonlijke moed in een tijd en op een plek dat het ertoe deed.

Walter Süskind is niet geboren als held, maar wordt het. Hij houdt zielsveel van zijn vrouw (Nyncke Beekhuyzen) , maar kan haar wens dat hij stopt met zijn verzetswerk ('Ik wil geen held, ik wil een man') niet vervullen, omdat hij zichzelf dan nooit meer recht in de ogen kan zien.

In schril, misschien te schril, contrast met zijn morele moed staan Asscher en Cohen, die tot het bittere einde slaafs blijven samenwerken met de Duitse bezetter.

De film is niet mild over hen, waarbij wel erg makkelijk vanuit het heden wordt geoordeeld. Het bestaan van gaskamers viel niet alleen bij Asscher en Cohen buiten het voorstelbare. (Jos van der Burg)