Je bent geneigd het bij elke nieuwe plaat die ze samen opnemen te zeggen, maar ook bij hun derde is het weer allebei waar: het huwelijk tussen de etherische elfjesstem van Isobel Campbell en de uit grind en in whisky gedrenkte sigarettenpeuken opgetrokken strot van Mark Lanegan is een in hemel én hel gezegend droomverbond. En zelfs al is het verrassingselement er nu wel af, het levert elke keer betere albums op.

Was Sunday at devil dirt twee jaar geleden het uitgebeende, gortdroge vervolg op Ballads of the broken sea, op Hawk lijkt vooral Campbell, die op één na alle liedjes schreef en produceerde, ambitieuzer dan ooit. Met arrangementen die variëren van dromerig gelaagde Serge Gainsbourg-pop (We die and see beauty reign) tot ruige bluessongs en Dylaneske countrynummers.

Maar al deed zij al het harde werk, zodra Lanegan het vocale voortouw neemt, steelt hij wel de show. Zelden klonk een verraden minnaar zo bezeten vastberaden als in You won't let me down again, en met het stomende bierfles-op-de-gitaarhals-jukejoint-nummer Get behind me blaast hij iedereen van het podium. (DIRK-JAN ARENSMAN)
(V2/Co-operative)

17 september staan Campbell en Lanegan in de Melkweg in Amsterdam, de 18de in Groningen en de 19de in de Effeenaar te Eindhoven.

myspace.com/marklanegan
myspace.com/isobelcampbell