Opinie

‘Zo erg is het gebrek aan ervaring bij C-Amsterdam niet’

Wethouder Meliani oordeelde negatief over C-Amsterdam. Rosemarie Mijlhoff betreurt dat, omdat de bijzondere organisatievorm van die omroep als beste aansluit bij het hedendaagse kijkerspubliek.

AT5 in actie bij de ontruiming van een kraakpand. Beeld Hollandse Hoogte / Paul van Riel

Het Amsterdamse college van b. en w. verleent de concessie om het lokale nieuws te brengen aan POA/AT5, en niet aan C-Amsterdam. Die laatste organisatie zou een te groot risico vormen. Het zou C-Amsterdam ontbreken aan ‘(eindverantwoordelijke) ervaring met het leiden van een grote mediaorganisatie’. Met deze argumentatie slaat het college de plank volledig mis.

Juist omdat C-Amsterdam geen traditioneel en groot mediabedrijf is, maar een eigentijds flexibel netwerk, is de omroep een serieuze concurrent voor POA/AT5. Uit het onderzoek van een door het college aangestelde onafhankelijke adviescommissie kwam C-Amsterdam begin dit jaar als beste uit de bus. De commissie betitelde de commissie als ‘sprankelend, ambitieus, inclusief en innovatief’.

Inclusief

En terecht. Nieuwe tijden vragen immers om andere businessmodellen en manieren van organiseren. We hoeven maar naar onze jeugd te kijken om te constateren dat hun kijk- en luistergedrag heel anders is dan pakweg tien jaar geleden. Zo willen jongeren ‘on demand’ kunnen kijken en luisteren en verwachten zij meer interactiemogelijkheden.

Dat is een van de belangrijkste oorzaken dat veel (lokale) omroepen het moeilijk hebben. Het verhogen van subsidies gaat dit niet oplossen. Het op een andere manier bij uiteenlopende doelgroepen aansluiten en organiseren van het productieproces om tot passende content te komen wel.

Laat dat precies zijn wat Roethof en haar zakenpartner Anne-Mieke Semmeling de afgelopen anderhalf jaar gedaan hebben en waarin zij bewezen hebben succesvol te zijn. Zij hebben hun droom van een inclusieve omroep omgezet in daden. Niet door vanuit een traditioneel hiërarchisch organisatiemodel te werken maar voor een vernieuwende organisatievorm te kiezen: een netwerkorganisatie. Om vervolgens een stevig medianetwerk neer te zetten van bekende en minder bekende Nederlanders en bedrijven die net als zij geloven in een inclusieve omroep voor en door alle Amsterdammers.

Deze manier van organiseren, het bundelen van de expertise van verschillende bedrijven en samenwerken in netwerkverband, past bij de dynamiek van de stad en haar bewoners. Amsterdammers staan continu in verbinding met elkaar, met Nederland en de wereld. Als C-Amsterdam voor en met inwoners programma’s wil maken, moet de organisatie wendbaar zijn.

Andere vaardigheden

Die flexibiliteit verwerft de omroep door met andere organisaties, specialisten en bewoners samen te werken. Deze vorm maakt het mogelijk in wisselende strategische coalities van experts en inwoners aan programma’s te werken zonder belemmerd te worden door niet-waarde­toevoegende faciliteiten en onnodige overheadkosten.

We leven in een fluïde netwerkmaatschappij met andere spelregels dan we tot voor kort gewend waren. Het opbouwen en laten functioneren van een netwerkomroep vraagt dan ook andere vaardigheden dan het leiden van een grote mediaorganisatie. Die vaardigheden zie ik bij Roethof, Semmeling, hun team en samenwerkingspartners in de praktijk terug. De een-op-eenvergelijking met een grote mediaorganisatie als POA/AT5 gaat dan ook niet op.

Daarom doe ik een oproep aan wethouder Meliani en het college om C-Amsterdam als media­netwerk binnen de context van het hedendaagse Amsterdam en naar de criteria van onze huidige netwerkmaatschappij te beoordelen. Én om hun argument ten aanzien van de ervaring die bij C-Amsterdam zou ontbreken, te nuanceren. Bied de omroep de kans haar ambitie waar te maken, met haar eigen manier van organiseren. Dit kan alsnog als gelijkwaardige samenwerkingspartner met POA/AT5 of als onafhankelijke start-up en potentiële samenwerkingspartner van POA/AT5 met een initieel investeringsbudget.

Beide scenario’s zijn een oplossing voor de media-uitdaging waar de wethouder voor staat: de mogelijkheid voor alle Amsterdammers om bij te kunnen dragen aan de nieuwsvoorziening van hun stad.

Rosemarie Mijlhoff: ‘Nieuwe tijden vragen immers om andere businessmodellen en manieren van organiseren.’ Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden