Babs Gons. Beeld Artur Krynicki
Babs Gons.Beeld Artur Krynicki

Ik kijk in talloze prachtige, nieuwsgierige ogen

PlusBabs Gons

Babs Gons

Sommige gebeurtenissen laten je niet zo snel los. Zo bevind ik me in gedachten een week later nog steeds in een mistig en koud stadspark in Antwerpen, om een filmpje op te nemen voor een literair platform. Na kort te zijn geïnterviewd draag ik een gedicht voor naar de camera en voor een publiek van een paar honderd duiven die roerloos toekijken, als er opeens een zee van kleine mensjes in gele hesjes druk kletsend met elkaar, geflankeerd door een handvol juffen, aan komt lopen.

Een spontaan idee ontstaat, de juffen vinden het goed dat ik een gedicht voordraag aan de meer dan honderd kleuters. Een paar minuten later zijn ze allemaal tot stilte gemaand en kijk ik in talloze prachtige, nieuwsgierige ogen.

Voordat ik begin, vraag ik hun om toestemming, ze liepen tenslotte zomaar door het park. Ze knikken allemaal plechtig, het mag.

Na het gedicht klappen ze en komen massaal om me heen staan, vol vragen. Wie was dat op de voorkant van mijn boek? Dat was ik. Waarom? Dat leek me wel handig, dat je weet dat het boek van mij is. Hoe heette ik dan? Babs, zei ik. Babs, herhalen er een paar in koor. Ja precies, zeg ik, Babs. En weer zeggen ze me na in koor. Een klein meisje met downsyndroom vlijt zich zachtjes tegen me aan. Ze strijkt met haar vingers over de voorkant van mijn boek. Lijkt ze niet op jouw moeder, zegt een van de juffen die haar hand vasthoudt. Het meisje knikt. De juf vertelt dat ze gelijk mijn boek gaat kopen met de boekenbon die ze net voor haar verjaardag heeft gekregen.

Omringd door de groep kinderen verdwijnt alle kou uit de lucht en moet ik denken aan de woorden van de Libanese dichter en schrijver Kahlil Gibran. Hier staan ze voor me: ‘De zonen en dochters van ’s levens hunkering naar zichzelf’.

En terwijl ze verder door het park koers zetten naar hun school, roep ik ze nog na. Dat ze elke ochtend tegen zichzelf moeten zeggen dat ze precies goed zijn. Dat wat ze ook besluiten te worden of zijn, dat het altijd goed is. Dat ze altijd denkbeeldig elkaars handen moeten vasthouden, dat ze elkaar niet uit het oog mogen verliezen, dat ze elkaars harten moeten koesteren en elkaars kwetsbaarheid beschermen. Dat ze allemaal zo ontzettend de moeite waard zijn. Dat ze niet moeten vergeten hun dromen achterna te gaan.

En dan verdwijnen ze uit het zicht, een vrolijke parade van geroezemoes en achterhoofdjes, mijn mooiste publiek ooit. Ik weet niet of ze me gehoord hebben maar plots klimt de zon door de dikke mist en een regen van hagelslag daalt neer over het park.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden