Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Zo trok ik hem over de dijk, achter me aan

PlusFemke van der Laan

We liggen in het gras, de jongste en ik, op onze ruggen, op een dijk bij het water, hij in mijn arm. Verderop liggen zijn zussen. We hebben allemaal onze ogen dicht. Het gras had er droog uitgezien, en dat is het ook wel, maar ik had er niet bij stil­gestaan dat de aarde nog vochtig is. Ik voel hoe het bij mijn billen en mijn schouderbladen langzaam koud en nat wordt.

Mijn gezicht is warm. We liggen in de zon. Door mijn oogleden heen zie ik de haren van de jongste heen en weer bewegen in de wind, als gras. Lang gras. Volgende week heeft hij een afspraak bij de kapper. Hij mag ook een dag naar school. Zo druk is het in tijden niet geweest. We rijgen lege dagen aan elkaar en de ketting ziet er nauwelijks anders uit nu het vakantie is. We zijn maar weer gaan skeeleren.

Het hoofd van de jongste op mijn schouder voelt warm aan. We hadden tegenwind net. Hij hield het niet bij. Waar zijn zussen het groeien nu zo’n beetje ten einde brengen, nog wat laatste steken rijgen en dan afzomen, voelt het alsof hij nog moet beginnen. Zijn benen zijn kleiner, net als de wielen van zijn fiets, hij moet vaker heen en weer, vaker rondjes, om ons bij te houden. Ik had gezegd dat hij zijn jas van zijn middel moest halen, losknopen, en een mouw moest vasthouden. De andere mouw greep ik beet. Zo trok ik hem over de dijk, achter me aan, aan zijn jas. Hij keek teleurgesteld.

Ik haal mijn hand door het lange gras op zijn hoofd. Ik denk aan toen ik kind was en ging schaatsen met mijn vader, aan hoe ik het ook niet bijhield, aan hoe hij dan zijn sjaal van zijn nek haalde, losknoopte.

“Ik werd vroeger ook altijd getrokken door mijn vader.”

Ik haal nog een keer mijn hand door het gras, verder bewegen we niet, maar toch voel ik hoe we allebei rechtop zijn gaan zitten, onszelf overeind duwen, hoe we gaan staan op onze skeelers en langzaam naar het woordje ook rollen dat ik zojuist in levensgrote letters heb neergezet, midden op de dijk. Ook. Ik werd vroeger ook altijd getrokken door mijn vader. De jongste en ik cirkelen rondjes om de ook, bekijken hem van alle kanten, met denkrimpels onder het gras. Ook. Mijn vader ook. Dan trek ik de jongste aan zijn mouw, weer naast me in mijn arm, op de vochtige aarde.

Even later staan we op. De jongste knoopt zijn jas om zijn middel.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden