PlusVooruitblik

Jakobsen en Groenewegen over ‘hun’ Alpe d’Huez: ‘Lekker dicht langs de kant rijden en hopen dat ze me duwen’

De kans op Nederlands succes op de Alpe d’Huez, donderdag de finishplaats, is niet bijzonder groot. Steven Kruijswijk maakt een kans en anders Bauke Mollema, maar de Nederlandse winnaars van deze Tour rijden donderdag in de ‘grupetto’ omhoog. Fabio Jakobsen en Dylan Groenewegen over ‘hun’ Alpe d’Huez.

Daan Hakkenberg
Fabio Jakobsen: 'Ik moet mezelf niet al voor Alpe d'Huez opblazen. Het is altijd spannend.' Beeld BELGA
Fabio Jakobsen: 'Ik moet mezelf niet al voor Alpe d'Huez opblazen. Het is altijd spannend.'Beeld BELGA

Fabio Jakobsen (25 jaar, Quick Step-Alpha Vinyl, eerste Tour de France, één ritzege)

“Ik ben de Alpe d’Huez nog nooit op geweest. Ik ken wel de filmpjes van de oranje bocht. Ik weet ook nog de etappe dat Steven Kruijswijk vooruit was. Dat vond ik gaaf, maar hij haalde het uiteindelijk niet. Dit jaar zou Bauke Mollema het misschien kunnen doen.”

“Dylan Groenewegen en ik zullen daar tegen de tijdslimiet moeten knokken, want ook in de grupetto wordt hard gereden. Voor mij zijn dit de lastigste dagen. Een dag met een sprint is daarbij vergeleken makkelijk; dat zijn net eendagskoersen in een grote ronde. Deze dag zijn er drie grote beklimmingen. Dat is elke keer een uur, anderhalf uur klimmen. Dan kun je iets boven jezelf uitstijgen, maar geen 50 of 60 watt per klim.”

“Er is een richtlijn voor de tijdslimiet, maar de vraag is of ik die richtlijn kan houden. Tegen de tijd dat wij bij Alpe d’Huez zijn, de laatste klim, kunnen we ongeveer inschatten wat die limiet gaat worden. Maar die twee bergen daarvoor moeten we ook over en dan moet ik mezelf niet opblazen. Het is altijd spannend.”

“De daalcapaciteiten van de meeste zware mannen zijn beter, denk ik. Die maken überhaupt wat meer snelheid bergaf. Wij zijn ook gewend in finales wat sneller door bochten te gaan. In de afdalingen kunnen we dus een klein beetje tijd goedmaken en zullen we zeker niks verliezen. Op het vlakke wordt dan met 20, 30 man een dubbele waaier gedraaid. Iedereen weet dat je het met z’n allen moet doen, want in de valleien kunnen we de meeste tijd goedmaken. Voorlopig zit ik vrij goed in de grupetto. Meestal nemen de meest ervaren mannen daar de organisatie op zich, iemand als Michael Mørkøv. Er zal moeten worden samengewerkt, want je bent altijd sterker als je samen blijft.”

“Ik kijk er ook wel naar uit. Ik hoop dat we wat tijd over hebben, zodat ik ervan kan genieten. Laten we hopen op tien minuten speling, maar ik denk niet dat het zo gaat zijn. Een biertje onderweg zal niet gaan, op de top misschien eentje.”

Dylan Groenewegen, hier tijdens de achtste etappe van de Tour.  Beeld BELGA
Dylan Groenewegen, hier tijdens de achtste etappe van de Tour.Beeld BELGA

Dylan Groenewegen (29 jaar, BikeExchange-Jayco , vijfde Tour de France, vijf ritzeges)

“Ik heb de Alpe d’Huez eens gereden toen ik nog bij De Rijke reed, met mijn toenmalige ploegmaat Dex Groen. De vorige keer dat de Tour er overheen ging, in 2018, was ik er niet meer bij. Drie dagen eerder was ik hard gevallen in de etappe naar Roubaix, in die naar Alpe d’Huez stapte ik af.”

“Misschien kan Bauke Mollema vooraan meedoen. Hij zit in de Tour altijd een keer dichtbij een ritzege of pakt er een. Laten we hopen dat een Nederlander wint, altijd leuk. Maar ja, de goede klimmers willen op zo’n mooie klim allemaal laten zien dat ze de beste zijn.”

“Laat de Nederlanders langs de kant maar lekker de sprinters duwen. In die Nederlandse bocht is het altijd wel gekkenhuis. Ik ga lekker dicht langs de kant rijden en hopen dat ze me duwen. Hopelijk verder dan bocht zeven. Misschien staat mijn vader er met de camper, maar het kan ook zijn dat hij een berg eerder staat.”

“Dit is de zwaarste bergrit deze Tour, met ook de Galibier en de Croix de Fer. We starten meteen bergop, dus ik hoef me geen illusies te maken dat ik er nog lang bij zit. Het is tempo rijden en hopen dat ik het op tijd haal.”

“Normaal gesproken vindt een grote groep elkaar. Strak tempo omhoog, vol naar beneden en dan een klein stukje vallei. Daar vol kop over kop, dan weer bergop tempo rijden, vol naar beneden en weer vol naar boven. Vroeger daalde de grupetto zo snel af dat je tijd goedmaakte, maar tegenwoordig gaan die klimmers ook hard naar beneden. Die hebben de motoren voor zich, dus dat is voor hen mooi meegenomen. De sprintersploegen vinden elkaar vaak, er wordt volop gerekend met de tijdslimiet. Davide Bramati, ploegleider bij Quick Step, weet altijd precies hoe hard we moeten, hij pluist dat tot op de seconde uit.”

“Ik vrees deze dag niet, ik kijk er wel naar uit. Boven komen op de Alpe d’Huez zal geen probleem zijn. Of het op tijd zal zijn, daar moet ik voor vechten. Ik heb al een etappe op zak en dat neemt de ergste druk een beetje weg. Maar ik wil altijd Parijs halen om daar te kunnen sprinten.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden