PlusColumn

Zo dans ik de sociale klompendans

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Op de Marnixstraat, net voorbij De Krakeling, ben ik een telefoongesprek aan het simuleren. Aan de overkant van de straat staat iemand die ik van vroeger ken. Hij staat met iemand anders te praten, maar heeft me al gezien.

Ik zwaai en daarna wijs ik naar mijn telefoon, zodat hij weet dat ik druk aan het bellen ben. Hij knikt. Soms is het makkelijker om een heel nepgesprek te verzinnen dan om echt met iemand te moeten praten. Ik weet namelijk al hoe ons gesprek zal verlopen.

Hij vraagt aan me hoe het met me gaat en ik zeg iets over dat ik het druk heb, maar dat ik niet mag klagen. Dan zeg ik iets over het weer of over de drukte in de stad en dan valt er een stilte.

Dan pakt hij zijn telefoon om een foto van zijn dochter te laten zien en ik zal precies lang genoeg naar die foto kijken en iets zeggen over dat ze gelukkig op haar moeder lijkt. En dan lachen we. Na het lachen valt er weer een stilte.

Na de tweede stilte wisselen we telefoonnummers uit en beloven we ­elkaar dat we contact zullen houden. Hij belt op een donderdagavond. Of ik iets te doen heb. Ik zeg dat ik ziek ben, maar ik sta in de supermarkt naar de diepvriespizza's te kijken. Ik hoop dat ik hem niet tegenkom. Maar eigenlijk hoop ik het wel, omdat we dan nooit meer deze poppenkast hoeven op te voeren.

Terwijl ik in mijn telefoon tegen niemand praat, loopt er een vrouw langs. Een andere vrouw loopt op haar af en gaat door haar knieën. Ze kijkt naar de laarzen van de andere vrouw en zegt dat dit de mooiste schoenen zijn die ze ooit heeft gezien en vraagt waar ze die ­gekocht heeft.

Het zijn roze laarzen. Een beetje western­achtig. Ze zien eruit alsof ze de laarzen heeft gekocht van een cowboy die een keer in een suikerspinmachine is gevallen.

"Stoer zijn ze, hè? En je kan ze werkelijk waar onder ­alles dragen. Vorige week droeg ik ze onder een zwart jurkje."

"Ze zijn echt beeldig. Maar ook stoer inderdaad. Ik heb niet veel met countrymuziek, maar deze laarzen gaan verder dan country. Waren ze duur?"

"Nee, ze waren in de aanbieding. Ik begreep er niets van. Dat zei ik ook tegen de verkoper. Hij zei dat niemand ze kocht. Iets over dat ze er te uitbundig uitzien."

"Ik vind ze niet uitbundig, hoor."

"Dat is fijn om te horen. Ik heb ze in Beverwijk ­gekocht."

"De Bazaar?"

"Ja."

"En zijn ze van echt leer gemaakt?"

"Het leer is niet nep, maar gewoon bijna echt. Dat zei de verkoper."

"Dan ga ik dit weekend naar Beverwijk. Bedankt."

De man die ik ken steekt de Marnixstraat over. Ik doe alsof ik ophang en steek mijn hand uit om hem een hand te geven. Hij vraagt hoe het met me gaat en ik zeg dat ik het druk heb, maar dat ik niet mag klagen. Ben ik er toch weer ingetuind. In die geforceerde, sociale klompendans.

"Ik vind je schoenen mooi. Waar heb je die gekocht?" vraag ik. Hij denkt dat ik een grapje maak en zegt dat ik mijn mond moet houden. Dan voel ik mijn telefoon zachtjes tot niet trillen in mijn jaszak. Ik kijk naar het onverlichte scherm en zeg dat ik op moet nemen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden