Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

‘Zou hij nu denken dat we een zwendelkoppel zijn?’

PlusMaarten Moll

Op een van de laatste dagen van de vakantie keken we voor een tweedehandsauto rond bij het goed bekendstaande Auto Service Doorten in het lieflijke dorpje G.

“Wat kan ik voor u doen?” vroeg eigenaar Gerald.

“We zoeken een auto,” zei ik.

Gerald maakte geen sarcastische opmerking (ik was blij dat ik dit niet in Amsterdam had gezegd). We wilden graag proefrijden in een Mitsubishi, een Ford en een Golf, en vroegen of het vaker voorkwam dat mensen een testrit willen maken in drie verschillende auto’s.

“Nee,” zei Gerald, “dat komt nooit voor. Mensen komen hier heel gericht voor één bepaalde auto.”

Hij gaf ons de sleutel van de Golf.

Bij het wegrijden keek Gerald ons na. Handen in de zij.

“Zou hij nu denken dat we een zwendelkoppel zijn? Dat we hem op de een of andere manier een loer gaan draaien?”

“Omdat we uit het westen komen?” zei M. “Wat denk je toch slecht over mensen.”

Toen we keurig met de Golf terugkeerden, stond Gerald er nog. Handen in de zij.

Later, de andere auto’s bevielen niet, stonden we bij de Golf. Ik vroeg naar het profiel van de banden, omdat ik had gehoord dat je daarnaar moest vragen.

“Dat kan nog prima,” zei Gerald na een vluchtige blik.

Ik hing met mijn hoofd op een band, richtte me weer op en keek zuinig, hopend dat hij zou zeggen dat hij er voor die prijs ook vier nieuwe banden onder zou zetten. Ik gaf nog een schopje tegen de band.

“Je moet ook wel een beetje vertrouwen in me hebben,” zei Gerald.

Zo gaat dat dus in Drenthe. Poging mislukt.

Gerald maakte een betrouwbare indruk op ons. Hij zei bijvoorbeeld niet: “Voor zo’n prijs kan ik die Golf eigenlijk niet aanbieden. En ik heb al een belangstellende… dus jullie moeten wel snel beslissen.”

En hij wilde, op verzoek van M., best een paar van die geurende dennenboompjes aan de achteruitkijkspiegel ophangen.

Het werd de Golf. We lieten er wel vier nieuwe banden onder zetten.

“Krijgen we nog statiegeld terug voor die andere banden?” vroegen we.

Gerald begon heel hard te lachen. Wij lachten wat schaapachtig mee.

Een dag later kwamen we de auto ophalen. We kregen een slagroomtaart met een op fondant geprinte foto van onze auto erop.

Gerald zwaaide ons uit. Hij keek ons na, handen in de zij.

“Zou hij nu denken dat hij ons een loer heeft gedraaid? Waren we niet heel naïef? Of ben ik nu weer heel erg wantrouwig?”

M. wuifde alles weg. “Prima auto!”

“Zullen we hem dan Gerald noemen?” vroeg ik toen we Amsterdam inreden.

Later at M. het stukje taart met het nummerbord van Gerald.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden