Opinie

'Zo veel is er op school nou ook niet veranderd'

Het zijn de middelen die voor verandering zorgen, schrijft Pascal Cuijpers, maar de context van het onderwijs is door de jaren heen grotendeels hetzelfde gebleven.

Kinderen in een Amsterdamse school kijken in 1963 naar de eerste uitzending van schooltelevisieBeeld ANP

De school waar ik lesgeef bestaat binnenkort veertig jaar. Een monumentaal ­moment om eens bij stil te staan. Een moment van historisch besef. Van gepaste trots ook om hier inmiddels zelf al zo'n zestien jaar onderdeel van uit te mogen maken als leraar.

Wanneer ik dan nog eens de vier jaar van mijn eigen verblijf op deze school als leerling erbij optel, kom ik uit op twintig jaar verwantschap met dit gebouw. Exact de helft van mijn bestaan én dat van de school.

Een snelle berekening leert dat ikzelf inmiddels meer dan zesduizend leerlingen heb mogen begeleiden op hun weg naar creatieve adolescentie en volwassenheid.

Er is in het veertigjarig bestaan van de school veel veranderd. Het gebouw heeft vele verbouwingen doorstaan, die alle telkens in het teken stonden van onderwijsverbetering of -vernieuwing.

Het onderwijs kreeg daarnaast te maken met diverse nationale beleidsmannen en -vrouwen die telkens weer opnieuw en tot op heden het onderwijs in alle facetten wilden hervormen.

De meeste veranderingen gaan geleidelijk. Pas achteraf kun je zien hoe alles is aangepast, soms weer teruggedraaid, veranderd en hopelijk verbeterd. Al vraag ik me soms af of er in ­deze voorbije decennia nu daadwerkelijk zo veel is veranderd in het onderwijs als we vermoeden.

Deze overpeinzing doet me zijdelings denken aan de bundel Liefdesoproepen Uit Vervlogen Tijden van Mark Traa. Hij verzamelde oude liefdesadvertenties uit kranten tussen 1850 en 1940. Het waren tijden van beleefdheid en ­discretie, waarbij tutoyeren nog niet gebruikelijk was.

Meestal moest in enkele zinnen de boodschap duidelijk worden overgebracht, ­zodat de ontvanger hopelijk begreep om wie het ging.

Om de advertenties kort en bondig te houden, maakte men regelmatig gebruik van afkortingen en werden sommige signaalwoorden vet­gedrukt. Zo moest een tekstje als: 'MARIE! Ik zie van je af.' of 'J.J. Ik ben niet boos. A.B.' de kern van de boodschap weergeven en begon voor de afzender het wachten op een eventuele (re)actie.

Tegenwoordig maken we, ruim honderd jaar na dato, nog steeds gebruik van dit soort primitieve communicatievormen. Al is de krant als traag middel hiervoor reeds verleden tijd geworden.

We versturen met z'n allen dagelijks duizelingwekkende aantallen appjes via onze smartphone en zijn continu in staat om direct met elkaar in contact te staan.

De sms-taal, met alle bijbehorende afkortingen, is inmiddels zo goed als verleden tijd geworden. Spraakberichten zijn toegevoegd aan het communicatie-arsenaal. Net als de onmisbaar lijkende emoticons, die hun beeldtaal geregeld voor zich laten spreken zonder toevoegingen van tekst.

De manier van contact maken is sindsdien veranderd, onder toeziend oog van de tijdgeest. Echter, de context van deze berichtenuitwisseling is identiek gebleven: men zoekt contact en stuurt kernachtige berichten die veel duidelijk (kunnen) maken.

In navolging van deze communicatie-evolutie is een vergelijking met het onderwijs van vroeger snel gemaakt en zijn overeenkomsten rap gevonden.

Scholen zijn bijvoorbeeld ook nu nog de plaats waar men als leerling een groot deel van de tijd verblijft. Al worden de leraren steeds meer gezien als coach, er wordt van ze verwacht dat ze gezag hebben en de leiding nemen. Toetsen en eindexamens zijn nog steeds van essentieel belang en worden over het algemeen nog op papier gemaakt.

Leerlingen werken nog steeds grotendeels met boeken en schriften, al zijn de tablets aan een opmars bezig. En de vakken van destijds staan nu ook nog altijd als stabiele factor geprogrammeerd in de basisvorming.

Concluderend kunnen we zeggen dat men vaak denkt dat nieuwe ontwikkelingen te snel worden ingevoerd. Uiteindelijk zijn het veelal slechts de middelen die voor verandering zorgen, in een context die verder vrijwel gelijk blijft.

Pascal Cuijpers

Pascal Cuijpers is docent voortgezet onderwijs, auteur van Leraren hebben meer vakantie dan mensen die werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden