Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Zou de gootpijp van Reve nog te zien zijn?

PlusMaarten Moll

De Ploegstraat, Betondorp.

Een lesauto staat voor nummer 50. Alleen de rij­instructeur zit in de auto. Hij wacht, met het portier open. Een been hangt buitenboord. Hij kijkt verveeld voor zich uit.

De lucht is grauw en grijs, met soms een waterige zon.

Er waait een stuk krant voorbij.

Nummer 50 is een van de drie adressen in de Ploegstraat waar Gerard Reve heeft gewoond. Ook alweer vijftien jaar dood, vandaag.

In een televisieprogramma zei hij ooit: “Over deze hele buurt, de huizen, daken, straten, pleintjes, heeft altijd voor mij een sfeer gehangen van onpeilbaar ­diepe, onontkoombare weemoed. Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit, aldus zou ik mijn gevoelens kunnen samenvatten.”

Het weerhield hem er niet van De avonden en al die andere boeken te schrijven, al woonde hij toen al niet meer in de Ploegstraat.

Wel situeerde hij zijn mooiste boek, de novelle Werther Nieland, in Betondorp. Over de jongen Elmer die de wereld als een bedreiging ziet.

‘Op een Woensdagmiddag in December, toen het donker weer was, probeerde ik een gootpijp aan de achterzijde van het huis los te wrikken; het lukte echter niet. Ik verbrijzelde toen met een hamer enige dunne takken van de ribesboom op een paaltje van de tuinheining. Het bleef donker weer.’

Dat is de eerste, schitterende alinea van het meesterwerk.

Ik heb Werther Nieland bij me, in een uitgave waarin ook die andere geweldige novelle, De ondergang van de familie Boslowits, is opgenomen.

Noem het maar aanstellerij.

Ik sta voor nummer 50.

Het begint te hagelen. Ik stop met lezen en berg het boek op in mijn binnenzak.

Even denk ik: zou die gootpijp nog ergens te zien zijn? Of dat paaltje? Aangenomen wordt dat de ik in Werther Nieland, Elmer, Gerard Reve zelf is, en dan zou ‘het huis’ een van de drie adressen in de Ploegstraat kunnen zijn: nummer 50, nummer 57, of nummer 85.

Maar wat denk ik nu zelf? Na meer dan tachtig jaar? (Werther Nieland verscheen in 1949, en Gerard verliet in 1938 Betondorp. Cruijff liet nog jaren op zich wachten.)

Ik begin er niet eens aan.

Ik loop langs de huizen, maar ze geven niets prijs.

Ik kan alleen de tuin van nummer 50 zien. Zou Elmer hier met een ‘schillemesje’ koppen van stekelbaarsjes hebben gesneden? Om daarna te zeggen, nu volgt een van de mooiste zinnen uit de Nederlandse literatuur: ‘Dit zijn de terechtstellingen’, zei ik zacht, ‘want jullie zijn de gevaarlijke waterkoningen.’

Wie Werther Nieland niet in de boekenkast heeft staan, verdient geen boekenkast.

Een flard natte sneeuw.

Niets ademt meer naar Gerard Reve in deze straat. Voor ik de hoek omsla kijk ik nog een keer om.

De man in de lesauto zit nog steeds te wachten. Hij heeft het portier dichtgetrokken.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden