Lezersbrief

‘Zwarte én witte mensen hebben een rol in onderzoek naar slavernij’

Zwarte én witte mensen hebben een rol in historisch onderzoek naar slavernij, vindt John Jansen van Galen. Terechte woede is geen basis om exclusiviteit te claimen.

Slaafgemaakten op een suikerplantage in Suriname, 1707. Olieverf op doek, hangend in het Statens Museum for Kunst, in Kopenhagen.Beeld Statens Museum for Kunst

‘Betrek meer niet-witte mensen bij onderzoek naar het koloniale verleden,’ begon een opiniestuk op Het Hoogste Woord van 12 oktober. Meteen dacht ik: akkoord, maar waarom moeten zwarte mensen bij zulk onderzoek betrokken worden? Waarom steken ze niet zelf de handen uit de mouwen en beginnen ze hun historie te onderzoeken? De archieven puilen uit van het materiaal. Je hoeft toch niet te wachten tot iemand je aanmoedigt?

Volgens de schrijfster van het stuk, Lara Nuberg, is het een kwestie van geld: “Op dit moment verdienen witte mensen geen salaris door de directe uitbuiting van mensen van kleur, maar door erover te schrijven.”

Ja, dat heb ik ook vaak te horen gekregen. Toen ik een boek had geschreven over het Surinaamse nationalisme werd mij bij een debatingclub in Amsterdam-Zuidoost door Surinamers voor de voeten geworpen dat zij natuurlijk zo’n boek hadden moeten schrijven, het was hun geschiedenis. En toen ik vroeg waarom ze het dan niet deden, was het antwoord dat zij daarvoor ‘natuurlijk geen subsidie kregen’. Ik kreeg dat ook niet, ik had het naast mijn werk gedaan omdat ik er aardigheid in had en het bracht weinig tot niets op, maar dat schenen de aanwezigen nauwelijks te geloven.

Voorstelbare wrok

Ik kan mij levendig de ergernis, de wrok, de woede voorstellen: eeuwenlang hebben ‘witten’ de landen van zwarten uitgebuit, hun gewassen en grondstoffen weggehaald en overzee voor veel geld verkocht, en nu, nu dat niet meer zo is, maken ze goede sier met onze geschiedenis en onze cultuur. Maar van wie is de geschiedenis? Is die het exclusieve bezit van de nazaten van de slachtoffers, bij uitsluiting van de afstammelingen van de daders?

De Nederlandse historicus Gert Oostindie schreef een puike studie over het reilen en zeilen van twee plantages in de kolonie Suriname. Had hij daar af moeten blijven? Als iemand meent dat juist onderzoekers die slaven tot hun voorouders rekenen de gang van zaken op Rosenburg en Mon Bijou dienen bloot te leggen, moet hij (of zij) dat vooral doen.

In het huidige debat, na Black Lives Matter, doet het begrip ‘culturele toe-eigening’ opgeld. De taal van Suriname, het Sranantongo, is geboekstaafd door een Nederlander, Jan Voorhoeve, de schilderkunst van Suriname is ontwikkeld onder de gedreven leiding van een Nederlandse, Nola Hatterman, de Surinaamse letterkunde is op de kaart gezet en bevorderd door een Nederlander, Michiel van Kempen. Hebben zij zich zo het Surinaamse erfgoed toegeëigend, hebben ze de cultuur van Surinamers gejat? Rijk zijn ze er bij mijn weten niet van geworden.

Als er nu iemand is die al decennia het zwarte verleden van Nederland als ‘roofstaat’ in Azië heeft onderzocht, is het wel Ewald Vanvugt, Nederlands schrijver. Maar nu krijgt hij via De Groene Amsterdammer van een ‘witte’ hoogleraar het verwijt dat zijn geschriften ‘het activisme van de witte overheerser’ vertegenwoordigen, waarin ‘de gekoloniseerde een willoos slachtoffer is’. En wel omdat er geen Aziaten in ‘aan het woord komen’. Maar Vanvugt onderzocht nu juist de wandaden van de Europeanen! Mag dat ook?

Het claimen van delen van de geschiedenis heeft iets benepens: jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn. Als het zo was dat alleen direct betrokkenen, slachtoffers meer dan daders, zich met hun ‘gedeelde geschiedenis’ mogen bezighouden, hadden we de prachtboeken van historici als de Britse Jonathan Israel en Simon Schama over de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden moeten missen.

Verschralend beeld

Multatuli is ook al op z’n retour. Hij was geen antikoloniaal, verre van, hij wilde juist een beter, humaner kolonialisme, onder de welwillende voogdij van koning Willem III. Heeft hij daarom afgedaan? Is zijn prachtige parabel van Saïdjah en Adinda ook een vorm van culturele toe-eigening? De wereld wordt heel schraal als we er zo naar gaan kijken.

Laten we niets claimen, niemand uitsluiten. Laat duizend bloemen bloeien. De geschiedenis is van iedereen.

John Jansen van Galen.Beeld ANP Kippa

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden