PlusInterview

Vertrekkend hoofdredacteur Nieuwsuur: ‘We moeten nog beter uitleggen dat de wereld niet zwart-wit is’

Joost Oranje (59) vertrekt na 9 jaar als hoofdredacteur van Nieuwsuur. Onder zijn leiding groeide het uit tot het veelgeprezen programma dat het vandaag de dag is. ‘Het is cruciaal dat we minimaal een keer per week iets speciaals hebben.’

Roelf Jan Duin
Joost Oranje Beeld Sophie Saddington
Joost OranjeBeeld Sophie Saddington

Op wat nog maar eventjes de werkkamer van Joost Oranje is, hangt een foto van Dustin Hoffman en Robert Redford. Het beeld komt uit de film All the President’s Men, over het door Carl Bernstein en Bob Woodward blootgelegde Watergateschandaal dat president Richard Nixon de kop kostte, en een halve eeuw na dato nog steeds geldt als het summum van onderzoeksjournalistiek. “Die foto staat symbool voor waar het voor mij om draait in de journalistiek. Graven, uitzoeken, je vinger achter de macht krijgen.”

Oranje zwaait op 1 februari af bij Nieuwsuur – hij wordt coördinator onderzoeksjournalistiek bij Nieuwsuur en NOS Nieuws – maar de foto blijft achter. Zijn opvolger Pieter Klein, voormalig adjunct en onderzoeksjournalist van RTL Nieuws die onder meer de toeslagenaffaire onthulde, krijgt hem van Oranje in bruikleen. “Plus het advies om vooral ook te genieten van deze baan. Nieuwsuur is een almaar voortdenderende trein, het is fantastisch om daar leiding aan te mogen geven. Daar moet je af en toe bij stilstaan.”

Oranje heeft er al een indrukwekkende journalistieke loopbaan op zitten als hij in 2012 aantreedt als hoofdredacteur bij Nieuwsuur. Hij schreef een boek over de Decembermoorden in Suriname, onthulde voor NRC het Ahold-boekhoudschandaal, beet zich jarenlang vast in de politieke steun die Nederland gaf aan de Irakoorlog (hij won er de Anne Vondelingprijs mee), en werkte in een nog verder verleden, tussen 1994 en 1998, bij Nova, de voorloper van Nieuwsuur. Onder Oranjes leiding groeit Nieuwsuur uit tot een dagelijks nieuwsprogramma dat vorig jaar werd bekroond met de Zilveren Nipkowschijf. In het juryrapport werd het omschreven als ‘een programma dat dagelijks met liefde zijn verantwoordelijkheid neemt voor het controleren van de macht en het faciliteren van het publieke debat in Nederland’ en ‘in staat is snelle en scherpe vragen te stellen bij de dagelijkse actualiteit, onder het tegelijkertijd met kracht voeren van een onderzoeksjournalistieke agenda’. Oranje is er nog steeds trots op. “Het is een schitterende beloning voor waar we met de hele redactie iedere dag keihard aan werken.”

Wat trof u aan toen u in 2012 aantrad?

Nieuwsuur was onder stoom en kokend water tot stand gekomen als opvolger van Nova. Er moest een omslag worden gemaakt van een programma waar het NOS-journaal aan vastgeplakt zat tot een geïntegreerd actualiteitenprogramma. Al snel kregen we de uitzending op zondag erbij, de samenwerking met de NOS is geïntensiveerd, de anchor kreeg een belangrijkere rol, vorm en inhoud zijn veel meer in elkaar geschoven.”

Dat klinkt als veel afstemmen, overleggen en vergaderen. Is dat leuk, voor iemand die zijn inspiratie haalt uit Bernstein en Woodward?

“Zeker, maar je moet er wel de lol van in willen zien. Het publieke bestel heeft een hoop haken en ogen, en veel van het werk dat je als hoofdredacteur verzet staat op het eerste oog best ver af van de journalistiek. De uitdaging is om binnen al die beperkingen zoveel mogelijk voor elkaar te krijgen.”

“Wat in het Nipkowjuryrapport stond, over de actualiteit en het voeren van je eigen agenda, raakt de kern van wat we bij Nieuwsuur doen. We willen de kijker bedienen met het dagelijkse nieuws, waarbij we een slag dieper gaan dan het Achtuurjournaal. Maar het is cruciaal dat we daarnaast minimaal een keer per week ook zelf iets speciaals hebben. Dat kan eigen onderzoek zijn, of een mooie reportage uit Oekraïne, of een scherp studiogesprek waar nieuws uit komt. Als je dat nalaat dan zak je weg en word je als programma onbetekenend.”

Was u verbaasd dat de scherpe interviews met de lijsttrekkers, in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen, zo geprezen werden? Je zou ook kunnen zeggen: jullie deden wat een journalistiek programma behoort te doen.

“We waren niet het enige programma dat politici stevig bevroeg. Ik denk wel dat talkshows zich minder goed lenen voor echt scherpe ondervraging. Feitelijk deden we hetzelfde als in 2017, maar nu nog beter voorbereid, met nog meer research vooraf. De bedoeling was dat we de kijker inzicht gaven in waar de partijen nou echt voor staan, en dat is goed gelukt.”

Nieuwsuur heeft zich de afgelopen 2 jaar ook vastgebeten in corona. Bij grote gebeurtenissen is Nieuwsuur altijd op z’n best, dat is ook wat er van je verwacht wordt. Maar naast al het dagelijkse nieuws over corona hebben we vol ingezet op eigen onderzoek. Dat begon met het uitzoeken wie, in de beginfase van de pandemie, de besluiten nam. Er was een OMT, maar aanvankelijk was onduidelijk wie daarin zaten, op basis waarvan zij tot hun adviezen kwamen, en hoe de besluiten werden getoetst. Daarna hebben we onder meer de situatie in verzorgingstehuizen, het test- en vaccinatiebeleid en onlangs nog het gehele coronabeleid onderzocht. Daarmee maak je echt het verschil.”

Is dat nou zo? De door Bas Haan van Nieuwsuur onthulde bonnetjesaffaire, over de omstreden Teevendeal, kostte drie VVD-bewindspersonen en de Kamervoorzitter de kop, maar heeft de bestuurscultuur niet kunnen veranderen.

“Maar het legde wel een politieke cultuur bloot die je ook in de toeslagenaffaire terugzag: een cultuur van toedekken, wegkijken en glashard liegen. Ook trok de bonnetjesaffaire voor het eerst het debat los over de rol van Mark Rutte.”

“Tegelijkertijd moet je als journalist ook bescheiden zijn. Onderzoeksverhalen waar je soms jaren aan hebt gewerkt vlammen even op, in het beste geval gebeurt er dan iets mee en worden er lessen uit getrokken, maar daarna is het weer voorbij. Daar moet je niet gefrustreerd over raken: je moet ook weten waar je werk ophoudt. Journalistiek is een wezenlijk onderdeel van een goed functionerende democratie, je bent er om verslag te doen en tegels te lichten, dat zijn de twee belangrijkste pijlers van het vak. Maar je moet weten waar je macht ophoudt, en geen deel uit willen maken van de macht die je controleert.”

Bent u bezorgd over de staat van journalistiek?

“Die vraag is mij te algemeen: er is niet zoiets als ‘de journalistiek’. Ik ben minder pessimistisch dan dat ik een jaar of vijf geleden was over kranten, over regiojournalistiek, over investeringen in onderzoeksjournalistiek. Daar zie je echt positieve ontwikkelingen.”

“Wel maak ik mij zorgen over het wantrouwen. Een groeiende groep mensen vertrouwt de ‘traditionele media’ niet meer. Het betekent dat we nog beter uit moeten leggen dat de wereld niet zwart-wit is, dat we nuance moeten aanbrengen in de verslaggeving en de verleiding moeten weerstaan om nieuws net iets vetter aan te zetten om aandacht te trekken. In alle grote kwesties van de afgelopen tijd, of dat nou over Groningen, het toeslagenschandaal of de boze boeren gaat, moeten we behalve de instituties controleren, niet uit het oog verliezen dat het over ‘de gewone mensen’ gaat.”

“De snelheid van nieuws is de afgelopen 15 jaar enorm toegenomen: als er een ingewikkeld rapport uitkomt moet er binnen een paar minuten een bericht online staan, dat verwacht het publiek ook van je. Terwijl het vaak beter is om te zeggen: we moeten hier even de tijd voor nemen om het aandachtig te lezen en pas een paar uur later met een genuanceerd bericht te komen.”

“Nauwgezetheid, dat was waar Jérôme Heldring (de in 2013 overleden oud-hoofdredacteur en columnist-essayist van NRC Handelsblad, red.) altijd op hamerde. Toen ik chef van de politieke redactie van NRC was kwam Jérôme iedere ochtend naar de redactie, van 7 tot 9 was ie er. Dan hadden we interessante gesprekken, vaak over politiek en journalistiek. Is de berichtgeving wel nauwgezet, stond alles er wel in, kwamen alle perspectieven wel aan bod, daar was hij altijd heel scherp op, en dat zou ik mijn opvolger ook mee willen geven. Of ach nee, dat hoef ik Pieter eigenlijk helemaal niet te vertellen, dat weet ie zelf ook wel, daar heb ik geen enkele twijfel over.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden