Zo praat je toch niet over die mensen

PlusTheodor Holman

Nee, wij waren niet katholiek, maar oom Jan (Johannes Petrus Maria) was een ­studievriend van mijn vader en een missionaris in het verre Afrika. Beiden hadden de fotografie als hobby en mochten ook graag met de 8mm-filmcamera in de weer zijn.

Eens in de zoveel tijd keerde oom Jan terug naar Nederland met een doos vol filmblikken en 300.000 dia’s. Hij kon niet wachten om die aan ons te laten zien.

Mijn moeder vond dat verschrikkelijk.

Want hoewel oom Jan aan goede werken deed, kon hij zich uitermate laatdunkend (tegenwoordig zouden wij dat discriminerend noemen) uitlaten over die ‘kroes­koppen.’

Ik zag, toen ik puberde, zijn dia’s en films graag, want er kwamen vele donkere meisjes met blote borsten in voor. Mijn ouders hadden er geen enkel bezwaar tegen als ik dat zag. Integendeel. Vermoedelijk zagen zij dat voor hun zoon als ‘kennisvermeerdering.’ Maar moeder had groot bezwaar tegen het taalgebruik van oom Jan, die over zijn nog niet geheel gekerstende schapen sprak als een circusdirecteur die zijn dieren niet in een kooi kon houden.

“Jan, zo praat je toch niet over die mensen,” zei mijn moeder.

Waarna er toch weer een typering kwam waar de honden geen brood van zouden lusten.

Er was iets vreemds aan de hand.

Oom Jan vertegenwoordigde louter goedheid. Hij wilde goed doen en goed zijn. Een waar christenmens. De Bijbel inspireerde hem. Op mijn verjaardag kreeg ik van hem – in het Duits – een boek over Albert Schweitzer dat ik nooit heb gelezen.

Maar zijn taalgebruik…

Mijn ouders hadden mij geleerd dat iedereen die zulke ‘laatdunkende taal’ uitsloeg over anderen, eigenlijk niet behoorde tot O.S.M. (Ons Soort Mensen.) Oom Jan was daar blijkbaar een uitzondering op.

Nadat oom Jan was teruggekeerd uit Afrika verloor hij voor een deel zijn geloof en deed hij iets voor het christelijke pacifisme. Hij stierf in 1983 en kreeg een katholieke uitvaart met een mis met drie heren in de Jacob Obrechtkerk.

Was oom Jan een racist?

Hij was er trots op dat hij zijn houten kerkje – ik weet helaas niet meer waar – tijdens de kerstmis vol had weten te krijgen. Hij was ook trots dat zijn schapen het Onzevader konden bidden, al weet ik niet in welke taal. En hij was ook trots op het kleine schooltje dat hij had opgericht.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden