Kunst & Media Bewaar

De beeldschone docuserie Stuk is geen leedmuseum

Stuk
Stuk © NPO 2

Columnist Han Lips schrijft doordeweeks over wat hem is opgevallen op televisie. Vandaag: Stuk.

Ziekenhuis-tv, Lips kan er niet meer naar kijken. Wéér zo'n verfilmd doktersromannetje. Wéér zo'n docusoap over de medische mallemolen. Wéér zo'n leedmuseum dat bij kijkers maar één gevoel wil oproepen: het zal je maar gebeuren...

Nu is er de beeldschone documentaireserie Stuk over revalidatiecentrum Heliomare. Geen leedmuseum.

Het begint al met de manier waarop regisseur Jurjen Blick een nieuwe 'revalidant' in beeld brengt. Opeens zwenkt de camera naar het plafond, zijn entree in Heliomare is gefilmd vanuit de brancard waarop de man wordt binnengereden. Hier arriveert iemand die een nieuw begin van zijn leven wil maken, geen menselijk pakketje.

Even later zijn we thuis bij wondverpleegkundige Monique, die helemaal opgaat in haar werk, omdat precies daar het slappe koord hangt tussen manies en depressies. Dan weer leven we mee met de revalidatie van de al 25 jaar in Nederland wonende Amerikaan Paul, die zijn nek heeft gebroken na een val van de trap.

Het was alsof een kwade geest op een nacht Pauls hoofd had losgemaakt

Het is typisch voor Stuk. Ja, ze hebben pech gehad, tegenslag of een ongeluk. Maar het leven gaat door en ze proberen er het beste van te maken. En dat is voor de patiënten eigenlijk niet anders dan voor de dokters, de fysiotherapeuten en de prothesemakers.

Blick spreekt zelf de voice-over die zijn hoofdpersonen karakteriseert met zinnen als korte gedichtjes. "Het was alsof een kwade geest op een nacht Pauls hoofd had losgemaakt en het zonder al te veel vakmanschap had bevestigd aan een levensgrote pop."

"Het Nederlands klonk hem in de oren als hardrock. En hij hield niet van hardrock, hij hield van jazz."

"Hij geloofde niet in wonderen, maar wel in progressie. Mensen konden weer opkrabbelen."

Stuk laat zien hoe mensen opkrabbelen.

Reageren? hanlips@parool.nl