James Worthy Beeld Agata Nowicka

Zomer in Amsterdam: vrouwenbillen op een granieten aanrechtblad

Plus James Worthy

Het is zomer in Amsterdam. In de speeltuin spelen geen kinderen, omdat de glijbaan gloeiendheet is.

Ik zit op het balkon met een boek. De zweetdruppels springen van mijn voorhoofd en trekken in het verhaal. Overal staan ramen en deuren open. Het is zo warm dat niemand meer iets heeft te verbergen.

De bovenburen praten over wat ze vanavond gaan eten. Macaroni met chorizo en wat van die geraspte kaas, en dan in de oven. Ik ben aan het genieten van hun gesprek. Het is zo rustgevend om naar gesprekken te luisteren die je zelf niet hoeft te voeren. Ik weet nog helemaal niet wat ik vanavond wil eten.

Ergens in de buurt oefent een kind een liedje op een saxofoon. Een blaffende hond. Rechts van me hoor ik een ruzie over een wasmachine. De ruziemaker is van mening dat de ruzievermijder de wasmachine niet zo moet volproppen.

In het studentenhuis naast ons hoor ik twee mensen de stroperigste liefde bedrijven. Het gehijg komt uit de keuken. Twee vrouwenbillen op een granieten aanrechtblad. Het is zomer in Amsterdam. Alleen onze aanrechtbladen bieden verkoeling.

Zo’n tien huizen verderop schreeuwt een vrouw dat computers nooit ziek zijn. Misschien is ze bang dat ze haar baan kwijtraakt. Alleen als ze schreeuwt, kan ik haar verstaan. Ik ben niet bang voor computers. Ze kunnen niet alles van ons overnemen. Computers zijn misschien nooit ziek, maar ze zijn ook nooit verliefd. Je kunt niet alles overnemen als je niet verliefd bent.

Het gehijg is gestopt. Iemand zet twee glazen op het aanrechtblad neer en trekt de koelkastdeur open. Een kan met water. Ik kan de ijsblokjes horen rinkelen. In hetzelfde huis trekt iemand een toilet door. Andere geluiden hoor ik niet. Daar waar net gehijgd werd, heerst nu een diepe stilte.

De bovenburen twijfelen over het toetje. Vanille-ijs met sesamkoekjes of niets. Ze hebben over een paar weken een bruiloft. Computers hebben nooit een bruiloft.

In het studentenhuis praten twee mensen over morgen. Ze weten niet of ze elkaar nog wel willen zien.

“We hadden dit niet moeten doen. Ik heb spijt. Heb jij spijt?”

“Ik doe niet aan spijt.”

“Maar verliefdheid is een zandloper. Ik heb al jouw zand gezien.”

“En ik heb al jouw zand gezien.”

“Vind je dat niet eng? Het enige wat we nu nog kunnen doen is de zandloper omdraaien.”

“Ik doe niet aan angst.”

“Maar ik doe vrijwel alleen maar aan angst. Gaat dat niet botsen?”

“Botsen is goed. Frontaal op elkaar knallen. En dan genieten van de ravage. Ik denk dat dat liefde is. Heel hard op elkaar botsen en dan samen een nieuwe auto bouwen van alles wat het nog doet. Dus dat we van de resten van jou en mij één voertuig maken.”

“Dat klinkt mooi.”

“En dat is de sleutel. Als iets mooi klinkt, wordt het vanzelf wel mooi.”

“Maar ik heb al jouw zand gezien.”

“Ach welnee, ik ben de Sahara, schat.”

Het is zomer in Amsterdam.

Alleen de computers zijn niet aan het zweten.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden