Kunst & Media Bewaar

Gitaarheld Joe Bonamassa (38): 'Ik ben niet helemaal van deze tijd'

Joe Bonamassa
Joe Bonamassa ©

Joe Bonamassa (38), die op zijn twaalfde al in het voorprogramma van B.B. King stond,  is één van de laatste gitaarhelden. Komende week treedt de Amerikaanse bluesgitarist vijf keer op in Carré.

Op een gitaar wordt het na tien jaar pas wat. Op een iPad heb je direct resultaat.

Uw huidige Europese tournee bestaat uit eenmalige optredens in grote ­zalen. Alleen in Amsterdam staat u vijf avonden in een theater.
'Carré, my home away from home. Ik heb er vaak gespeeld, heb er ook een live-album opgenomen, en elke keer was het geweldig. Paradiso is ook bijzonder natuurlijk, maar Carré heeft iets magisch. Liever vijf keer in Carré dan één keer in een grote zaal. Bij mijn vorige bezoek aan Nederland stond ik twee avonden in de Heineken Music Hall. Die is oké, maar ik heb er geen band mee. Bij Carré denk ik meteen als ik er binnenstap: hèhè, weer thuis.'

Gitaarhelden zijn een uitstervend ras. Is het geen eenzaam gevoel één van de laatste vertegenwoordigers te zijn?
'Eenzaam voel ik me niet. Ik ben me er wel goed van bewust dat ik muziek maak die hoort bij een ander tijdperk. Gisteren werd ik tijdens een wandelingetje door Düsseldorf nog eens met de neus op de feiten gedrukt. Ik zag een straatmuzikant; niet met een gitaar om zijn nek maar met een iPad op schoot. Ik klink waarschijnlijk als een oude man als ik het zeg, maar de kids van vandaag hebben niet meer het geduld een instrument te leren bespelen. Op een gitaar wordt het pas wat als je tien jaar speelt. Op een iPad of een andere computer heb je direct resultaat. En terwijl je muziek maakt kun je gelijk je e-mail checken.'

U speelt al vanaf uw vierde gitaar.
'En meteen heel fanatiek. Mensen mogen van me zeggen wat ze willen. Als iemand mij als muzikant overschat vindt: ik zit er niet mee. Maar laat niemand zeggen dat ik er niet keihard voor heb gewerkt. Sinds ik op mijn vierde mijn eerste gitaar in handen kreeg, heb ik als een gek gestudeerd. En dat doe ik nog steeds. Ik zit hier terwijl ik met je zit te bellen met mijn gitaar op schoot.' (Hij laat even een virtuoos loopje horen.)

Is er in de 34 jaar dat u speelt, wel eens een dag voorbij gegaan dat u geen gitaar in handen had?
'Het is gebeurd, maar ik schat dat het bij elkaar niet meer dan twintig dagen waren. Dagen waarop ik te ziek was om te spelen of waarop mijn reisschema het niet toeliet.'

Wie waren in uw jeugd uw eigen gitaarhelden?
'Dezelfde gitaristen die nu nog steeds mijn helden zijn: Eric Clapton en Jeff Beck. Ik heb altijd meer van Engelse en Ierse blues gehouden dan van Amerikaanse. De Engelse interpretatie van de blues was altijd agressiever. De muziek was harder, de sound vervormd: precies wat ik zocht als tiener.'

'Clapton is al meer dan een halve eeuw de beste gitarist van de wereld, keer op keer heeft hij zichzelf opnieuw uitgevonden. Een zelfde vernieuwingsdrang heeft Jeff Beck. Grote bewondering had ik ook voor Gary Moore. Hij speelde in een zelfde stijl als ik. Ik ben hem ook veel dank verschuldigd: met zijn manier van spelen heeft hij, zeker in Europa, de weg voor me vrijgemaakt.'

Waar denkt u aan als u soleert?
'Op een goede avond ben ik toegewijd aan elke noot. Maar het gebeurt ook wel dat ik halverwege een solo denk: wat zouden we straks eten?'

Wat is de beste gitaar?
'Ik ben een Gibsonman, door en door. Een Gibson Les Paul is de gitaar waar ik het liefst op speel, maar hij mag niet van na 1960 zijn. Mijn versterkers wil ik ook uit die tijd. Alleen mijn kabels en pedalen zijn nieuw. Ik zei het al: ik ben niet helemaal van deze tijd.'

Luistert u wel eens naar eens naar ­hedendaagse muziek, bijvoorbeeld dance of hiphop?
'Ik zeg niet dat in die hoek niets creatiefs gebeurt, maar het is aan mij niet besteed. Bij EDM gaat het om het bedienen van apparatuur, dat is niet wat ik versta onder muziek ­maken. EDM ontbeert soulfulness en menselijkheid. Ik luister er niet naar, maar die jongens kunnen het heel goed af zonder mij; ze staan in stadions en verdienen miljoenen.'

En hiphop?
'Ooit was hiphop heel relevante muziek. Rappers vertelden belangrijke verhalen, verhalen over het leven in de Amerikaanse binnensteden die verteld móesten worden. Nu is hiphop vulgair, materialistisch en seksistisch. Rappers scheppen alleen maar op over hoeveel geld ze wel hebben en met hoeveel vrouwen ze het hebben gedaan. De huidige hiphop draagt bij aan een maatschappij waarin mensen niet meer beleefd ­tegen elkaar zijn en vrouwen als vuil worden behandeld. We zijn heel verwijderd van Grandmaster Flash.'


Joe Bonamassa, Carré, 10 en 12 t/m 15/3. Voor sommige avonden zijn nog enkele kaarten te koop.