PlusExclusief

Marieke Lucas Rijneveld is nu hij. ‘Op medisch vlak kan alles, maar de vraag is of ik daar gelukkiger van word’

Marieke Lucas Rijneveld: 'Het lichaam is tot op zekere hoogte maakbaar. Ik kijk ernaar als een beeldhouwer: je kunt er steeds iets bij doen of afhalen tot het is zoals je wilt.' Beeld Jouk Oosterhof
Marieke Lucas Rijneveld: 'Het lichaam is tot op zekere hoogte maakbaar. Ik kijk ernaar als een beeldhouwer: je kunt er steeds iets bij doen of afhalen tot het is zoals je wilt.'Beeld Jouk Oosterhof

In zijn derde dichtbundel, Komijnsplitsers, onderzoekt Marieke Lucas Rijneveld (1991) wat het betekent om te wonen: in een huis, in jezelf, in je gender en in verhoudingen tot anderen. ‘Ik denk dat we groots fantaseren, maar dat de werkelijkheid tegenvalt.’

Dieuwertje Mertens

Het woord komijnsplitsers, een ander woord voor muggenzifters, heb ik moeten opzoeken. Waarom vond u dit een geschikte titel voor uw bundel?

“Ik kwam het niet zo lang geleden tegen en werd verliefd op dat woord. Het betekent de ‘gierige mens’, maar ik vertaal het liever als ‘de zuinige mens’ die wellicht zuinig met het leven omgaat. Dat slaat wel terug op de bundel: Hoe leef je? Leef je zuinig of juist niet? Hoe woon je?”

Marieke Lucas Rijneveld, die sinds kort graag aangesproken wordt met ‘hij’ en ‘hem’, verhuisde afgelopen jaar naar een loft in een oud schoolgebouw in Utrecht. Hij dacht: hoe moet ik hier slapen met dat licht in die ruimte? Hij zette een tentje in de woonkamer om in te slapen. “Ik dacht heel lang: hoe groter ik woon, hoe ruimer ik kan denken. Maar dat is niet waar. Ik voel me fijn als iets klein en geborgen is, heel overzichtelijk. Zoals nu.”

Hij huurt voor een paar weken een vakantiechalet in Oostkapelle naast de camping waar hij vroeger met zijn ouders heenging. Hij heeft weids uitzicht op de akkers en de schapen en is vlak bij de zee. “Met die dieren dichtbij, dat is iets van mijn jeugd op de boerderij, dat voelt heel vertrouwd. Het klinkt misschien eenzaam, maar als de zee dichtbij is kan ik me niet voorstellen dat je eenzaam wordt, de zee is ook een soort vriend.”

Rijneveld is vaak verhuisd: “Ik woonde op plekken waar ik niet kon wonen en dacht steeds als ik dáár woon, vind ik echt rust. Maar als mijn verlangens werden ingelost, kon ik er toch niet wonen. Ik kwam tot de conclusie dat het draait om het lichaam waarin ik woon. Als dat goed zit, maakt het denk ik niet zo heel veel uit op welke plek je woont.”

Hoe ziet uw ideale behuizing eruit?

“Dat is moeilijk te omschrijven. Ik heb een jongen in mijn hoofd gecreëerd op wie ik steeds meer wil lijken. In het gedicht Lieve naaktbloeier; schrijf ik een beetje naar die ideale jongen toe.”

Rijneveld beschrijft een jongen met ‘bloesemlach’, ‘verrekijkersblik’, ‘rietblond haar’ en ‘sterretjesogen’.

“Het lichaam is tot op zekere hoogte maakbaar. Ik kijk ernaar als een beeldhouwer: je kunt er steeds iets bij doen of afhalen tot het is zoals je wilt. Op medisch vlak kan alles, maar de vraag is of ik daar gelukkiger van word, of dat ik gelukkiger word van het verlangen. Het is een afweging, waarin ik steeds verder kom. In het schrijven ben ik daarin veel verder dan in de realiteit. Ik denk dat we groots fantaseren, maar dat de werkelijkheid tegenvalt. Dat gaat ook op voor de liefde. Ik wil mezelf behoeden voor de teleurstelling.”

U dicht: ‘Je hebt vrees om iemand te worden die de ander niet kan hebben.’

“Er zit wel angst om net zoals bij een verhuizing het verkeerde huis te kiezen en daar dan te moeten blijven. Als je begint met hormonen word je eerst een jongen, je komt twee jaar in de puberteit, en daarna word je een man. Mijn ideaal is om een jongen te worden, ik heb nooit een man voor ogen.”

En voor je het weet ben je een kale man van middelbare leeftijd met een bierbuik.

Lacht: “Precies. Daarom heb ik besloten om zelf op een natuurlijke manier met mijn uiterlijk te spelen, zonder aan de testosteron te gaan. Ik ben bijvoorbeeld samen met mijn kapper in de spiegel bezig om het ideale kapsel te creëren.”

In het het openingsgedicht Troostzoekers dicht u: ‘Zoals geluk gevaarlijk is voor wie er spaarzaam mee omgaat,/ voor wie niet-leven een koud kunstje wordt (..) voor wie en voor iedereen is hier de plek.’ U heeft een onderkomen in taal willen creëren?

“Dit gedicht schreef ik voor mijn verhuizing. Ik woonde op een plek waar ik niet goed kon wonen, maar ik schreef wel iedere ochtend een gedicht, wat me een fijn gevoel gaf. Ik wilde een bundel over gender schrijven, maar toen ik verhuisd was, kocht ik een verhuiswoordenboek vol heerlijke woorden als ‘metselmortel’ en ‘boeiboorden’ – ieder vakgebied heeft zijn eigen mooie jargon.”

“Het huis bleek zo’n goede metafoor voor meer dan alleen gender. Ik heb iedere dag een gedicht geschreven. Het maken van deze bundel voelde voor mij naast troost, ook als een taalfeest. Deze bundel is anders qua vorm, taal en ritme, het is niet langer die stapeling van beelden als in mijn vorige bundels. Ik kan meer zeggen met minder woorden.”

Hebt u het gevoel dat u gegroeid bent als dichter?

“Ik stuurde Piet Gerbrandy een paar gedichten op voor De Gids. Hij reageerde met een mail met een uitnodiging tot nadenken over de vorm. Hij zei: ‘Ik heb het idee dat de regelafbrekingen willekeurig zijn. Dat is niet erg, maar waarom is dit dan poëzie en geen proza?’ Dat vond ik in eerste instantie natuurlijk niet zo leuk om te horen, maar later dacht ik: hij heeft gelijk. Ik ben nu kritischer gaan kijken; staan de regelafbrekingen goed? Klopt de vorm? Van die opmerking heb ik eigenlijk heel veel geleerd.”

In een aantal gedichten speelt u met herhaling, bijvoorbeeld strofes die beginnen met dezelfde beginzin: ‘Zoals geluk gevaarlijk is’ Zijn dat ook pogingen om uzelf te overtreffen; in nog betere bewoording uit te drukken wat u wil zeggen?

“Herhaling is voor mij vooral een manier om dingen te onthouden. De gedichten die herhaling bevatten zou je kunnen zingen: Wende Snijders heeft bijvoorbeeld het gedicht Troostzoekers gezongen. Het is ook een manier om de gedichten dieper in de mens terug te laten komen om ze over te brengen. In zo’n terugkerende zin kan ook een zekere schoonheid zitten.”

Een terugkerend thema in de bundel is een zeker doodsverlangen. U dicht: ‘Dat dit leven je niet past, al loop je nu eenmaal niet graag te/ koop met de dood: het staat je zo magertjes. En je vertelt dit/ omdat je er niet langer meer alleen mee wil zijn, wat je wil is/ dit: een brandtrap uit deze dag, een brandtrap uit dit gedicht.’ Ziet u op tegen de reacties die deze bekentenis zal losmaken?

“Dit hoort voor mij bij de openheid over de worsteling met het leven. Het verlangen naar de dood is net zo sterk als het verlangen naar het leven. Veel mensen kennen dit verlangen en waarschijnlijk is het van voorbijgaande aard, een tijdelijk gevoel, maar we praten er zo weinig over. Ik zie dit gedicht als de opening van een gesprek.”

De bundel begint met een zekere wanhoop in gedichten als Ontruimingsbevel, maar eindigt met Alles bewoonbaar. Dat klinkt strijdlustig.

“Alles bewoonbaar is een hoopvol gedicht en dat is ook het mooie van verlangen, dat je er hoop en troost uit kunt halen.”

null Beeld

Komijnsplitsers

Marieke Lucas Rijneveld
Atlas Contact
€19,99
104 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden