Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki

Zolang je praat in dat ­holle jargon kun je het in Brussel ver schoppen

Plus Johan Fretz

Er ging een gesponsorde tweet rond van het Nederlandse account van het Europees Parlement: ‘Het Europees Parlement, door jou verkozen in mei, heeft Ursula von der Leyen goedgekeurd als voorzitter van de Europese Commissie voor de komende vijf jaar.’ Wij zagen het Europees Parlement misschien als een formeel instituut, andersom zag het parlement ons als een goede vriend. In elk geval werden we amicaal aangesproken met ‘jou’, een trend die nu kennelijk de weg had gevonden van olijke klantenservices naar de overheid.

De vrolijkheid van de tweet en de trots die sprak uit het feit dat ze ervoor hadden betaald om ’m rond te pompen, leken mij nogal misplaatst. Als er nu iets duidelijk was geworden door de benoeming van ­Ursula von der Leyen, dan was het wel dat je als ­kiezer werkelijk geen hol te zeggen hebt over wie er aan het roer komt te staan van het belangrijkste Europese regeringsorgaan. Je kunt stemmen wat je wilt, op partijen en spitzenkandidaten, maar aan het einde van de rit vegen een paar rancuneuze, repressieve lidstaten jouw keuze zo van tafel.

Ik heb het over landen als Hongarije en Polen, waar leiders de godganse dag preken over hoe verschrikkelijk Europa is, terwijl ze ondertussen geen kans onbenut laten om EU-subsidies binnen te slepen. Lidstaten die de Unie graag wegzetten als een kille dictatuur, terwijl ze zelf hun vrije samenleving en rechtstaat chronisch ontmantelen.

En wat je verder ook van Frans Timmermans vindt: hij had zich daar in elk geval tegen verzet. Je zou kunnen zeggen dat hij had laten zien dat de EU meer kon zijn dan een ruggengraatloze technocratie, die aan elkaar hing van economische belange­tjes. Dat hij precies die waarden had verdedigd, waarvoor de Unie ooit was opgericht. En dat hij daarvoor nu werd afgestraft door laffe bond­genoten die, toen het puntje bij het paaltje kwam, liever de andere kant op keken.

Nu krijgen we Ursula von der Leyen, een Duitse minister in wie niemand echt gelooft, zelfs haar ­eigen coalitiegenoten uit Berlijn niet. Ze deed wat vage beloftes om de benodigde stemmen voor haar benoeming binnen te halen. Uiteraard vielen de woorden Duurzaamheid en Eerlijkheid en Samenwerking en Eenheid. Zolang je maar praat in dat ­holle jargon van veel zeggen en niets bedoelen, kun je het in Brussel heel ver schoppen. Dat werd hier maar weer eens vrolijk bewezen.

Met Frans Timmermans hoeven we uiteraard geen medelijden te hebben. Men hoefde hem de post van exclusieve vicevoorzitter maar aan te bieden, of hij zat alweer op zijn bijna-troon. Hij had ook kunnen zeggen: als de rancuneuze mening van Orbán en zijn vriendjes kennelijk zwaarder weegt dan het democratiseren van de Unie, zoek het dan maar uit met je poppenkast. Maar zoiets zeggen politici zelden.

Natuurlijk was dat hele systeem van de spitzenkandidaten vanaf het begin al gedoemd te mislukken, omdat er geen bindend mandaat achter zat. Maar het was in elk geval een dappere poging om de kiezer meer inspraak te geven. Terwijl de Europese Unie voor velen een abstracte machine is, gaven de spitzenkandidaten met hun campagnes een signaal af: je kreeg misschien eindelijk meer invloed op wie de baas werd in Brussel. Dat het uitliep op dit waterige compromis, deze viering van middel­matigheid en nietszeggendheid, bevestigt helaas de allerergste vooroordelen die mensen al over de Europese Unie koesterden. Misschien voorspelbaar, maar door zo’n circus hoef ik voor­lopig niet getutoyeerd te worden.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij heeft een wekelijkse column in Het Parool.

Reageren? j.fretz@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden