Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Zoals altijd zat ik compleet weerloos in de stoel

PlusMaarten Moll

Ze zag er vermoeid uit.

Ook de beweging waarmee ze het kaplaken over me heen gooide verried een zekere matheid.

“Hoe wilt u het hebben,” zei ze, niet onvriendelijk.

En terwijl ik uitlegde hoe ik het wilde hebben, zag ik in de spiegel dat ze wat dromerig naar buiten staarde.

“Gaan we doen,” zei ze.

Met lichte vrees liet ik haar los op mijn warrige kapsel.

Ze besproeide met de plantenspuit mijn haar.

“U bent gelukkig de laatste vandaag,” zei ze.

Ze bleef maar knijpen.

“Ik ben de tel kwijtgeraakt, ik kan me de eerste klanten van vandaag niet eens meer herinneren, zo druk is het momenteel.”

Ze stopte met sproeien, het water liep in mijn nek.

“Echt niet normaal.”

Ze kamde mijn haar net iets te hard naar achteren.

Er werd een oor geraakt.

En daar kwam al luchtknippend de schaar.

Zoals altijd zat ik compleet weerloos in de stoel.

“Of, ja, er was er een bij die kaal begon te worden.”

Ze wreef door mijn natte haar.

“Daar hebt u nog geen last van, lekker veel haar hebt u. Echt goed hoor.”

Alsof dat een prestatie was.

En nog een keer wreef ze door mijn haar. Iets te enthousiast, naar mijn smaak. In films begint dan de waanzin.

Het begon plukken haar op het laken te regenen.

“Acht weken niets kunnen doen, en dan nu een maand alweer alleen maar aan het knippen, knippen, knippen.”

Het begon harder te regenen.

“Ik zal niet zeggen dat ik acht weken helemaal niets heb gedaan, maar op een gegeven moment ben je ook wel klaar met alles. Alleen grasmaaien, dat vind ik niets.”

En ze raasde verder op mijn hoofd.

“Dan wil je toch gewoon weer knippen, toch? Even naar beneden kijken, alstublieft.”

Altijd een moment dat je denkt dat je kop eraf gaat.

“Maar dit is weer het andere uiterste. Als ik straks thuiskom duik ik meteen mijn bed in. U kunt uw hoofd weer optillen.”

Na een paar minuten legde ze de schaar weg, nam een slok water, sloeg haar kniphand los in de lucht.

“M’n handen trillen gewoon van vermoeidheid.”

Niet echt iets dat je als klant wilt horen, maar gezien mijn hoofd in de spiegel werd er meer dan uitstekend werk verricht.

“Nou, daar gaan we weer, de laatste loodjes,” zei ze, en deed een greep in de holster aan haar heup.

Het scheermes. Voor de haartjes in mijn nek.

In het volste vertrouwen boog ik mijn hoofd.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden