Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Zodra het vliegtuig de startbaan oprijdt, begin ik te kotsen

Plus Theodor Holman

In de schizofrene stad loop ik opeens ­beroerd te wezen. “Ik moet naar het hotel,” zeg ik. 

Ik bibber. En de bibber wil niet stoppen. “Je hebt een virusje,” hoor ik.

Ik hou een keurige Londense taxi aan en we gaan naar het hotel. “We kunnen hier niet te lang blijven, want we moeten om vier uur op Heathrow zijn, dus we moeten zo weg.”

“Ik kan niet. Ik ben te beroerd. We moeten bij­boeken.”

“Nee, dat gaan we niet doen. Deze kamer kost vandaag 270 pond. En ik moet morgen in Amsterdam zijn. Je moet gewoon veel paracetamol ­nemen.”

“Ik kan niet weg. Ik moet hier blijven. Ga jij naar Amsterdam. Ik blijf wel hier.”

De portier van het hotel laat een taxi komen en 75 pond later ben ik op ­Heathrow.

“We worden genaaid,” zeg ik, “Engelsen haten ons omdat wij nog bij Europa zitten.”

“Doe niet zo paranoïde.”

De bibber verdwijnt niet. En dan word ik misselijk en moet ik kotsen. Mijn vrouw vraagt her en der om een emmer met sop of zo, maar ik wil niet dat ze me alleen laat.

Mensen lopen terecht in een boog om me heen. Dan moeten we het vliegtuig in. Ik moet afscheid nemen van mijn kots. Het spijt me, dames en heren.

“De overtocht duurt maar 35 minuten,” zegt mijn vrouw. En dan: “Je ziet groen.”

Antwoorden is onmogelijk. Op het moment dat het ­vliegtuig de startbaan oprijdt, begin ik weer te spugen. De stewardess is ongelooflijk lief. Ik leg uit dat ik ziek ben, en dat ik me kapot schaam, dat ik nu best dood wil en dat ik graag nog een spuugzakje wil. Na tien minuten zegt de gezagvoerder dat er luchtzakken zijn. Ik zit in een P.G. Wode­house­verhaal.

“Je ziet nog steeds groen,” hoor ik.

Ik krijg eau-de-cologne­zakdoekjes om mijn mond schoon te vegen. Voor de ­zoveelste keer bied ik mijn ­excuses aan.

Een Amerikaan is heel vriendelijk, althans kijkt zo. De Japanse aan de andere kant haat mij – en ik haar ook. Bijna had ik iets gezegd over mijn ouders en Japanse kampen, maar dat durf ik toch niet.

De terugtocht duurt inderdaad 35 minuten.

Een uur later ben ik thuis. Mijn dochter belt. “Het was erg leuk. Londen is schitterend. We hebben zoveel plezier gehad…”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden