Plus Column

Zoekend naar een evenwicht tussen snelheid en lawaai

Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Ik leun met mijn schouderbladen tegen de muur, om de hoek van onze straat. Ik heb mijn ogen dicht. De zon schijnt in mijn gezicht. Ik wacht naast mijn fiets.

De oudste was haar sleutels vergeten. Ze is nu met de mijne weer naar boven. "O," had ze gezegd, haar hand nog niet eens in haar jaszak. Uit mijn mond was ook een "O" gerold. Als een echo.

Even had ik niet bewogen, het moment van stilte op het hoogste punt, toen zette ik mijn fiets weer op slot en gaf haar mijn sleutelbos.

Ik haal mijn handen uit mijn zakken en leg ze tegen de muur. Als een kussentje voor mijn heupen. De bak­stenen zijn koud. Ik had verwacht dat mijn vingers iets warms zouden voelen, zoals in de zomer, op een hete dag.

Even doe ik mijn ogen open, mijn hoofd een beetje naar rechts gedraaid, om te kijken naar de blauwe lucht boven de daken van de huizen. Strak. Helder. Dan draai ik mijn gezicht weer naar de zon.

In mijn hoofd zie ik de oudste de trap op rennen. Zoekend naar een evenwicht tussen snelheid en lawaai. Stil maar niet langzaam. Snel maar zachtjes. Ik duw met mijn handen tegen de bakstenen. Alsof ik haar rennen op de trap door de muur heen zou kunnen voelen. Als een zacht dreunen. Een trilling. Het huis beweegt niet.

"Lekker, hè?"

Ik doe mijn ogen open. Er is een man de hoek om ge­lopen. Hij draagt een plastic tas en heeft een hondje bij zich. De riem staat een moment strak als de man stilstaat. Hij knikt naar mij. En dan naar de zon.

"Hij is er weer."

"Ja." Ik knik ook naar de zon. "Heerlijk." Ik haal mijn handen tussen mijn heupen en de muur vandaan. Nu leun ik weer alleen met mijn schouderbladen tegen de bakstenen.

"We gaan zo gelijk effe naar de tuin." Terwijl hij het zegt, houdt de man zijn tas wat hoger. Hij wijst naar mij.

"Straks sta ik er ook zo bij."

In mijn hoofd zie ik hem staan. In de zon. Leunend tegen een tuinhuisje, met zijn ogen dicht. Misschien voelen zijn handen wel iets dreunen. Een trilling. Misschien loopt er iemand de trap op in zijn tuinhuisje.

Ik lach naar hem. "Goed plan."

De man tilt nog een keer zijn tas op en loopt dan verder. Ik leg mijn handen weer tegen de muur en doe mijn ogen dicht. Tot ik de oudste hoor. Ze steekt haar hand uit, ik neem mijn sleutels aan. Even is er weer het moment van stilte op het hoogste punt, dan haal ik mijn fiets van het slot.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden