null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Zo draagt men mondkapjes in de hel

PlusTheodor Holman

Als ik dat verplichte mondkapje opzet, krijg ik last van angst. Niet meteen, maar wel snel. Mijn bril beslaat – en dan begint het: beslaat mijn bril vanwege mijn adem of omdat ik duizelig ben en ik dreig flauw te vallen? Vervolgens probeer ik tegen de angst diep adem te halen, maar dat gaat niet.

“Niet gaan hyperventileren!” zeg ik tegen mezelf, maar ik krijg te weinig zuurstof binnen. “Niet gaan hyperventileren!” schreeuw ik in mijn hoofd. Ik doe stiekem het kapje af, haal diep adem, zet het kapje voor en vraag me af of ik duizelig ben, of dat mijn bril weer beslagen is.

Ik kijk alvast om me heen naar een goede plek om bewusteloos te raken en probeer intussen tevergeefs mijn adem te regelen. Ben ik misschien ziek? Krijg ik misschien een hartaanval? Toch corona? Of ben ik gewoon gestoord? Uiteraard ben ik gestoord. Maar is het nu niet anders dan anders? Erger?

Afijn, afijn – zo loopt een gek door Albert Heijn.

Terwijl ik me concentreer, zie ik een vrouw de sinaasappels die ik ook wil kopen, aanraken, bevoelen, beruiken en terugleggen. Ik weet heus wel dat ik geen corona krijg als ik die sinaasappels koop, maar ik heb smetvrees. “Behandel je de ballen van je man ook zo?” zeg ik natuurlijk niet, maar denk ik wel.

Hoe leg ik intussen die sinaasappels in mijn wagentje terwijl ik ze niet wil aanraken en ik me moet concentreren op mijn zuurstofgebruik?

Dan tikt er iemand op mijn rechterschouder. Ik draai me om en zie een buurtgenoot – gelukkig met mondkapje op, maar veel te dichtbij – die midden in de supermarkt met mij wil discussiëren over een column van me. Of eigenlijk over een column die ik moet gaan schrijven.

“Je moet schrijven – kuch, slijm, kuch – over dat we in onze straat twee vuilniscontainers krijgen!”

“Ja, zal ik doen.”

“Ja, nee… luister nou even…” Hij doet zijn mondkapje af. “Het zit namelijk zo… Op de Reguliersgracht…” Ik zie zijn spuug!

“Mijnheer u moet uw mondkapje op!” zegt een albertheijner tegen buurtgenoot.

”Mondkapje op? Onzin! Dat vind jij toch ook, Holman?”

“Het moet,” zeg ik laf, want ik wil die Albert Heijnjongen ook ter wille zijn.

Ik krijg een college viruswaanzin van een half uur. Ik kijk tegen een snotneus aan, want de man heeft zijn kapje half opgezet.

Zo draagt men mondkapjes in de hel.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden