PlusReportage

Geen vergane, maar verdwénen glorie – de typische Amsterdamse voetbalcultuur verdwijnt

In de kleedkamer van DVVA. Beeld Elmer van der Marel
In de kleedkamer van DVVA.Beeld Elmer van der Marel

De typisch Amsterdamse voetbalcultuur verdwijnt. Een bekertje koffie is nu een cappuccino, er vliegen geen plaggen gras meer in het rond. Fotograaf Elmer van der Marel legde vast wat er nog is aan oude clubhuizen en kleedkamers met die onmiskenbare geur van schimmel.

Marc Kruyswijk

Het Amsterdamse voetbal valt ten prooi aan vooruitgang. Steeds een beetje meer, vereniging voor vereniging, sportcomplex na sportcomplex. Wéér iets dat beter moet worden. Comfortabeler. Gelikter. Efficiënter. Allemaal van die ontwikkelingen waar je met goed fatsoen natuurlijk niet tegen mag zijn.

Behalve als het gaat om het Amsterdamse voetbal dus. Láát die velden, die clubhuizen, die ouwe mannetjes met hart voor de vereniging. Laat wat er nog is alsjeblieft houtje-touwtje blijven, laat er niet zo over nagedacht zijn. Hoe fijn is die uitzondering in een stad die zo georganiseerd, zo spic en zo span wordt als het maar zijn kan?

Kijk naar de binnenstad en de omliggende wijken, naar de grachten, de straten en de huizen. Er wordt aan gewerkt of er is al aan gewerkt. Kosten noch moeite gespaard. En met gevolg: Amsterdam ligt er prachtig bij. Mooier dan twintig jaar geleden, dan dertig jaar geleden. Nog eens: daar kan niemand een probleem mee hebben. De stad verandert, verbetert. Onmiskenbaar.

Veteranen van FC Parkstad (Geuzenveld) kijken in de kantine voetbal. Beeld Elmer van der Marel
Veteranen van FC Parkstad (Geuzenveld) kijken in de kantine voetbal.Beeld Elmer van der Marel

Lang leken de voetbalverenigingen deze ontwikkeling te hebben gemist. Kwam je bij een willekeurige club, dan zag je soms dat de plaatselijke enthousiasteling een middagje in de weer was geweest met een kwast en een potje verf. Maar over het algemeen ademde de gemiddelde Amsterdamse voetbalvereniging een zalig soort afgetraptheid uit. De geur van schimmel, naast een bouquet van versgemaaid gras en koffie die al te lang in de pot op het warmhoudplaatje had gestaan.

Maar her en der veranderde er iets bij de clubs. Natuurgras werd vervangen door kunststofvelden, daar begon het mee. Die zondagochtenden dat je om kwart voor acht op de een of andere manier iemand aan de lijn moest zien te krijgen met de vraag of het wel doorging bij Rood-Wit A, ondanks het slechte weer van de week ervoor. Die ochtenden werden uitzonderingen. Want op kunstgras gaat het vrijwel altijd door.

De kantine van AFC. Beeld Elmer van der Marel
De kantine van AFC.Beeld Elmer van der Marel

Stad Radio Amsterdam

Ook zoiets: luisteren naar Stad Radio Amsterdam, om negen uur. Als je dan al niet hoefde te verzamelen. Op alfabetische volgorde werd voorgelezen welke velden onbespeelbaar waren. AFC, eerste veld. AFC, tweede veld. AFC, derde veld. AFC, vierde veld. Gillend tegen de radio: “Zeg dan gewoon: AFC, alles afgelast!” Vooral op de ochtenden dat je uit tegen Zeeburgia moest, of ZSGO. Dan kon het zo maar half tien zijn, voordat je uitsluitsel had. Online is beter, natuurlijk is dat zo. Het staat allemaal op websites, je klikt er zo naartoe.

En tja, kunstgras. Er vliegen geen plaggen meer door de lucht, maar wolken zwarte korrels. Vermalen autobanden eerst nog, nu schijnt het kurk te zijn. De kalklijnen, waarover materiaalmannen stadsbreed kennelijk hadden afgesproken dat die niet kaarsrecht mochten zijn, kregen de clubs er van de veldenfabriek bijgeleverd: strak, duurzaam en humorloos. Maar inderdaad: het gaat altijd door, dat zaalvoetbal zonder dak. Dat dan weer wel.

Voor de wedstrijd bij JOGA Fortius.  Beeld Elmer van der Marel
Voor de wedstrijd bij JOGA Fortius.Beeld Elmer van der Marel

Gaandeweg moesten ook de eerste clubhuizen eraan geloven. Schrootjes verdwenen, makkelijk afwasbare panelen kwamen ervoor in de plaats. De cappuccino-

machine deed zijn intrede, maar de koffie werd er niet beter van, integendeel. Laatst gehoord langs de lijn: “Je herkent aan de koffie de club niet meer, het is allemaal hetzelfde geworden.” Ouwemannenpraat, maar het gaat wel ergens over.

Spelers van AFC in de kleedkamer. Beeld Elmer van der Marel
Spelers van AFC in de kleedkamer.Beeld Elmer van der Marel

Ga nu eens kijken bij al die hypermoderne complexen, overal waar je komt. Het begon in de randgemeenten: state of the art, omnisportief. Hoofddorp, Ouderkerk aan de Amstel, Oosthuizen of Nederhorst den Berg. Rijke boeren met gemeenschapszin trokken hier de portemonnee. Of aannemers die de stad ontvlucht waren. In ruil voor naamsvermelding bij de toegangspoort. Niet zo gezellig, maar uitermate functioneel. Hier kan je altijd parkeren.

Al snel deed de moderne tijd zijn intrede ook in Amsterdam. VVA Spartaan, waar je het nog niet zo gek lang geleden na de wedstrijden moest doen met een lullig lauw straaltje in een gemeenschappelijke douchehok: zij schoven een stukje op en zitten nu in een zwarte blokkendoos, met veel spiegelend glas. Of AFC, waar de ouwe sociëteit tegen de vlakte moest: tegenwoordig lijkt het alsof een paar honderd meter verderop een vliegende schotel is geland. En Swift, ach ja, Swift. Geen club zit mooier, omringd door de majestueuze huizen van het Olympiaplein. Maar het clubhuis, van alle gemakken voorzien, voelt in alles vooral als hockey.

Het terrein van FIT op Sportpark Drieburg. Beeld Elmer van der Marel
Het terrein van FIT op Sportpark Drieburg.Beeld Elmer van der Marel

Strakgetrokken

Fotograferen, voordat het te laat is. Dat is wat Elmer van der Marel bedoelde met zijn serie over de verdwijnende cultuur bij Amsterdamse voetbalvereningingen, die hij maakte in opdracht van het Stadsarchief. “Ik wilde de oude ziel, het tijdsbeeld van het Amsterdamse amateurvoetbal in beelden vangen, voordat het verdwijnt.”

Hij is 52 jaar, precies die leeftijd dat de nostalgie zomaar ineens zou kunnen toeslaan. Hoewel het geen weemoedige foto’s zijn die hij maakte: veteranen in kleedkamers, zonder enige gêne in hun blote kont. Die clubvrouw van Sint Martinus die in tijden van corona enorme stapels shirtjes staat te vouwen. De mannen die dominoën bij Real Sranang. Het is voetbalcultuur in een decor waarin het naadloos past.

Dominoën bij Real Sranang. Beeld Elmer van der Marel
Dominoën bij Real Sranang.Beeld Elmer van der Marel

Van der Marel kent de transformatie, van binnen en van buiten. “Enkele jaren geleden is onze eigen club, Wartburgia op Sportpark Drieburg, flink verbouwd. Opgefriste kleedkamers, een nieuw kunstgrasveld. De altijd aanwezige Surinaamse kleedkamerbeheerder kreeg een beroerte. De vergankelijkheid kwam dichtbij. Vergane glorie werd verdwenen glorie. Want verenigingen fuseren, worden verbouwd of haken helemaal af. Interieurs, met in het verleden behaalde resultaten als bekers en foto’s aan de muur, worden strakgetrokken.”

Bij Real Sranang wordt een bestelling genoteerd.  Beeld Elmer van der Marel
Bij Real Sranang wordt een bestelling genoteerd.Beeld Elmer van der Marel

Hij komt als voetballer op prachtige plekken en ziet de clubs, de kleedkamers en de kantines. Hij is embedded, zoals hij het zelf zegt. “Het onderwerp staat dichtbij me, ik maak er deel van uit, de drijfveer is persoonlijk. Ik neem mijn camera mee en maak voor en na de wedstrijd een beeld van de kantines, de kleedkamers, de velden, de dug-out. Sinds enkele seizoenen spelen we in een competitie met vooral Amsterdamse verenigingen tegen elftallen uit alle geledingen van de maatschappij, ook elftallen met uitsluitend Turkse of Surinaamse mensen. We drinken bier in hun kantines. We eten er roti. Dat heb ik willen vastleggen.”

Jeugdsentiment

Het levert prachtige foto’s op. Herkenbaar beeld. Jeugdsentiment? Ja, dat moet het zijn. Van vroeger, toen alles nog beter was. Wat het niet was, natuurlijk niet. Vraag het de jochies en de meiden die nu rondhangen op clubs, die er blijven hangen als ze zelf gevoetbald hebben. Die malen niet om dat vermaledijde kunstgras of die clubhuizen die eruitzien als bedrijfskantines. Stel je voor dat ze dat zouden doen.

De stad verandert en de voetbalcultuur verandert mee. Het is niet anders. Voor hen die niet zo goed zijn met verandering is het een hard gelag. Voor hen vormen de foto’s van Van der Marel niet alleen de laatste bastions, als Gallische dorpjes die koppig weerstand blijven bieden. Voor hen is het levende geschiedenis.

Voetbal in coronatijd bij DCG: bier in de dug-out want de kantine is dicht. Beeld Elmer van der Marel
Voetbal in coronatijd bij DCG: bier in de dug-out want de kantine is dicht.Beeld Elmer van der Marel

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden