Lezersbrief

‘Zwarte Cross was geen kwestie van vrijheid van meningsuiting’

De ophef over de Zwarte Cross is geen kwestie van vrijheid van meningsuiting, betoogt Stephan Huijboom in deze lezersbrief. ‘De vraag is niet of harde grappen mogen, maar of het hoeft.’

Beeld ANP

Festival De Zwarte Cross verwijderde twee weken geleden na ophef een bord met ‘Allah’s afbakbar’. Dat bracht een brede maatschappelijke discussie op gang over de vrijheid van meningsuiting, die op het spel zou staan.

Het is echter niet alsof religie (waaronder de islam) plots niet meer bekritiseerd kan worden, nu er een festivalbordje is verwijderd. Inhoudelijke religiekritiek staat in Nederland geenszins ter discussie.

Ooit stond de vrijheid om religie te bespotten werkelijk op het spel. Er waren wegbereiders als Gerard Reve nodig voor een verruimde vrijheid van meningsuiting in Nederland. Wat echter decennia geleden nog ­gezegd móést worden, opdat in de praktijk getoetst kon worden of bijtende en spottende meningsuitingen daadwerkelijk mochten, hóéft tegenwoordig niet meer gezegd te worden. Inmiddels is elke religie (waaronder de islam) in Nederland uitvoerig publie­kelijk bespot.

Terughoudendheid past ook voor uitspraken over lhbtqi-mensen. Vast staat dat velen te lijden hebben onder zogenaamd grappige termen als ‘pis­nicht’. Wat is er mis met wat meer ontvankelijkheid voor de gevoelens van een ander?

De vrijheid van meningsuiting biedt in Nederland anno 2019 ruimte om van alles te zeggen, maar even­eens om dingen ongezegd te laten. Deze discussie gaat dan ook niet over ‘knabbelen’ aan (of ‘beknotting’ van) de vrije meningsuiting, maar over hoe we op een verantwoordelijke manier persoonlijk met die vrijheid omgaan. Het gaat niet om morrelen aan het principe van vrijheid (een uitingsverbod of uitingsdwang), maar om onze uitingsdrang, de gevoelde behoefte iets al dan niet te zeggen.

De drang om te spreken bestaat naast de drang iets niet te zeggen. Die laatste drang dringt voor bij de eerste, wanneer bijvoorbeeld de bewuste overweging wordt gemaakt een ander niet te kwetsen.

Context beïnvloedt het maken van die afweging. Een festival dat iedereen welkom wil heten, zal meer rekening met anderen moeten houden dan een blog dat er prat op gaat ‘node­loos kwetsend’ te zijn.

Behoedzaam spreken en weloverwogen zwijgen zijn zonder twijfel rijp voor herwaardering. Ook het ongezegde mag er gewoon zijn. ‘Sudden words must never be spoken’, zingt Thom Yorke in het nummer Ill Wind. Noem het een wachter aan de poort van onze mond, voor de deur van onze lippen. In deze tijd van trumpiaanse twittertirades blijken oeroude wijsheden hoogst actueel.

Een recht om niet (door grappen) gekwetst te worden bestaat niet, maar een verplichting om (met grappen) te kwetsen evenmin.

De vraag is niet of harde grappen in Nederland mogen, want het antwoord is bekend: ja, dat mag gelukkig. De hamvraag blijft: hoeft het? Voor de vrijheid van meningsuiting in ieder geval niet. Men kan prima besluiten iets niet te zeggen, terwijl het ongezegde nog steeds gezegd mag worden.

Stephan Huijboom is filosoof en opiniemaker bij het Apostolisch ­Genootschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden