Kunst & Media Bewaar

De Wilde Stad: een tijdsbeeld van Amsterdam anno 2018

De slechtvalk, die tussen de kantoortorens van de Zuidas op duiven en spreeuwen jaagt.
De slechtvalk, die tussen de kantoortorens van de Zuidas op duiven en spreeuwen jaagt. © De Wilde Stad

De makers van documentaires De Nieuwe Wildernis en Holland: Natuur In De Delta zochten voor De Wilde Stad de stadsbeesten van Amsterdam op.

Een geheim is het allang niet meer: in onze steden wemelt het van de interessante dieren en plantensoorten.

Tot ver in de vorige eeuw hadden weinigen daar oog voor. De heersende opvatting was dat de echte natuur zich buiten de stad bevindt en dat de oprukkende beschaving en ­bebouwing een bedreiging voor de wilde flora en fauna vormt.

Dat is bij sommige dieren en plantensoorten zeker het geval. Maar de natuur heeft zich intussen ook op een verrassend succesvolle manier in stedelijk gebied ­gevestigd.

Over die ontwikkeling zijn in de afgelopen decennia ­bibliotheken volgeschreven en er zijn films en televisieprogramma's over gemaakt. Met de komst van De Wilde Stad kan de Amsterdamse stadsnatuur ook in de bioscoop worden bekeken. 

Dat kan overigens al twee jaar in Eye bij Amsterdam Wildlife, de verbluffende lowbudget­documentaire van stadsecoloog Martin Melchers en programmamaker Merel Westrik.

Melchers is niet de enige stadsecoloog in Amsterdam: zijn collega's Remco Daalder en Geert Timmermans ­publiceerden volop over de stadsnatuur en adviseerden de makers van de nieuwe film.

Pathémuizen
Regisseur Mark Verkerk zocht daarvoor naar een verfrissende vorm, die de inhoudelijke strekking van de documentaire moet versterken.

Na zijn doorbraak met De Nieuwe Wildernis, waarin het ­leven in de Oostvaardersplassen spectaculair werd ontsloten, gooide Verkerk het ook al over een andere boeg in Holland: Natuur In De Delta.

Die film schetste de geschiedenis van het Nederlandse waterbeheer, die door Carice van Houten werd toegelicht, en zoomde in op vijf bijzondere diersoorten, die door Bram van der Vlugt werden becommentarieerd.

De fraaie, maar ietwat schoolse film was niet zo meeslepend en ­succesvol als zijn voorganger.

De Wilde Stad

Regie Mark Verkerk
Tekst Sylvia Witteman
Voordracht Martijn Fischer
Te zien in Arena, Cinecenter, City, Eye, Filmhallen, Het Ketelhuis, Studio K, Tuschinski

In De Wilde Stad maken het symfonieorkest en componist Bob Zimmerman plaats voor de popmuzikanten, zangers en rappers van het label Top Notch en is een door Amsterdam struinende kater de bijgoochem die de beestenbende toelicht.

Het zijn aardige vondsten, die de stedelijke natuurfilm een aanstekelijk speels karakter geven. Dat karakter wordt meteen benadrukt met beelden van de roemruchte Pathémuizen, die zich onder de bioscoopstoelen aan popcorn tegoed doen.

De voor filmopnamen getrainde kater Abatutu komt daarbij niet in actie. Het beest blijft in de hele film een aaibare observator van mens en dier, die de stad doorkruist zonder zich aan klein grut te vergrijpen.

De kater heeft andere zaken aan de kop: met de stem van Martijn Fischer en monologen van Sylvia Witteman geeft de stadsgids tekst en uitleg bij het gedrag van meerkoeten, reigers, eekhoorns, ratten, vossen en de slechtvalk, die tussen de kantoortorens van de Zuidas op duiven en spreeuwen jaagt.

Grachtengordeldier
Fischer brengt het geinig, maar de ­amuserende vorm botst regelmatig met de informatieoverdracht in het commentaar. Zou een stadskater werkelijk doorhebben dat een slechtvalk zich met een recordsnelheid van 340 km per uur op zijn prooi stort?

Als grachtengordeldier van de menselijke soort weet je natuurlijk beter, maar kijk je wel op van het spektakel van de jagende valk of bij de exotische verschijning van Amerikaanse rivierkreeften in en naast de Amstel.

Ook natuur in de stad: Pathémuizen die zich tegoed doen aan popcorn

Volwassen Amsterdammers met belangstelling voor de stadsfauna zullen de andere hoofdrolspelers van De Wilde Stad minder bijzonder vinden, waarbij de eigen waarneming allicht een rol speelt maar eerdere documentaires ook gewicht in de schaal leggen.

Sommige opmerkelijke beesten uit Amsterdam Wildlife zien we hier niet of nauwelijks terug en na Marc van Fuchts kostelijke stadsreigerfilm Schoffies maakt Verkerks rondje langs de viskramen van de Albert Cuyp weinig indruk.

Wanneer de regisseur de rol van menselijk ­afval als voedselbron illustreert met impressies van het feestgedruis tijdens Koningsdag en de Canal Parade ontstaat de indruk dat zijn film ook meer op stadsbezoekers dan stadsbewoners is gericht.

Om de snackende ratten extra sfeervol in beeld te brengen voegt Verkerk opnamen uit het Arnhemse moerriool toe. De kunstgreep herinnert aan de werkwijze van Dick Maas, die voor zijn speedboatrace in Amsterdamned een gracht in Utrecht meepikte.

Maas' film heeft inmiddels een aanzienlijke meerwaarde door het tijdsbeeld van de stad anno 1988. Dankzij de speelse vorm, de eigentijdse muziek en de geamuseerde blik van de buitenstaander zal hetzelfde voor De Wilde Stad gaan gelden.

Het wilde koffietafelboek

De Wilde Stad is meer dan een film: de documentaire vertakt zich naar een app, een website, een lesprogramma voor scholieren en het gelijknamige koffietafelboek van uitgeverij Bas Lubberhuizen.

Het is een fraaie uitgave, waarin de puike fotografie van Frans Lemmens centraal staat. De ondertitel Ongeziene natuur heeft een dubbele betekenis, want er staan niet alleen dieren in waar stadsbewoners en bezoekers doorgaans geen oog voor hebben, maar ook soorten die door de filmmakers worden genegeerd.

Tekst en uitleg wordt geboden door stadsecologen Remco Daalder en Geert Timmermans, die eerder aan de veldgids Het Amsterdamse beestenboek meewerkten. Dat beestenboek is beter geschikt voor een stadssafari dan de zware stoeptegel die bij de film verschijnt.

Maar het beste is het om eens zonder smartphone de deur uit te gaan, wat groen op te zoeken en een halfuurtje onafgebroken naar het gedrag van vogels te kijken. Ontspanning zal uw deel zijn.