PlusInterview

Sjinkie Knegt: ‘Ik heb er heel hard voor gewerkt om hier te komen’

Hij is het boegbeeld van het shorttrack, met zijn donkere baard en nuchtere houding. Sjinkie Knegt maakt zich op voor zijn vierde Winterspelen, na zijn brandongeluk drie jaar geleden. ‘Ik heb hetzelfde doel, maar op een andere manier.’

Lisette van der Geest
Sjinkie Knegt. Beeld ANP
Sjinkie Knegt.Beeld ANP

Laatst kwam er een verzoek van een sponsor. Of hij haardhout wilde aanprijzen op zijn socialemediakanaal? Sjinkie Knegt (32) begint hard te lachen als hij eraan denkt. Ze hadden waarschijnlijk de link niet gelegd. Zelf had hij het ook niet door. “Ja, dat kan wel, dacht ik. Later dacht ik: misschien is dat niet héél handig.”

Knegt is de succesvolste shorttracker van Nederland bij de mannen. En ook de meest besproken. Drie jaar geleden veranderde zijn leven toen hij thuis de houtkachel aanstak met thinner. Het ging mis, er volgde een explosie en Knegt stond in lichterlaaie. Even werd er gevreesd voor zijn leven. Hij lag maanden in het ziekenhuis en moest langdurig revalideren. Shorttrack leek ver weg.

Maar twee jaar geleden maakte hij zijn rentree op het ijs. Sindsdien is hem misschien wel 20.000 keer gevraagd of de oude Sjinkie terug is. De man van de fabuleuze inhaalacties. De eerste Nederlander met een olympische shorttrackmedaille.

Nu zit Knegt aan de keukentafel in Bantega, in de bovenwoning waar hij met zijn vriendin en hun twee kinderen woont. Beneden is de schuur waar hij het liefst dagelijks klust. Hij maakt onderdelen, onder meer voor schaatsen of auto’s. Hier in de buurt heeft hij zijn vriendengroep, mannen die ‘niks van schaatsen weten’.

Wat het sponsorverzoek betreft: tijdens zijn eerste Sinterklaasviering na het ongeluk kreeg hij aanmaakblokjes van zijn familie. Bij de ploegpresentatie eerder dit seizoen koos Knegt het nummer Play with Fire van Sam Tinnesz bij zijn aankondiging.

Toch denkt hij niet vaak aan het ongeluk, zegt hij. “Ik ben niet de persoon om avonden stil op de bank te zitten. Dan ga je misschien nadenken, maar ik ben eigenlijk altijd wel bezig.” Blik op de kachel die staat te branden: “We gebruiken ’m nog steeds, hoor.”

Vier jaar geleden dacht hij het rustig aan te doen na een zware olympische winter. Tot zijn eigen verbazing won hij desondanks drie medailles bij drie verschillende wereldbekerwedstrijden. Later zou de WK komen. “Maar dat liep allemaal even anders.”

Bracht het ongeluk ook iets positiefs?
“Nou, het is een grote les natuurlijk. Ik had nooit echt blessures. Weleens wat, maar dat was vaak met vier weekjes over. Kon ik al snel gewoon doen waar ik goed in was. Dit was anders. Dat je op het ijs staat, de helft van de training doet en er weer af moet. Dat is natuurlijk niet hoe ik in elkaar steek.”

Jij kon altijd het meest van iedereen.
“Die grapjes werden ook gemaakt toen ik weer begon met schaatsen. Als ik kapotging, en de rest nog niet, zei Jeroen (Otter, bondscoach): jullie moeten hiervan genieten, je kunt hem nu nog pijn doen.”

Knegt maakt zich op voor zijn vierde Winterspelen. Eerder dit seizoen won hij in Dordrecht zijn eerste individuele wereldbekermedaille sinds het ongeluk. Zilver op de 1500 meter. Figuurlijk goud, gezien de weg die eraan vooraf ging. Misschien is hij als mens nu iets voorzichtiger, denkt hij. “Sowieso wel met vuur, hoor.”

Wat doe je niet meer met vuur?
“Ik zou nooit meer iets met thinner aansteken. Er zijn natuurlijk weleens dingetjes... Vliegt er iets in de brand en ben ik lichtelijk paniekerig. Anders dan ik normaal zou zijn.”

Hoe vliegt er weleens iets in de brand?
“Nou, ja, in de schuur gebeuren weleens dingen, dat er iets in de brand vliegt. Dat is ook helemaal niet erg.”

En dan?
“Dan maak je het vuur uit, natuurlijk.”

Maar dan schiet het bij jou even...
“Dan reageer ik heftiger dan ik normaal zou doen. Dan zegt mijn vader: doe maar rustig.”

Wat gebeurt er dan precies?
“Ik schrik heel erg. Maar wat ik precies doe, weet ik ook niet. We hebben beneden een prullenbak. Als daar papier in zit en je staat te slijpen en er vliegt toevallig een vonkje. En als er dan toevallig ook dampen van benzine of olie in dat papier zitten, brandt het natuurlijk heel makkelijk. Dan doen we het deksel op de prullenbak en is het uit. Uiteindelijk is het heel simpel.”

Logisch dat het je wat doet, toch?
“Denk ik ook. Misschien gaat het ooit weg, misschien ook niet. Het maakt ook niet zoveel uit. Ik doe er niks meer aan, hè?”

Shorttrack vindt hij nog net zo leuk als op zijn twintigste, toen hij zijn olympisch debuut maakte. Hij houdt van het spel. Als er sleur dreigt, zoekt hij een prikkel, zoals laatst toen hij na twee jaar wisselde van schaatsijzers. In principe is dat niet heel opvallend. Wat eraan voorafging wel.

“Ik reed sinds ik terugkwam van het ongeluk op schaatsijzers waarvan iedereen zei: ‘het is onmogelijk daar hard op te gaan’. Omdat iedereen zegt dat het eigenlijk niet kan, probeer ik het toch. Ik heb het best lang volgehouden, vind ik zelf.”

Jij dacht: er kan nog wel een hindernis bij?
Hij grijnst. “Er kan nog wel een hindernis bij, ja. Laatst dacht ik: laat ik maar eens wat anders proberen. Dat gaat eigenlijk best goed, tot nu toe veel harder dan op die andere dingen. Maar dat is eigenlijk wel heel bijzonder, als iedereen al zegt dat het helemaal niet kan.”

“Misschien had die overstap wel iets eerder gekund, maar hè, dan heb ik het in elk geval wel geprobeerd. Dat zegt Jeroen ook altijd: een van mijn allergrootste talenten is dat het bij mij niet zoveel uitmaakt wat je onder mijn voeten knoopt, na een paar rondjes weet ik wat ik eraan heb en ermee kan. Ik pas me zo snel aan. En, ach, op die andere ijzers heb ik medailles gewonnen, zo slecht waren ze niet hoor.”

Praat je met bondscoach Jeroen Otter over wat je hebt meegemaakt?
“Ik spar alleen met Jeroen over schaatsen. Ik ben niet echt de persoon die daarnaar op zoek is. Ik red mezelf wel.”

Met wie praat je dan wel?
“Eigenlijk met niemand. Nou ja, met mezelf.”

Met niemand?
“Nee.”

Maar jij hebt toch genoeg te verwerken gehad?
“Ik had in het ziekenhuis ook een... hoe noemen ze dat? Een traumapsycholoog of weet ik veel wat. Nou, die is twee keer geweest en zei: ‘Met deze jongen is het kansloos.’ Die is niet meer teruggekomen.”

Waarom is het kansloos?
“Ik wilde toch niet luisteren. Dacht dat ik het zelf allemaal beter wist. Dus ze zei: ‘Deze redt zichzelf wel.’ Dat had ze echt zo gezegd. Ik luister soms ook weleens naar een ander, natuurlijk. Maar dat soort dingen, dat deel ik niet met heel veel mensen. Eigenlijk met niemand.”

Ook nooit nodig gehad?
“Ik heb nooit het gevoel gehad dat dat nodig was, nee.”

Wat is dan jouw uitlaatklep?
“Als ik gewoon lekker rustig in de garage ben, dan moet ik ook niemand om me heen hebben, hoor. Kom ik uit de training, ben ik gewoon vier, vijf uurtjes in de schuur bezig. Helemaal in mijn eentje. Dat heb ik op dat moment eigenlijk het liefst, dan ben ik met heel andere dingen bezig. Daarna stap ik in de auto, naar de volgende training.

“Ik log ook nooit in om video’s te kijken van trainingen, wat anderen doen. Als ik nou de hele dag hier voor de tv moet zitten en al die rondjes van de training moet kijken, heb ik geen leven. Ik voel wel of het goed ging of niet. Ging het niet goed, dan moet ik het de volgende dag anders doen, net zolang tot het wel goed voelt.”

In Vancouver deed hij olympische ervaring op. In Sotsji ging hij met de aflossingsploeg voor een medaille, maar was een val in de eerste bocht van de finale funest. Wel won hij daar, tot zijn eigen verbazing, brons op de 1000 meter. In Pyeongchang was hij hét boegbeeld van de shorttrackploeg, de grote favoriet om het eerste Nederlandse shorttrackgoud te winnen. Die eer ging uiteindelijk naar Suzanne Schulting. Knegt won zilver op de 1500 meter.

“Op dat moment was het een teleurstelling. Achteraf denk ik: dat was toen het hoogst haalbare. Voorafgaand aan de Spelen had ik bijna alle 1500 meters gewonnen. Maar ik kwam te vroeg op kop.” Een lach. “Helaas. Ik zeg altijd maar zo: Rintje Ritsma heeft ook geen olympisch goud en iedereen kent hem. Er stond in Pyeongchang ook veel meer druk op. Er waren meer verwachtingen.”

Voelde jij dat?
“Dat wil je natuurlijk liever niet, maar het was er wel. Ik kwam er niet onderuit. Die eerste rit op de 1500 meter was ik bang om fouten te maken. Normaal denk ik altijd: ik heb het uiteindelijk zelf in de hand, wat maakt het uit wat de rest ervan vindt?”

Waaraan merkte jij die verwachtingen? Meer media?
“Ik ben best wat gewend, dat was niet eens het grootste probleem. Maar overal werd opgeschreven dat ik de beste was. Die druk ga je gewoon voelen op de een of andere manier. Tuurlijk, bij een normale wereldbekerwedstrijd kijken ook veel mensen, maar bij de Spelen is dat het tienvoudige. Als ik niet won, had ik alleen maar verloren. Zo voelde het.”

Dán zou je kunnen denken: ik praat met iemand.
“Misschien wel. Maar wat had die dan moeten zeggen? Als de wedstrijd eenmaal bezig is, gaat het weg. Ik had na die eerste wedstrijd ook op mijn flikker gekregen van Jeroen, die halve finale daarna was gewoon wel goed. Dus prima. Ik denk dat ik de druk nu beter kan relativeren. En dat als ik geen goud win, ik ook niet zo teleurgesteld zal zijn.”

Stel je wel hetzelfde doel als vier jaar geleden?
“Hetzelfde doel, maar op een andere manier.”

Goud?
“Ja. Ik denk ook zeker dat dat nog steeds kan in de relay.”

Je verwacht eerder met het team kans te maken op winst dan individueel?

“Ja. Maar individueel kan er natuurlijk ook een hoop gebeuren. Uiteindelijk heb ik daar gewoon nog twee kansen. Op een goede dag kan daar ook een hele hoop.”

Denk jij weleens: wat ik in de afgelopen paar jaar heb gepresteerd is eigenlijk groter?
“Het is vrij bijzonder, ik heb er heel hard voor gewerkt om hier te komen. Maar ik denk niet dat een topsporter kan zeggen dat zoiets belangrijker is dan een medaille. Het is de topsporter in je die dat bagatelliseert.”

Die alles wat is geweest aan de kant schuift en alleen nog denkt: ik wil die medaille?
“Precies.”

Hoe is het met de oude Sjinkie?
“Ik ben nog steeds altijd dezelfde Sjinkie. Op sommige momenten zelfs iets beter.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden