Opinie

'Zonder ondersteuning gaat het mis met de mantelzorgers in de stad’

Vijf redenen waarom het waard is te blijven investeren in mantelzorgondersteuning, zo stellen Alice de Boer, Mirjam de Klerk en Marjolein Broese van Groenou.

Bezuinigingen op de ondersteuning van mantelzorgers zou meer kunnen kosten dan de maatregel oplevert. Beeld Hollandse Hoogte / Patricia Rehe

Het artikel ‘Amsterdam gaat bezuinigen op mantelzorg’ heeft veel onrust teweeg gebracht. Zorgorganisaties zijn boos en politieke partijen willen de besparing terugdraaien. Als onderzoekers vinden we het van belang om inzichten aan te leveren over wat wel en niet werkt in mantelzorg, zodat de politieke besluitvormers geïnformeerd zijn. 

Uit onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Vrije Universiteit (VU) blijkt dat de zorg voor zieke naasten een complexe zaak is. Burgers met gezondheidsproblemen worden geacht langer zelfstandig te blijven wonen en voor hulp in eerste instantie te putten uit hun sociale netwerk. De verwachting is dat – door demografische veranderingen – het steeds moeilijker zal zijn om iemand daarvoor te vinden.

Onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het SCP heeft onlangs aangetoond dat er op dit moment vijftien mensen beschikbaar zijn voor het geven van mantelzorg aan één hoogbejaarde. Voor 2040 wordt voorspeld dat dit aantal zal dalen naar zes poten­tiële mantelzorgers op elke hoogbejaarde.

Min of meer tegelijkertijd hebben we te maken met personeelstekorten in de professionele (thuis)zorg. Deze beroepskrachten kunnen dus maar beperkt tegemoetkomen aan de verzorgingsproblemen van personen in een kwetsbare positie. In Amsterdam, en ook elders in Nederland, is mantelzorgondersteuning dus van cruciaal belang.

We noemen hier vijf redenen.

Niet gering

Uit onderzoek van het SCP weten we dat gebruikers van mantelzorgondersteuning beslist niet alleen mensen zijn die iemand met een lichte hulpbehoefte helpen. Integendeel, degenen die gebruikmaken van bijvoorbeeld respijtzorg (zorgtaken tijdelijk aan een ander overdragen) helpen vaak in complexe zorgsituaties. Denk aan hulpbehoevenden met dementie, psychische problemen of een terminale ziekte.

Ook bij mantelzorgers die gebruikmaken van informatie en advies gaat het vaak om mensen die intensief en langdurig hulp bieden en zich ook de aangewezen persoon voelen om te helpen. Ze komen wellicht in aanmerking voor veel meer dan alleen mantelzorgondersteuning, als zij daarom zouden vragen.

Mantelzorgers met mantelzorgondersteuning staan dus vaak behoorlijk onder druk. In het onderzoek van het SCP zeggen mantelzorgers met minimaal een vorm van mantelzorgondersteuning dat zij door die ondersteuning de zorg beter aankunnen, positiever oordelen over de hulp die zij verlenen en zich minder belast voelen.

Er zijn ook mantelzorgers die zorg kunnen delen met anderen en daardoor meer tijd hebben voor zichzelf. Velen zien ook effecten voor de persoon die zij helpen en zeggen dat zij door de ondersteuning opname in een zorginstelling uitstellen.

Als het gaat om ondersteuning zeggen mantelzorgers dat zij het meest geholpen zouden zijn met begrip en waardering. Gemeenten hebben hiervoor een belangrijk instrument in handen. Ze kunnen zelf beslissen hoe ze dat doen en dienen dat in een verordening aan te geven. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een bon of een waardering in natura.

Uit landelijk onderzoek blijkt dat slechts een klein deel van de mantelzorgers een dergelijke waardering heeft ontvangen. Een kleine groep is hierover negatief en zegt bijvoorbeeld dat het een druppel op een gloeiende plaat is.

De overgrote meerderheid is positief. Eén respondent zegt: ‘Het is een klein gebaar, maar van onschatbare waarde, omdat je dan toch een beetje gewaardeerd wordt.’ Bezuinigingen op mantelzorgondersteuning lijken dan ook een verkeerd signaal af te geven. Mantelzorgers kunnen het idee krijgen dat hun hulp niet wordt gewaardeerd.

Als publiek gefinancierde mantelzorgondersteuning wegvalt, zijn mantelzorgers meer aangewezen op de vele particuliere initiatieven die mantelzorgondersteuning aanbieden tegen een vergoeding. Denk aan de Mantelaar, die medisch of psychologisch geschoolde studenten inzet bij mantelzorgers, of Senior Student dat een student levert om de mantelzorger te ontlasten. Als deze hulp alleen nog maar beschikbaar is voor mensen die het kunnen betalen, creëert dat een grotere ongelijkheid onder mantelzorgers. Vooral degenen met lage inkomens zullen dan hun eigen zorgtaken zien toenemen met een groter risico op overbelasting.

Onbedoelde effecten

Mantelzorgers ondervinden dus vooral positieve gevolgen van mantelzorgondersteuning. Deze ondersteuning versoberen kan tot onbedoelde effecten leiden. Zo kunnen mantelzorgers overspannen raken of moeten stoppen met hun taak. Een deel van de hulpbehoevenden en hun mantelzorgers zullen dan ook een beroep gaan doen op (meer) thuiszorg, crisisopvang of op een opname in zieken- of verpleeg­huis.

Op basis van onze gegevens is een exacte inschatting van de omvang van dit effect niet te geven. Niet uitgesloten is dat de maatregel meer negatieve dan positieve financiële gevolgen heeft, oftewel het tegendeel van wat met de maatregel wordt beoogd.

Alice de Boer is hoogleraar ongelijkheid in informele zorg aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Mirjam de Klerk is senior onderzoeker bij het SCP. Marjolein Broese van Groenou is hoogleraar informele zorg aan de VU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden