Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Zo leuk is het niet hoor, op kamers

PlusMaarten Moll

Ik haalde haar op voor een wandeling.

Voor het huis van Ex bleef ik staan. Ik zag dat Jongste Dochter in de keuken bezig was, en drukte mijn hoofd tegen het raam. Tot ze me zou zien. (Oude gewoonte.)

Ze schrok, moest toen lachen, en liet me binnen.

Ze was koekjes aan het bakken.

Uit een box schalde muziek die ik niet kende.

“Nog even de chocola hakken,” zei ze.

Ze verdeelde de stukjes over de koekjes en schoof de bakplaat in de oven.

“Ze zijn klaar als we terugkomen.”

Buiten nam ze Beppie van me over.

“Hoe gaat het nu met je?” vroeg ik, terwijl de hond een spoor volgde.

“Vandaag is het precies een maand geleden.”

Haar fietsongeluk midden in de nacht. Klaplong, gescheurde milt, gebroken ribben, hersenschudding.

We weten nog steeds niet wat er precies is gebeurd.

Ze liep een beetje voor zich uit te staren.

“Hoe ging je tentamen?”

“Ging wel, maar ik kan me nog steeds niet goed concentreren. En na een uur lezen of op de computer krijg ik hoofdpijn. Ik weet het ook niet met deze studie. ”

Het is een rampjaar. Geen eindexamenfeestjes wegens corona. Het ongeluk. En de kamer die ze voor zichzelf had geregeld, gekoppeld aan een vrijwilligersproject in West, die ze daardoor moest opgeven.

“Zo leuk is het niet hoor, op kamers,” zei ik.

Ik vertelde over mijn eerste weken op kamers in Nijmegen. De Thijmstraat. Een kamer boven een bakker. Een vreemde stad, een tochtige kamer met een haperende kachel. Geen telefoon.

“Geen telefoon?”

Ik legde haar het concept uit van de telefooncel. Die stond tien minuten lopen verder, aan de Sint Annastraat. En vaak deed die telefoon het niet eens.

Ze schudde haar hoofd.

“En ik had geen computer.”

“Hè? Hoe maakte je dan huiswerk?”

“Gewoon, met pen en papier.”

“Pen en papier. Papa… Uit welke tijd kom jij?”

We schopten wat in de hopen bladeren.

“Het was toch niet echt een rottijd?” vroeg Jongste Dochter.

“Nee,” zei ik, en ik zag de kroegen en de opleiding en mijn eerste echte vriendinnetje weer voor me, “het werd natuurlijk wel heel leuk, op kamers.”

Ik sloeg een arm om haar heen.

We waren weer bij het huis van Ex. Jongste Dochter knuffelde Beppie en gaf me de hondenriem.

Ik drukte mijn meisje tegen me aan. Veel te lang en veel te strak.

“Pap, ik krijg geen adem meer,” zei ze terwijl ze zich loswurmde.

“Sorry,” zei ik.

Ik gaf haar een kus op haar voorhoofd, en nog een, en nog een, en nog een.

“Het komt goed,” zei ze.

Ik bleef nog even staan. Bij de deur draaide ze zich om.

“Wil je een paar koekjes mee voor onderweg?”

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden