Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Zou Jan Wolkers zich iets van een avondklok hebben aangetrokken?

PlusMaarten Moll

Er was iets met een revolver.

Het was de ochtend na de avond van de laatste avondklok. (De laatste avondklok, ik kijk er alweer met nostalgie op terug. Geen herrie op straat, de meiden veilig binnen.)

De grote schrijver S. was om kwart voor tien haastig op zijn fiets naar de bewoonde wereld vertrokken, samen met zijn vrouw K.

De koelkast was leeg, de tuintafel droeg met moeite de lege glazen en flessen, op de grond lagen zoute stengels. (Leve de koning!)

We hadden de supermaan niet gezien.

Ik stond in mijn badjas nog een beetje versuft achter het huisje in de sloot te turen met een kop koffie in mijn handen.

Zou Jan Wolkers zich iets van een avondklok hebben aangetrokken?

En daar kwam een vrouwtjeseend voorbij. Drie kleine eendjes in haar kielzog. Een vrolijk tafereel – de eendjes schoten alle kanten op, om, als zaten ze aan onzichtbaar elastiek vast, telkens weer naar moeder terug te schieten.

Ik bleef er heel lang naar kijken, tot ze uit mijn blikveld waren gezwommen.

Daarna boorde mijn blik zich weer in het water. En begon er iets piepend en knarsend op gang te komen in mijn hoofd.

Toen ik anderhalve week geleden naar de volkstuin van Jan Wolkers verhuisde, zag ik die middag in de sloot achter het tuinhuisje een moedereend met acht pulletjes zwemmen. Een vrolijk tafereel, al die door het water stuiterende eendjes.

“Ik zie er nog maar zeven!” riep M. “O nee, daar is de achtste weer.”

L., die zondag even naar de tuin kwam kijken, stond in het troebele water te turen en zei dat er zeker van die grote karpers in de wateren van Amstelglorie zouden zwemmen.

“Dat zijn jagers, hoor. Of brasems, ook geteisem. Heb je een hengel hier? Je bent geen visser? Man…”

De moedereend voerde nog zes eendjes met zich mee, zagen we een paar minuten later.

Geen spoor van vissen.

“Veel reigers hier?” vroeg L.

Het kon natuurlijk een andere vrouwtjeseend zijn geweest, dacht ik, die al haar jonkies nog bij zich heeft, maar dat was verdringing.

Ik herinnerde me twee zinnetjes uit het rijke oeuvre van Wolkers: ‘In het bos gewandeld. Jonge eendjes bang voor zuigende vissen.’ En: ‘Karpers met gesmak en gezuig. Walgelijk stelletje.’

Wolkers was een groot viseter.

Zuigende vissen.

Acht min drie is vijf verdwenen eendjes.

S. had het over John Banville gehad, de Ierse schrijver. Hij was bij hem in Dublin op bezoek geweest, en bij het maken van een foto was Banville opeens met een revolver aan komen zetten. “Die moet ook op de foto.”

Wolkers, die had ik wel in staat geacht hier op die walgelijke, zuigende vissen te schieten.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden