Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Zo groot dat je je afvraagt of het wel mogelijk is, of het wel goed zal gaan

PlusFemke van der Laan

Aan de overkant van de straat staat een man. Hij moet de stoep af. Ik nog niet, ik ben nog een paar passen van de rand af. We lopen elkaar al een tijdje tegemoet, langs de huizen, ik met mijn handen in mijn zakken, hij met zijn fiets aan de hand en voorop, op een rekje, een grote kartonnen doos, zo groot dat het lijkt alsof het de fiets zelf is die in de doos heeft gezeten. Alsof de fiets per post is bezorgd en de man nu met de lege doos naar de papierbak gaat. Ze komen alles brengen.

Ik vind de stoep hoog. De man lijkt ook te aarzelen. Eventjes. Dan duwt hij zijn fiets verder en rolt zijn voorband langzaam van de stoeprand af, de weg op.

Ik ben er nu ook. Er is geen verkeer, maar toch steek ik niet over. Ik kijk naar de man en zijn fiets en zijn doos. Het doet me denken aan een boot die te water wordt gelaten. Een schip eigenlijk. Een groot schip. Zo groot dat je je afvraagt of het wel mogelijk is, of het wel goed zal gaan, zo’n vaartuig, zo’n gevaarte dat schuin van een helling afglijdt, vaart maakt, het water raakt en dan zo scheef hangt dat het lijkt om te vallen, zo hard heen en weer schommelt dat het wel moet kapseizen.

Ik kijk naar de tewaterlating aan de andere kant van de straat, naar de voorband van de man die nu de weg raakt en denk aan de golf die het veroorzaakt, hoe het water wordt weggeduwd, naar de overkant van het dok, waar het over de kade slaat en een moment til ik mijn tenen op, sta ik alleen op mijn hakken, in de hoop dat de golf niet verder komt dan halverwege mijn voeten. Op het moment dat mijn tenen de grond weer raken glijdt de doos van het rekje op de fiets, onder de hand van de man vandaan, het water in.

Hij drijft.

De man kijkt naar mij. Ik steek over, loop naar de man en zijn fiets en zijn doos, mijn handen haal ik uit mijn zakken.

“Hij is niet zwaar. Hij is leeg.”

De man rijdt zijn fiets een stukje verder, helemaal de weg op. Ik til de doos op. “Zat er een fiets in?”

De man kijkt me aan. “Nee.”

“Een boot?”

De wenkbrauwen van de man schieten alle kanten op. “Nee. Spullen.”

Ik zet de doos op het rekje. De man bedankt me. Ik doe een paar passen naar de stoeprand en loop verder, op het droge.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden